De ramenlapper

Seksbaas Charles Geerts noemde hem de nieuwe Wallenkoning nadat hij achttien panden met vijftig 'ramen' van hem had gekocht. Ronald Wiggers is de initiator van '1012', het Amsterdamse project om de Wallen 'minder morsig' te maken. Want de romantiek die het gebied hardnekkig aankleeft, is aan hem niet besteed. 'Ik weet niet waarom, maar ik moest er iets aan doen.'

Natuurlijk heeft hij het idee al door zijn hoofd laten gaan: zelf een hoerenkast op de Wallen beginnen. Dat wil zeggen, een keurig bordeel, met een stichting die toezicht houdt op het welzijn van de prostituees. Het had gekund, zegt Ronald Wiggers, directeur van vastgoedbedrijf Stadsgoed. Toen hij in 2007 alle achttien panden van seksexploitant Charles Geerts aankocht, was hij opeens de baas van ruim vijftig 'ramen' in de Amsterdamse rosse buurt. Maar pooier werd hij niet. Een onderdeel van een woningcorporatie dat een bordeel exploiteert - dat vond de raad van commissarissen van Stadsgoed te riskant. 'Maar ik had het heel graag willen doen. Juist om te testen of je een bordeel kunt runnen dat veilig, legaal en gevrijwaard van mensenhandel is.'


Bij de Waag in de Amsterdamse binnenstad regent het, en het houdt niet op. Ronald Wiggers (46), krijtstreep onder een tweepersoonsparaplu, en Italiaanse schoenen die hoe dan ook toch nat worden, is op de fiets gekomen. In de jaren tachtig liep hij zowat elke dag langs de Waag op weg naar de universiteit, waar hij fiscale economie studeerde. Na zijn studie en een korte carrière als fiscaal jurist en makelaar, werd hij in 2003 directeur van de NV Stadsgoed, een dochter van de Amsterdamse woningbouwcorporatie Stadgenoot. 'Ja, ik was degene die zo nodig sociaal moest zijn. De makelaars lachten me uit omdat ik bij een woningbouwvereniging ging werken. Maar ik zag zoveel graaiers in de makelaarswereld. Het ging om niets anders dan geld verdienen. Bij corporaties werken in het algemeen bevlogen mensen die niet alleen aan geld denken. Die willen ook een mooie stad.'


In zijn hoedanigheid als directeur van Stadsgoed kocht Wiggers tientallen panden op aan de Amsterdamse Wallen en op het Damrak, de met steakrestaurants en gokhuizen bevolkte weg van het station naar de binnenstad. Op de Wallen deed hij zaken met onder anderen seksbaas Charles Geerts, op het Damrak met de Israëlische Barazani-familie. Reusachtige vastgoeddeals. Zijn doel: 'De binnenstad redden. De binnenstad leefbaarder en minder morsig maken.' Wiggers is ook de initiator van het project 1012 (genoemd naar het postcodegebied), waarin onder meer Stadsgoed, de gemeente, politie en justitie samenwerken om het gebied op te schonen.


Buiten wijst hij in de richting van de Geldersekade. Als zijn drang om 'iets van betekenis te doen' ergens begonnen is, is het daar, op weg van het station naar de universiteit. 'Van een druk kosmopolitisch punt kwam je in twee minuten in een gebied waar niemand grip op had. Zo was het in de jaren tachtig en negentig. Het stond vol met junks, dealers, tippelaars, zestig of zeventig. Er kwamen veel ripdeals voor, er werd geschreeuwd en gestolen. Op een ijskoude dag zag ik een meisje op straat lopen in niet meer dan een hemd en onderbroek, met haar pooier er op veilige afstand achteraan. Ze was niet ouder dan 16. En iedereen liep er aan voorbij.' Het raakte hem, zegt hij. 'Ik weet niet waarom, maar ik moest er iets aan doen.' Een zendeling? 'Ja, misschien ben ik dat wel. Een roepende in de woestijn, zo voelt het eerder.' Hij wijst nog maar eens naar de Geldersekade. 'Nu is de kade helemaal opgeknapt en verbouwd.'


Naar de Wallen. Het regent nu niet meer, het stort. Als bij toverslag zijn de bezoekers verdwenen en lijken de smalle straatjes grauwer en viezer dan anders. Via de Bloedstraat naar de Oudezijds Achterburgwal; in portieken en cafédeuren schuilen groepjes toeristen in trainingspak. Wiggers wijst achter zich, naar de roodverlichte ramen in een smalle steeg: 'Heb je één Nederlandse vrouw gezien?' Hij loopt door, naar de smalste steeg van Amsterdam, de Trompettersteeg. De passage, want meer is het niet, is bedekt met een solide laag graffiti. De paraplu's zijn te breed voor deze steeg, zodat een van de vrouwen achter het raam de camera van de fotografe in het oog krijgt. 'Puta!' schreeuwt ze haar na. 'Dat betekent hoer', vertaalt Wiggers. Hij grijnst. Aan het eind van de steeg is een tiental ramen onbezet. 'Kijk, dit is dus van ons, het hele pand.' En daarboven? 'Daar gaan we woningen maken en opknappen.' In dit hele buurtje, het Sint Annenkwartier, zullen de ramen verdwijnen. Wiggers is nu bezig om samen met de gemeente panden te ruilen. Hij wil zijn ramen aan de Oudezijds Achterburgwal, die ongebruikt zijn, wisselen met die van exploitanten in de buurt. 'Zodat de bordelen aan de gracht worden geconcentreerd, en er geen vrouwen meer in zulke steegjes zitten. Dat maakt het toezicht eenvoudiger.'


Trofee

Een paar dagen daarvoor, toen regende het ook al, had Wiggers in zijn kantoor in Amsterdam-Oost desgevraagd de partij rode bordjes met spijkergaten laten zien die er tegen de muur staan: 'Kamers te huur. With airconditioning. Gekoeld neuken.' Ze komen van de panden van 'dikke' Charles Geerts, de bordeelexploitant van wie Wiggers in 2007 nagenoeg eigenhandig achttien panden in een keer opkocht. 'Mijn trofee', zegt hij. 'Die bordjes vertegenwoordigen een waarde van 25 miljoen euro.' Het was de megadeal die het project 1012 inluidde. 'Sinds de commissie-Van Traa, die in 1996 constateerde dat een groot deel van de Wallen in criminele handen was, groeide het besef dat je door vastgoed aan te kopen een ontspoord gebied kunt reguleren. Dat ging jaren pandje voor pandje, maar deze deal veranderde in een keer het perspectief.' Hij roert ongedurig in zijn koffie. 'Dit was de eyeopener. Ik had het gevoel of ik de koningin van het schaakbord had gehaald. Als je zo'n grote speler weghaalt, kun je echt iets doen. De gemeente wilde meedoen. Toen hebben wij gezegd, nee geëist met de vuist op tafel: je mag meedoen, maar dan moeten jullie alles er omheen gaan regelen: meer toezicht, meer handhaving, een uitgebreidere Bibob-wetgeving, een nieuwe prostitutiewet... Dit was een heel grote aankoop, wij steken onze nek uit, nu is het jullie beurt om ons te helpen. Toen is 1012 echt van start gegaan.'


Hoe ging dat met Charles Geerts? Wiggers: 'Ik heb hem zelf benaderd. Er gingen geruchten dat hij wilde verkopen. Ik was doodsbenauwd dat hij dat aan buitenlanders zou doen, en dat we er de volgende twintig jaar niet meer tussen zouden kunnen komen. En toen ben ik hem lastig gaan vallen en bellen. We hebben acht maanden lang bijna elke dag onderhandeld. Ook omdat het zo'n ongelooflijk complexe vastgoeddeal was.'


Wat zei Geerts toen Wiggers hem voor de eerste keer belde?


Wiggers: 'Hij zei: wat moet jij nou, jochie? Ik: ik ga je panden kopen. Hij: dat gaat niet gebeuren. Ik: dat gaat wel gebeuren. We belden meestal, maar we zaten ook vaak bij elkaar. Hij vond mij nogal een moraalridder. Dat heeft hij me weleens verteld. We hadden heel open gesprekken, ik had eigenlijk een enorme klik met hem. Er was wederzijds respect. Ik begreep wel hoe hij zover was gekomen. Het was een leuke tijd, zwaar maar leuk. Op den duur liet hij zijn dekking zakken. In het begin kwamen er soms tien adviseurs met hem mee, later maar een. En dan belde hij op: 'Wat voor broodje wil je? En wil je er jus d'orange of melk bij?'


'Toen de deal rond was, zei hij: 'Nu ben jij de Wallenkoning.' Nou ja. Maar alle partijen waren tevreden en vonden dat zij het best uit de onderhandelingen waren gekomen. Hij, ik, en de gemeente ook.'


Wiggers vertelt dat Geerts, voormalig fruitverkoper op de Dappermarkt, later terugkwam met een vraag: waarom Stadsgoed zijn appels wilde kopen voor de prijs van sinaasappels. Wiggers: 'Ik heb geantwoord: voor mij zijn het perziken. Toen begreep hij wat ik wilde doen.'


Twee jaar later kocht Wiggers de Barazani's uit, de Israëlische familie die twaalf panden in bezit had op het Damrak, waar steaktenten, frietkotten, supermarktjes, een wodkamuseum en goedkope hotels in zaten. Maar hoe vriendelijk de zaken gingen met Geerts, zo hels ging het eraan toe met de Barazani-broers. Wiggers: 'Dat was een heel ander metier. Daar was geen enkele klik. Wat ik in de twee jaar dat deze deal ophanden was heb meegemaakt... Vloeken, tieren, uitschelden, bedreigen Al eerder had hij geleerd nooit alleen naar onderhandelingen te gaan, toch heeft hij soms moeten rennen voor zijn leven. Verontschuldigend: 'Ik weet inmiddels veel van die wereld. Maar ik kan niet alles vertellen, dan zou ik moeten verhuizen. En dat is het minste. Maar', zegt hij, 'het gaat me dus niet alleen om de Wallen. Het gaat me om al die slechte verhuurders in de binnenstad die niets anders willen dan geld verdienen. Die Barazani's hadden hotels met ratten en niet aangesloten riolen. Dat is dan de entree naar je stad. Waardeloos. Het hoeft geen PC Hooftstraat te worden, maar gewoon een nette straat, met klassieke panden en leuke ondernemers. Ik ben blij dat het Exchange Hotel, van Amsterdamse ondernemers, nu op de Dam zit. Die matsen we een beetje met investeringen. Als Stadsgoed proberen we het bij foute eigenaren weg te halen en het aan prettige ondernemers te geven. Dat zien we als onze maatschappelijke taak. We hebben het beste voor met de stad.'


Toprestaurant

Op de Wallen bij de Oude Kerk schijnt het neonlicht in diepe regenplassen. De trots van het middeleeuwse plein is tegenwoordig toprestaurant Anna; het plan is om het hele gebied rond de kerk in oude luister te herstellen. Ook hier verdwijnen de ramen, die in Baantjer regelmatig als decor opdoken.


'Het moet hier weer een historische, sfeervolle plek worden', zegt Wiggers. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Hij wijst naar het terras van Anna, waar glazen windschermen tegen de muur geleund staan. 'Die zijn voor het afbakenen van het terras.' Het spanningsveld tussen het toprestaurant en de smoezelige buurt vat hij als volgt samen: 'Voor ze deze schermen hadden, pisten toeristen in de glazen op de terrastafeltjes.'


Hij is trots op 'zijn' nieuwe huurders. Bijvoorbeeld op modeontwerper Edwin Oudshoorn, die verderop, aan de Oudezijds Voorburgwal, een voormalige hoerenkast huurt als woon- en werkruimte. Wiggers wijst naar de etalagepop met sierlijke avondjurk en klopt op het raam - Oudshoorn is net de collectie aan het opruimen waarmee hij een dag eerder de Fashion Week mocht afsluiten. In de smalle, wit gesausde pijpenla staan kledingrekken en paspoppen, op de plek waar niet lang geleden peeskamertjes waren.


Wiggers glimt. 'Er is de laatste tien jaar veel bereikt. De wet-Bibob, die moet tegengaan dat ondernemers vergunningen misbruiken voor criminele activiteiten, heeft veel effect gehad. Er zijn nauwelijks junks en dealers meer - een prestatie van de verslavingszorg, infrastructuur, straatmanagers, noem maar op. Dat we van 500 ramen naar 300 zijn gegaan, vertelde ik al. Om precies te zijn van 476 ramen in 2006 naar 292 eind 2011. Nu moeten die nog netjes worden. Dat zou echt winst zijn. Politie en justitie doen daar veel aan. Dat moet je van me aannemen.'


Hij zou nog graag bijvoorbeeld een (tweede) brouwerij in de buurt huisvesting bieden, ondernemers als die van restaurant Mata Hari - gevestigd in het voormalige gokpaleis van hasjhandelaar Frits van de Wereld - zegt hij ook graag te zien verschijnen, om de leefbaarheid in de buurt te vergoten. Een paar dagen geleden nog leverden zijn inspanningen een welwillend stuk in The New York Times op, over alle nieuwe non-seksbedrijven in de rosse buurt. 'Het Red Light District wordt steeds minder louche', schreef de krant.


Twaalf jaar geleden citeerde The New York Times nog politiewoordvoerder Klaas Wilting en diverse Wallenbewoners die het gebied roemden om zijn tolerantie en vrijheid-blijheid. 'Dat is het romantische, Baantjer-achtige beeld, waar ik me al acht jaar heel hard tegen verzet', zegt Wiggers. De Wallen als libertijnse en fijn rafelige buurt, als typisch Nederlands, waar het 'oudste beroep ter wereld' gezellig in alle openheid floreert.


Die romantiek is hardnekkig. De documentaire Ouwehoeren over twee - inderdaad - oude hoeren op de Wallen, sloeg wereldwijd aan (Wiggers: 'Zij zijn ooit ook achter het raam geslagen, wat zegt dat?'), en Frans Bromet maakte een paar maanden geleden nog een NCRV-documentaire met de teneur dat prostitutie een prettig vak is. Wiggers, beslist: 'Dat kan zijn, maar in werkelijkheid zijn de meeste vrouwen niet anders dan slavinnen. Geronselde Russische of Hongaarse meisjes, die door hun pooiers met honkbalknuppels in het gareel worden gehouden en zelf geen cent mogen houden. Ik ken de verhalen van justitie en politie, en die zijn veel erger dan je je kunt voorstellen. Als je de rapporten leest, barst je in tranen uit. Zouden toeristen hier net zo graag lopen als er aan het begin een bordje stond met: 'Er zijn hier vrouwen die het slachtoffer van mensenhandel zijn'?'


Bij Casa Rosso (liveseks op een podium), de portier knikt vriendelijk, is hij naar eigen zeggen nooit binnen geweest. 'Ik heb de Wallen nooit spannend gevonden.' Wel heeft hij ten tijde van de Geerts-aankoop achter het raam gezeten om te ervaren hoe dat was. 'Onwijs intimiderend. Onwijs indringend. Zelfs met de deur dicht vond ik het doodeng. Verderop stond een compleet gedrogeerde man tegen het raam te beuken. Dan denk ik, hoe doen die vrouwen dat.'


Toch is hij er dubbel in, zegt hij. 'Want ik denk, en daar heb ik anders over gedacht, dat er behoefte is aan prostitutie. En de Wallen zijn natuurlijk belangrijk voor de economie van de stad. Dus we gaan niet doen wat New York wel heeft gedaan, alle prostitutie uit de stad weren. De Wallen blijven de Wallen, maar een kleiner, geconcentreerder gebied. En hét grote verschil zal de nieuwe prostitutiewet maken die eraan komt. Het wordt netter, daar ben ik van overtuigd. Bordelen moeten in de nieuwe wet een vergunning aanvragen, dat hoeft nu niet. Prostituees krijgen een registratieplicht, en de leeftijdsgrens gaat van 18 naar 21. Bovendien gaat de gemeente veel meer toezicht houden. Ik heb ook wel het idee dat de beeldvorming langzaam aan het veranderen is. De raamexploitanten bijvoorbeeld ontkennen niet meer glashard dat in deze buurt mensenhandel plaatsvindt. Dat deden ze een paar jaar geleden nog wel.'


Dubieus

Er is altijd veel kritiek (geweest) op project 1012. Iets wat Wiggers nog steeds verbaast. De Wallen-schoonmaak is volgens directeur Jan van der Moolen van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) geen taak van corporaties, zo meldde hij aan De Telegraaf. Wiggers zegt daarop: 'Vreemd, dat wij als corporatiedochter door de overheid gevraagd worden om allerlei riskante activiteiten (stadsvernieuwing, zorg, Wallenaanpak) op ons te nemen, en nu door een ander overheidsorgaan daarvoor op de vingers worden getikt.'


De gemeenteraad heeft ook twijfels: SP-fractievoorzitter Laurens Ivens en socioloog Laurens Buijs schreven in een opiniestuk in de Volkskrant dat de aankoop van al die panden 'heilloos' is en weinig effect heeft op de vrouwenhandel. Ze zetten vraagtekens bij het betalen van grote sommen geld aan dubieuze vastgoedeigenaren en vinden dat allereerst de criminaliteit en de herkomst van crimineel verkregen geld moet worden aangepakt. Dat laatste punt is en blijft de crux, weet Wiggers als geen ander. 'Zolang een partij niet is veroordeeld, kan ik er zaken mee doen. Ik schaamde me voor de zaken van de Barazani's op het Damrak. Maar ik heb toch ook respect voor meneer Barazani. Keukenhulpje geweest, opgeklommen, een pandje gekocht. En waar al die andere panden van gekocht zijn, dat weet ik allemaal niet, dat is ook niet mijn zaak. Maar ik denk ook: die situatie met die mannen duurt al twintig jaar, en niemand doet er wat aan. En niemand is blijkbaar in staat geweest er wat aan te doen. Amsterdammers mijden het Damrak. Niemand voelde zich geroepen. Ik wel. Ik wil van betekenis zijn voor de stad. Het is heel makkelijk om mij nu te gaan veroordelen, maar wat hebben jullie er zelf aan gedaan? En wat heb je liever? Nu kunnen er bedrijven komen die wel voldoen aan de wet, en die wat toevoegen aan Amsterdam. Tja... En de Barazani's zijn trouwens met hun geld naar het buitenland vertrokken.'


En nu? Hoe staan de zaken ervoor? Is er nog geld voor nieuwe grote aankopen? Nee, de crisis heeft toegeslagen. Stadsgoed maakt nog steeds netjes winst, maar heeft niet meer de capaciteit om megadeals te sluiten, ook doordat bij moeder Stadgenoot de helft minder woningen worden verkocht dan in de goede jaren. 'Desnoods moet het maar langer duren, en op kleinere schaal', besluit Wiggers, die intussen elders kapitaal zoekt: bij grote beleggers, banken en 'family offices, rijke familiebedrijven'. 'Er zijn genoeg bedrijven en mensen die ons een warm hart toedragen', denkt hij. 'We hebben een belangrijke taak in de stad. En ik heb wel door dat we ons verworven vastgoed nooit meer kunnen verkopen. Als je het aan de markt overlaat, gaat het net zoals vroeger. We moeten als een kip op het ei blijven zitten.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden