De racefiets

Op de radio belde iemand met bekende Nederlanders en vroeg naar hun grootste wens voor het nieuwe jaar, het sneeuwde zacht en ik had De Renner bijna uit - God, wat een prachtig boek....

Er had zich een licht gevoel van euforie en verwachting van mij meester gemaakt, al had ik niet direct een idee waarom.

Het zal het bier zijn, dacht ik, want hoewel het kwart over elf in de ochtend was, gingen de beugelflesjes over tafel; jongens waren we en nog maar 23, we zaten in een huisje in Drenthe en een beneveld etmaal was ons streven.

Toen hoorde ik plotseling die stem, die wat timide, bescheiden, een beetje stotterende stem.

En die stem zei: ik wil volgend jaar graag de Tour de France wi-wi-winnen.

De tranen schoten mij in de ogen, want het was de stem van Hennie Kuiper. Ik had al vijf zomers voor de radio zitten bidden dat Hennie Kuiper de Tour de France zou winnen. Toen Zoetemelk won was ik teleurgesteld: Hennie was weer tweede.

Ik las hoe Tim Krabbé zich klaarmaakte voor de sprint in Meyrueis. Ik hoorde Hennie uitleggen wat dat voor hem zou betekenen, als hij eindelijk de Tour zou winnen en opeens wist ik het.

Ik ging een racefiets kopen. Ik zou met Hennie gaan meetrappen, op weg naar de zege.

Had Tim Krabbé niet pas op zijn dertigste besloten wielrenner te worden? En was hij desondanks niet toch een keer tweede geworden in het Nederlands Kampioenschap voor veteranen? Plus tweede in Meyrueis?

Dus wat lag er dan niet voor mij in het verschiet, als ik mij onmiddellijk met hart en ziel aan de topsport zou uitleveren? Ik zou als een beest gaan trainen, ik zou stoppen met roken en drinken en voorts elke avond om half tien naar bed gaan.

Een mooi plan, zei mijn vriend Wigle die zelf een racefietsje had.

Dat wordt niks, zei mijn vriend Bauke.

Waarna ik het voor de laatste maal flink op een innemen zette.

Op 14 januari 1981 kocht ik voor 550 gulden een tweedehands Gazelle bij de firma Luytink in Groningen. Dezelfde dag nog schafte ik ook een rood hardkaften schrift aan, waarin ik mijn trainingsritten zou gaan noteren. Ik kocht een koersbroek en een rennersshirt. Ik stopte met roken en schroefde ook het biergebruik sterk terug.

Ik citeer uit het rode schrift:

18-1-1981: Zuidlaren (40 km)

22-1-1981: Saaksum-Winsum (40 km)

23-1-1981: Hoogezand-Zuidlaren (45 km)

1-2-1981: Norg-Peize (40 km)

8-3-1981: Zuidlaren-Zeegse (50 km)

15-3-1981: Oosterwolde (100 km)

29-3-1981: Drenthe (85 km)

19-4-1981: Daarle-Holterberg (85 km)

20-4-1981: Holterberg-Groningen (106 km)

En daarna niets meer. Op de terugweg van de Holterberg hadden we een straffe wind tegen en mijn fietsvrienden verkeerden kennelijk in veel betere vorm dan ik. Ik hing voortdurend aan het staartje, ik dacht dat ik dood ging, ik wilde de fiets op de grond gooien en hem dubbelvouwen. Toen we eindelijk in Groningen waren aangekomen verklaarde ik volkomen uitgeput dat ik fietsen haatte.

Veertien jaar en zes verhuizingen later staat de fiets in een schuurtje in Alkmaar. Sinds mei 1981 een lekke voorband.

Het is nu te laat, ik ben 38.

Soms kijk ik nog wel eens in mijn rode schrift en denk: als ik me nou eens niet zo snel en slap had overgegeven? Misschien was ik wel Nederlands journalistenkampioen geworden. Die dingen gebeuren.

Hennie Kuiper heeft nooit de Tour de France gewonnen.

Bert Wagendorp

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden