De raadsels van het menselijk gedrag

Deze zomer las ik In the Garden of Beasts van Erik Larson. In dat boek worden de belevenissen beschreven van William E. Dodd, die in 1933 werd benoemd tot Amerikaanse ambassadeur in Berlijn. Dodd, voormalig hoogleraar geschiedenis in Chicago, protegé van president Roosevelt en niet van antisemitische smetten vrij, begint zijn werk met het vaste voornemen zich niet te laten beïnvloeden door de 'vooroordelen' die er tegen Hitler c.s. bestonden. Hij wilde met een open mind de Amerikaanse belangen in Berlijn behartigen. Zijn volwassen dochter ontpopt zich zelfs al gauw tot een bewonderaarster van het nazibewind, dat in haar ogen een verfrissend 'nieuw' Duitsland opbouwt.

Het is fascinerend te lezen hoe de Dodds, met hun welwillendheid ten opzichte van het nieuwe regime in Duitsland, ondergaan hoe in een paar jaar tijd een heel volk zich in euforische bewondering bekeert tot steun aan een stelletje moorddadige misdadigers.

Dodd begint al snel het misdadige naziregime als een bedreiging voor de wereldvrede te zien. Als een roepende in de woestijn probeert hij tevergeefs het State Department in Washington daarvan te overtuigen. Zijn dochter gaat in haar gegroeide afkeer van de nazi's zelfs zo ver dat ze eindigt als een spion voor de Sovjet-Unie.

Ik acht de kans dat een stelletje misdadigers van het type Hitler c.s. ons pad nog een keer zal kruisen erg klein. Maar het proces waarin een heel volk in betrekkelijk korte tijd fundamenteel van inzicht kan veranderen, ook over de belangrijkste waarden in de samenleving, is zeker niet uniek. Menselijk gedrag wordt in hoge mate door omgevingsfactoren bepaald, ook als het gaat om minder ingrijpende veranderingen dan in de jaren dertig in Duitsland.

Moslimterrorisme

Zo fascineert het mij als socioloog hoe het moslimterrorisme zo dominant kon worden in het maatschappelijk debat in Nederland, bijvoorbeeld in vergelijking met het terrorisme zoals zich dat manifesteerde in de jaren zeventig. In 1972 waren er in Ravenstein en Ommen twee aanslagen op gasverdeelstations, in 1973 werd een KLM-vliegtuig gekaapt door Palestijnen, in 1974 werden 11 mensen gegijzeld op de Franse Ambassade door Japanse terroristen, in 1977 kaapten Zuid-Molukse jongeren een school en een trein en in 1977 schoot RAF terrorist Knut Folkerts een politieagent dood.

Ik wil de moord op Theo van Gogh niet bagatelliseren, maar het was een zeer ernstig incident vergeleken met de reeks aanslagen en het aantal in de jaren zeventig. In mijn herinnering werd er toen tamelijk nuchter op alle acties gereageerd.

Er bestond grote aarzeling over strenger optreden van de overheid en het geven van meer bevoegdheden aan inlichtingendiensten. De acties van de Molukse jongeren werden niet de Molukse gemeenschap als geheel aangerekend, maar mensen uit die gemeenschap werden ingeschakeld om toenadering tot die jongeren te zoeken. Nog steeds heb ik zelf geen bevredigende verklaring voor het verschil in benadering toen en nu, want ook geopolitiek was toen de dreiging veel groter dan nu.

Hetzelfde soort vragen heb ik ten aanzien van andere opzienbarende gebeurtenissen in deze zomer. Hoe is het te verklaren dat een revolutie in Oekraïne die in het Westen werd gezien en beschreven als een overwinning van de democratie ertoe leidde dat de bevolking van Oost-Oekraïne en de Krim vrij massaal opteerde voor aansluiting bij Rusland?

De rol van Poetin als verklaring vind ik onvoldoende. Die rol had hij niet kunnen spelen als de bevolking in Oost-Oekraïne en op de Krim niet die voorkeur had gehad. En hoe kon de populariteit van Poetin ineens verveelvoudigen vanwege zijn agressieve acties? De manipulatie van het nieuws in Rusland verklaart dat niet. In de tijd van de Sovjet-Unie was die nog veel groter, maar toen geloofde niemand wat de media verkondigden en de leiders waren impopulair.

Sinds een paar maanden weten we van het bestaan van de Islamitische Staat. Uit het niets bezetten strijders van die organisatie ineens een groot deel van Irak. Het leger van dat door Amerika 'bevrijde' en bewapende land beperkte zich aanvankelijk tot het snel overhandigen van hun wapens aan de vijand. De Islamitische Staat is in een maand tijd de grote vijand in het Midden-Oosten geworden en er ontstaan onwaarschijnlijke coalities om die te bestrijden.

Met een onbeschrijflijke wreedheid worden door strijders van IS onschuldige burgers vermoord, liefst voor het oog van camera's. Niettemin lijkt die organisatie veel moslimjongeren, ook bij ons, te inspireren. Daar moet een reden voor zijn. Waarom kennen wij die niet?

Marcel van Dam is socioloog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden