De R & B-ambitiesvan Missy Elliot

Missy Elliott: The Cookbook. Atlantic/Warner...

Op een podium is Missy Elliott tot hoegenaamd niets indrukwekkends in staat, zo weten we sinds haar beschamende Nederlandse podiumdebuut, vorig jaar op Urban Nation XXL. Dat optreden bewees maar weer eens dat ze een studioartieste is, die valt of staat bij de kwaliteiten van Timbaland, haar ontdekker en vaste producer.

Op The Cookbook, haar zesde studioplaat, is Timbaland geen alleenheerser meer, maar fungeert hij als een soort toezichthouder, die gastproducers tracks voor hun rekening liet nemen: zo werd het vette funkgeluid in On & On verzorgd door, jawel, The Neptunes.

In dat soort nummers, al dan niet voorzien van hitsige teksten, is Missy Elliott nog altijd op haar best: bronstig en vet moet ze klinken, schijnbaar achteloos rappend over een stuiterend urban-ritme. De single Lose Control is er een sterk voorbeeld van.

Helaas had Missy dit keer ook andere ambities: ze wilde laten horen dat ze ook een goede R & B-zangeres is. Het leverde een mislukt onderonsje met Mary J. Blige op en de kwijlballad Remember When, misschien wel de grootste fout die ooit langs haar muzikale eindredacteur Timbaland glipte.

The Departure: Dirty Words. Parlophone/EMI.

De sterke eerste singles van The Departure (All Mapped Out en Be My Enemy) verschenen in thuisland Engeland al ruim een jaar geleden, en op het Amsterdamse festival London Calling waren ze ook al vroeg te zien. Nu is eindelijk het albumdebuut van de vijfmansband uit Northampton te koop.

Dirty Words is een meeslepende gitaarplaat geworden, met elf songs van een heel behoorlijke compositorische consistentie voor zo’n jong, debuterend gezelschap.

Alleen al de wetenschap dat de vijf bandleden flink in de Heer zijn, maakt hun donkere, bezwerende dansrock intrigerend. Het bandgeluid drijft op galmende gitaren, zoals we ze kennen van Depeche Mode, Joy Division en tegenwoordig Interpol. David Jones (ja, zo heet David Bowie ook) is bovendien een frontman die het wat zang, dictie en presentatie betreft helemaal begrepen heeft. Voor groepen als The Killers en The Bravery doet The Departure niet onder.

Art Brut: Bang Bang Rock And Roll. Fierce Panda/Sonic Rendezvous.

Tijdens de London Calling-editie waar The Departure zich aan het Nederlandse publiek voorstelde, was ook Art Brut te zien, een band die óók al driftig leent uit de Britse underground van de jaren tachtig, maar dan wel uit een hoek die door vrijwel alle andere jonge bandjes genegeerd wordt. Het idool van de studentikoze, even irritante als geestige Art Brut-frontman Eddie Argos móet wel Mark E. Smith zijn, de snerende cynicus van The Fall.

Iedereen kan in een bandje zitten, is de gedachte. ‘Look at us! We formed a band!’, gilt Argos in de ruw rockende openingstrack van het album en tevens de debuutsingle. Zijn teksten zijn zó geestig dat je in bijna elk nummer wel een keer in de lach schiet.

Je moet tegen dat praatzingende geschreeuw van de Art Brut-frontman kunnen (‘yes, this is my singing voice!’, meldt hij ergens), maar geen andere bandleider van dit moment kan zo hilarisch verslag doen van bijvoorbeeld zijn onhandige en meelijwekkende jacht op vrouwelijk schoon, met alle glorieuze triomfen (‘I saw her naked! Twice!’) en nederlagen van dien: ‘I’m sorry, I’m so sorry, please don’t tell your friends’.

Art Brut is cocky, bijdehand en rockt alle kanten op, zonder dat er sprake lijkt van een stilistisch of muzikaal manifest. Wat krijg je van dit soort ongeleide projectielen uit Groot-Brittannië toch een onuitstaanbaar goed humeur.

Menno Pot

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden