De PvdA en het nieuwe midden

Lex Hoogduin was ooit de kroonprins van Nout Wellink bij De Nederlandsche Bank, nu is hij een onafhankelijk en scherp econoom. In Het Financieele Dagblad (FD) ontpopte hij zich enkele weken geleden tot de gesel van de polder. Nederland kan zoveel beter, riep Hoogduin. Hij verweet de sociale partners vooral de gevestigde belangen te dienen en een kleurloze politiek waterige compromissen. Hoogduin ziet stilstand waar beweging nodig is.


Vooral het verwijt aan de politiek viel verkeerd bij Volkskrantcolumnist, voormalig PvdA-partijleider en formateur van het huidige kabinet Wouter Bos. Hij noemde Hoogduin een 'salonpopulist', iemand die salonbewoners als werkgeversvoormannen, topambtenaren, hoogleraren economie en FD-journalisten naar de mond praat zonder oog te hebben voor de complexe werkelijkheid waarin politici hun werk moeten doen.


In drie columns legde Bos uit hoe het politieke midden is leeggelopen. Hoe de lager opgeleide middenklasse in de armen is gevlucht van lieden die beloven dat alles bij het oude kan blijven. Deze 'populisten' delen met hun hervormingsgezinde salonfähige tegenvoeter een afkeer van politieke compromissen. (Salon)populisten vinden compromissen al snel 'verdacht'.


Bos wijst erop dat deze coalitie, ondanks de economische neergang, pensioen, zorg en woningmarkt heeft aangepakt. Dit in lijn met wat al jaren wordt bepleit in de Haagse salons. Volgens hem is het eerder een beetje te veel geworden en is nu 'temporiseren en draagvlak verbreden' nodig om niet te ver af te drijven van wat Bos de 'nieuwe middenpartijen' noemt: SP en PVV, inmiddels even behoudend als destijds CDA en PvdA.


Het verwijt van Hoogduin is pijnlijk voor de PvdA, een partij die inderdaad het nodige in gang heeft gezet en daar nu de wrange electorale vruchten van plukt. Het laatste wat de PvdA nu kan gebruiken, met twee verkiezingen voor de boeg, is dat ook de salonbewoners zich van haar afkeren.


Tegelijkertijd roept de identificatie van een nieuw politiek midden door Bos de vraag op waar PvdA en VVD staan in dit nieuwe politieke speelveld? Dicht bij elkaar, aan de kant van de radicale hervormers? Of juist aan tegenovergestelde zijden van het politieke spectrum, met tegengestelde hervormingsagenda's en het populistische midden tussen hen in?


Dat laatste betoogde ik in mijn column ('Het nieuwe midden') op de verkiezingsdag 12 september 2012. In de verkiezingsstrijd waren VVD en PvdA naar verschillende politieke flanken opgeschoven. Rutte afficheerde zich als een 'socialistenvreter' en beloofde pal te staan voor de hypotheekrenteaftrek. Samsom waarschuwde voor de asociale VVD en zei met Emile 'Over my dead body' Roemer dat de Europese begrotingsnormen niet al te letterlijk moesten worden genomen.


In tegenstelling tot de VVD was de SP juist gaan 'dimmen'. Om in het hervormingsluwe politieke midden te komen, moest Marx uit het program, terug in de boekenkast. Vergeleken bij eerdere steunpilaren van het kabinet als de LPF en de PVV is de SP een keurige middenpartij met een voorbeeldige partijdiscipline en de nodige bestuurlijke ervaring. Geen reden dus voor CDA en D66 om samenwerking categorisch uit te sluiten. Zeker niet als daar mooie ministersposten en herkenbare hervormingen tegenover staan. Een compromis dat de kiezers zouden hebben begrepen in het licht van de gevoerde campagnes.


De PvdA had op zijn minst het compromis met de SP moeten onderzoeken. Eenvoudig zou dat stellig niet zijn geworden. Met de kennis van nu moeten we echter vaststellen dat ook het gekozen alternatief, regeren met de VVD en een minderheid in de Eerste Kamer, zo zijn complicaties kent. Het beleid zou niet heel anders zijn en de SP, electoraal geneutraliseerd, medeplichtig aan de door D66 en CDA afgedwongen hervormingen.


Niet alle politieke compromissen zijn verdacht, maar sommige wel meer dan andere. Heftig campagne voeren met als inzet elkaar uit het Torentje te houden om er vervolgens samen snel in te duiken, draagt niet bij aan een herkenbare politiek. Het maakt de Nederlandse politiek kleurloos en onvoorspelbaar. Of, zoals Hoogduin stelt, de VVD en PvdA tot 'amorfe clubjes'.


Gegeven het prille economische herstel en de onvoltooide hervormingsagenda van dit kabinet, moeten VVD en PvdA nu vooral proberen 'de boel bij elkaar te houden'. Tegelijk moet de PvdA bepalen waar ze staat op dit nieuwe politieke speelveld. Wat mogen de kiezers van de PvdA verwachten bij de komende gemeenteraadsverkiezingen en de daaropvolgende collegeonderhandelingen? Een compromis ja, maar welk?


Rens van Tilburg

is econoom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden