De pure vreugde van het zingen

BIJNA tegen beter weten in blijft de Newyorkse criticus Gary Giddins onvermoeibaar speuren naar nieuw vocaal jazztalent. Twaalf jaar geleden schreef hij in het weekblad The Village Voice al over 'de ontelbare uren van puur masochisme' die zijn anachronistische hobby hem opleverde....

Begin jaren zestig, aldus Giddins, was de natuurlijke evolutie van de jazz-zang tot stilstand gekomen, als gevolg van de breuk tussen de instrumentale jazz en het Amerikaanse song-repertoire. 'Wilden ze bijblijven, dan zagen jazz-vocalisten zich genoodzaakt tot jodelen, krijsen of galmen over peace and love. Geen wonder dat het jonge vocale talent liever Aretha Franklin volgde.'

Toch deed Giddins in datzelfde stuk uit april 1983 een trouwhartige poging om een nieuwe jazz-zangeres op weg te helpen: Carmen Lundy, die vijf jaar eerder uit Florida in New York was aangekomen maar nog steeds geen plaat had gemaakt. 'She's got it all', verzekerde Giddins. 'Carmen Lundy is her own woman, and jazz has been looking for her a good long while.'

Een kleine tien jaar later, in november 1992, durfde Giddins de naam Carmen Lundy niet eens meer te noemen bij het lanceren van zijn volgende grote vocale ontdekking. Hij verwees alleen ironisch naar de vloek die kennelijk rustte op zijn aanprijzingen van nieuwe jazz-zangeressen: 'Het netto effect is meestal dat ze haastig de wijk nemen naar disco, fusion, science fiction, tv-commercials, premature vut, Europa of de vergetelheid.'

Achteraf gezien is het met Carmen Lundy iets minder onthutsend afgelopen. Nadat ze in de jaren tachtig in New York nooit echt was doorgebroken, vertrok ze in 1991 naar Los Angeles, waar producer Akira Taguchi van het JVC-concern haar ten slotte onder zijn hoede nam.

Lundy's cd-debuut op dat label, Self Portrait, is een zorgvuldige produktie waarin stevig is geïnvesteerd. Ze wordt begeleid door jazzmusici van naam (saxofonist Ernie Watts, pianist Cedar Walton, bassist John Clayton Jr), in drie stukken spelen echte strijkers mee, en de zangeres heeft het merendeel van het repertoire zelf mogen schrijven.

Dat laatste blijkt helaas eerder een handicap dan een voordeel. Als tekstdichteres hoort Carmen Lundy thuis in de school van Abbey Lincoln: de ene open deur na de andere platitude, alles gebaseerd op het misverstand dat het opsommen van emoties hetzelfde is als het met poëtische middelen oproepen ervan ('I need you more than words can say/I would be so lost without you/No one else could ever take your place/I want to be the one to hold you').

Ook in de vijf standards die ze zingt, waaronder Spring Can Really Hang You Up The Most en 'Round Midnight, plaatst Carmen Lundy zich nadrukkelijk in de categorie singer/actor: de dramatische interpretatie van de tekst staat voorop. Het resultaat is een nogal irritante opdringerigheid, die het zicht op de muziek soms belemmert.

Het nieuwe talent waarvoor Gary Giddins in november 1992 de aandacht van de wereld vroeg, heette Denise Jannah. De Surinaams-Nederlandse zangeres had op dat moment alleen de Timeless-cd Take It From The Top op haar naam staan. Mede dank zij Giddins' loftuitingen kon ze haar volgende cd A Heart Full Of Music met Amerikaanse begeleiders in New York opnemen.

Door eerdere teleurstellingen wijs geworden, was Giddins kennelijk vastbesloten zijn jongste ontdekking niet door zijn vingers te laten glippen. Op 5 januari van dit jaar tekende Denise Jannah een contract met Blue Note, en toen stond al vast dat Gary Giddins haar eerste cd voor dit befaamde Amerikaanse jazzlabel zou produceren.

Het in maart opgenomen album I Was Born In Love With You markeert in minstens één opzicht een glanzende triomf. De meeste jazz-vocalisten laten zich indelen in het schema singer/actor tegenover singer/musician (bijvoorbeeld Abbey Lincoln tegenover Sarah Vaughan). Eén grootheid ontstijgt beide categorieën: Ella Fitzgerald, die het hele schema irrelevant maakt door het gelukzalige enthousiasme waarmee ze niet zozeer interpreteert of musiceert, maar voor alles zingt.

Denise Jannah raakt met haar Blue Note-debuut diezelfde essentie: de pure vreugde van het zingen, die bij zoveel eigentijdse vocalisten is overwoekerd door gekunstelde pretentie of marktgerichte berekening. Ze wordt afwisselend begeleid door een big band onder leiding van arrangeur Bob Belden, door een octet, of door het trio van de begaafde pianist Cyrus Chestnut.

Dat tenorsaxofonist Javon Jackson als voornaamste instrumentale solist zelden boven de routine uitstijgt, doet weinig af aan de feestelijke kwaliteit van deze cd. Bye Bye Blackbird in verrassende 12/8 maat, A Night in Tunisia zelfs in 5/4, Them There Eyes in Surinaams kaseko-ritme - het is allemaal moeiteloos meesterschap en aanstekelijk genot.

Carmen Lundy: Self Portrait. JVC 2047-2.

Denise Jannah: I Was Born In Love With You. Blue Note 7243 8 33390 2 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden