De psychologische oorlog heeft IS al gewonnen

Angst, afstand en het gevaar in onszelf

De onthoofdingsfilmpjes, het gedreig van een polderjihadist, de verijdelde onthoofding in Australië: de psychologische oorlog heeft IS al gewonnen. Kranten en talkshows staan bol van de angst.

Het deed mij terugdenken aan mijn eigen aanval van islamangst. Op een vluchtje dat ik in de winter van 2002 maakte naar Londen, op doorreis naar een Caribisch eiland. Ik heb niet alleen een vrij diepgewortelde vliegangst, het was ook nog eens een jaar na 11 september. Dat had er bij mij veel meer ingehakt dan IS nu. Ik kende de stad, ik kende slachtoffers. Op dat moment echter maakte vooral het onstuimige weer me nerveus.

Ik had de man al op Schiphol gezien. Hij was zeer traditioneel, orthodox islamitisch gekleed. Wijduitstaande witte baard. Een lange witte djellaba. Met gesloten ogen was hij in een knikkende trance murmelend met zijn bidkraaltjes bezig. Ik mocht het van mijzelf niet denken, maar dacht het toch: daar wil je toch liever nu niet mee in het vliegtuig zitten.

Hij zat er mooi wel. Op mijn vlucht. Vlak achter me. Opgefokt als ik al was door de slagregens buiten, schreeuwde mijn intuïtie dat ik op moest staan en het vliegtuig uit moest rennen.

Stoelriemen vast. Ready for takeoff. Struikelend vocht het toestel zich een weg naar boven. Het was niet het moment voor zenuwachtig, steeds luider aanzwellend allahu akbar achtig geprevel, maar hij deed het ons wel aan. Ik was niet de enige die er bloednerveus van werd. Ik was zo gespannen geweest dat ik me omzichtig omdraaide. Ik keek de man strak en verwilderd aan.

'I hate flying', zei hij. Een kort geforceerd glimlachje, meer stond de turbulentie niet toe. Ik grijnsde ongemakkelijk terug. 'Me too.' Blozend van schaamte en woede op mijzelf.

Plotseling zag ik hem voor wat hij was. Een mannetje dat zichzelf met schietgebedjes door een schuddebuikend vluchtje hielp. Hij deed me in zijn broosheid plotseling nota bene aan mijn vader denken.

Racistische rotzakken

Een moment eerder was ik, met mijn multiculturele idealen, met mijn moslimvrienden, ervan overtuigd geweest dat deze wildvreemde man mij wel eens naar het leven zou kunnen staan. In het kader van: wrong time, wrong place. Had ik plat gezegd puur op basis van zijn uiterlijk bagger gescheten. En met mij het hele vliegtuig.

Het had mij verbaasd hoe snel die tunnel van angst mij in zijn greep had gekregen. Wat had ik gedaan, als hij plotseling was opgestaan om naar het toilet te gaan, en andere passagiers zich in panische woede op hem geworpen hadden, tot moes hadden geslagen, om deze terrorist maar uit te schakelen? Was ik opgelucht geweest? Had ik misschien wel, uit een acuut gevoel van heroïsch noodweerexces, mee getrapt?

Hij had het maar gedaan, door mijn vuurspuwende blik. Afstand genomen, van hoe hij eruitzag, van dat onophoudelijke bidden. Vliegen was al akelig genoeg zonder dat het hele vliegtuig je er ook nog toe in staat achtte eigenhandig met niets dan je bidkraaltjes die kist te doen neerstorten. Het katapulteerde mij terug naar mijn normale doen. Niemand was in gevaar, behalve hij. Wie deze oude baas ook maar een haar zou krenken, zou met mij te maken krijgen. De, ehm, racistische rotzakken.

Van het incident toen mijn acute islamofobie groter bleek dan mijn vliegangst heb ik geleerd hoe gevaarlijk bange mensen kunnen zijn. Want dat zag ik bij mijzelf. De statistische kans dat ik met een terrorist van doen had gehad, was zo goed als nihil. Het zat in mijn hoofd. De kans dat we een traditioneel uitgedoste vrome moslim in het vliegtuig zitten, in de metro, in de rij bij de Dirk, is zeer groot. Wie moet nu bang zijn voor wie?

Waarin schuilt het grootste alledaagse gevaar? In daadwerkelijke terreur, of in uit de hand lopende bange misverstanden dat een willekeurige voorbijganger daartoe in staat zou kunnen zijn?

'Ik wil dat je afstand neemt, want je jaagt mij de stuipen op het lijf. Maakt niet uit wie je bent, je ziet eruit als een van hen.'

Veel moslims weigerden het. Degenen die dat wel deden, wilden een statement maken over dat hun geloof gekaapt werd door bloeddorstige extremisten. Ik heb geen moslim gehoord die ervoor uitkwam afstand te willen nemen, uit angst. Omdat het doodeng is, in het land waarin je als religieuze minderheid leeft, werkt, wortel schoot, kinderen kreeg, kleinkinderen misschien, vereenzelvigd te worden met een vijand waarvan de meerderheid van je landgenoten gelooft dat die hen naar het leven staat. Dat is pas echt een reële dreiging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.