De psychische klap

De komende tijd zal er nog weinig te merken zijn aan de getroffen bewoners in Enschede. Pas na weken komt de klap....

Maarten Evenblij

NA DE EERSTE Wereldoorlog heette de aandoening Shell Shock Syndrome naar de soldaten die in loopgraven onder voortdurend granaatvuur hadden gelegen. Maar na de Vietnamoorlog kreeg het fenomeen pas goed aandacht als Post Traumatische Stress Stoornis: de waaier aan verschijnselen die mensen kan treffen als ze getuige zijn geweest van dramatische gebeurtenissen.

De psychiaters die de ziekte beschreven, hadden drama's voor ogen als oorlog, de Nazi-holocaust, de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, verkrachting, marteling en rampen als aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, vliegtuigongelukken en fabrieks-explosies. Maar inmiddels is de stoornis ook van toepassing op 'kleinere' en persoonlijkere trauma's, zoals een pijnlijke scheiding.

Ook door het wegvagen van de Enschedese woonwijk zal ongetwijfeld een flink aantal mensen last krijgen van een Post Traumatische Stress Stoornis. Bij de Bijlmerramp bleek dat wel 50 procent van de betrokkenen te zijn. Hoewel in Enschede veel minder onzekerheid bestaat over mogelijk vrijgekomen schadelijke stoffen - onzekerheid die de stress verhoogt - hebben ook hier nogal wat mensen zowel hun bezittingen in rook zien opgaan als dierbaren verloren.

Kenmerkend voor Post Traumatische Stress Stoornis, of PTSS, is een voortdurende herbeleving van het trauma in flashbacks of nachtmerries, terwijl het slachtoffer zich daarnaast continu verdoofd en emotioneel uitgeblust voelt. Het onderhouden van intensieve relaties met anderen valt PTSS-slachtoffers zwaar en ze reageren nauwelijks op wat er in hun omgeving gebeurt en vermijden activiteiten en situaties die hen aan het trauma doen denken.

Plotselinge geluiden en onverwachte situaties kunnen bij hen leiden tot overdreven schrikreacties en uitbarstingen van woede en agressie of aanvallen van angst en paniek. Rusteloosheid, slapeloosheid en depressie komen vaak voor bij de lijders aan de Post Traumatische Stress Stoornis, evenals 'dissociatie' - een ontkenning dat de traumatische gebeurtenis hen werkelijk is overkomen. PTSS-patiënten hebben meer zelfmoordgedachten dan gemiddeld en gebruiken vaker overmatig alcohol en drugs.

Het gekke is dat de Post Traumatische Stress Stoornis zelden tijdens of direct na het drama optreedt. Sommige mensen kunnen wel in een shock raken doordat de emotionele indrukken zo overweldigend zijn dat het zenuwstelsel 'op tilt slaat' en het lichaam reageert met een gigantische verlaging van de bloeddruk. Maar pas later treden de eerder genoemde (psychische) verschijnselen op. Die hoeven dan nog geen teken van Post Traumatische Stress Stoornis te zijn.

'Voortdurende herbeleving, slecht slapen, nachtmerries of schrikachtig zijn, zijn hele normale reacties om emotionele gebeurtenissen te verwerken. Pas maanden later blijkt dat 10 tot 20 procent van de mensen verwerkingsstoornissen heeft. Bij hen gaan de klachten niet over en komt er een aantal andere chronische verschijnselen, zoals depressie, bij', zegt prof. dr. Jan van den Bout, hoogleraar verliesverwerking aan de Universiteit Utrecht.

Amerikaanse cijfers van het Nationaal Centrum voor Post Traumatische Stress Stoornis schatten de kans dat Amerikaanse mannen tijdens hun leven een traumatische gebeurtenis meemaken op 61 procent en vrouwen 51 procent. Eén van elke vijf vrouwen krijgt daardoor PTSS, bij mannen is dat één op de twaalf. Vrouwen hebben dus meer dan twee keer zoveel kans op een chronische stoornis na een trauma dan mannen.

Wie na een ramp wel en wie geen Post Traumatische Stress Stoornis zal ontwikkelen, valt niet met zekerheid te zeggen. Mensen die kort daarvoor al een trauma meemaakten, lopen meer risico, evenals chronisch zieken en psychiatrische patiënten. Ook mensen die lijden onder armoede, dak- en werkloosheid en gevoelens van discriminatie, zouden vaker PTSS ontwikkelen dan anderen. En recente of aanhoudende stress en emotionele spanning blijken ook risicofactoren. Over de invloed van de persoonlijkheid op de kans dat een normale verwerking van een trauma overgaat in een ziekelijke verwerking ervan, verschillen de meningen. Sommigen denken dat extroverte types, die gemakkelijker hun verhaal vertellen, het beter doen dan introverte. Anderen twijfelen. 'Alleen je verhaal kwijt kunnen, is niet doorslaggevend', meent bijvoorbeeld prof. dr. Alfred Lange, hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Lange spreekt liever van het 'delen' van de ervaring. 'Sommigen praten wel veel, maar vermijden waar ze bang voor zijn, wat hen het meest pijn doet. Bijvoorbeeld dat ze zich schuldig voelen dat ze in Enschede met hun kind zijn blijven staan kijken naar de brand. Of dat ze angst hebben voor de toekomst.' Lange ziet dan ook een verband met iemands neiging tot psychopathologie, zoals angst, depressie en dissociatie.

Dat laatste beaamt dr. Ellert Nijenhuis, psychotherapeut in Assen en onderzoeker van de relatie tussen trauma en dissociatieve persoonlijkheid. Bij iemand met zo'n persoonlijkheid functioneren sommige gedachten, emoties en gedragingen los van de rest van de persoonlijkheid. In ernstige gevallen lijken er zelfs verschillende persoonlijkheden in één lichaam te zijn verenigd.

'Mensen die melden dat ze tijdens of vlak na het trauma dissociatieve gevoelens hadden - alsof ze het trauma niet zelf beleefden - hebben meer kans op PTSS', zegt Nijenhuis.

HIJ ONTDEKTE ook dat patiënten die met hun trauma worden geconfronteerd, wel reageren met een verhoogde bloeddruk en hartslag als ze in hun emotionele toestand verkeren (de persoon 'zijn' die het trauma zegt te hebben beleefd) en niet als ze in dissociatieve toestand zijn (de persoon die beweert niets van het doorgemaakte trauma te weten). De dissociatie biedt letterlijk bescherming tegen confrontatie met het trauma.

Betrokken zijn bij een traumatische gebeurtenis is zo emotioneel beladen, dat er onmiddellijk een fysiologische noodreactie optreedt in het lichaam, zoals die ook bij dieren te zien is. Stresshormonen schieten omhoog en het lichaam is klaar voor de zogeheten fight, flight, fright-reactie. Dat is een reflex die wordt gestuurd vanuit, evolutionair gezien, oudere delen van de hersenen, zoals de amygdala en de hippocampus, die vooral betrokken zijn bij emoties.

Stresshormonen als cortisol en adrenaline hebben invloed op het geheugen. Ze branden de ervaring in en leggen een sterke verbinding met het emotionele systeem in de hersenen. Evolutionair gezien begrijpelijk, want als het dier nog een keer zo'n gebeurtenis tegenkomt, moet het direct alert reageren op basis van die eerdere ervaring. Bij een volgende fabieksbrand dus: wegwezen!

Waarom sommigen blijvend last van hun trauma hebben en het niet zo verwerken dat het de juiste proporties krijgt, blijft een raadsel. Bij laboratoriumratten gebeurt precies hetzelfde, zegt de Utrechtse psycholoog prof. dr. Lorenz van Doornen, die de fysiologie van stress onderzoekt.

'Je kunt ratten ''plat'' krijgen door ze vlak na de geboorte een paar keer bij hun moeder weg te halen. Sommige houden dan hun hele leven een ontregeld cortisol-systeem en krijgen blijvende veranderingen in de hersenen. Maar we weten nog niet waarom sommige ratjes er hun hele leven last van hebben en andere niet. Wel blijken 85 procent van de slachtoffers vrouwtjes te zijn.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden