De prozaïsche heldendood van Madame Curie en Napoleon

Frankrijks grandeur bestaat niet alleen in zijn eigen force de frappe, hij leeft ook voort in de verering van zijn nationale helden....

GERBRAND FEENSTRA

Zoals dat vaker met helden gaat, raakt hun levensgeschiedenis al snel vervuld van mythes, speciaal als het levenseinde in het spel is. Zo zou Napoleon tijdens zijn ballingschap op het Britse eiland St Helena langzaam met arsenicum zijn vergiftigd. En Madame Curie zou op dramatische wijze aan haar eigen ontdekking zijn overleden; zij stierf in 1934 aan leukemie, klaarblijkelijk door haar veelvuldige werk met radium.

Maar mythes zijn er om ontkracht te worden. Marie Curie viel dit jaar, als eerste Franse vrouw, de eer te beurt te worden bijgezet in het Panthéon in Parijs, waar Frankrijk de nagedachtenis aan zijn helden in ere houdt. Voor de herbegrafenis werd voor de zekerheid onderzocht of haar stoffelijk overschot misschien nog radioactief was, zo meldt Nature van 14 september.

De Franse stralingsbeschermingsdienst OPRI stelde daarbij vast dat de hoeveelheid radioactiviteit in de grafkist - een houten kist in een loden kist, die weer in een houten kist was geplaatst - 360 becquerel per kubieke meter bedroeg. Dat is veel minder dan de 7000 Bq per kubieke meter die tegenwoordig wordt aangehouden als veilige grens bij de blootstelling aan radium.

Omdat radium een halfwaardetijd van 1620 jaar heeft, kan Marie Curie tijdens haar leven dus niet een dodelijke hoeveelheid straling van radium hebben opgelopen, aldus OPRI. Radium is alleen gevaarlijk als het via de mond of via de huid in het lichaam wordt opgenomen; de zogenoemde alfa-straling van het radioactieve element heeft maar een beperkte actieradius.

Zou Curie te veel radium hebben binnengekregen, dan zou haar stoffelijk overschot veel meer straling hebben moeten afgeven dan nu werd gemeten. Waarschijnlijker is, aldus OPRI, dat zij tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen ze een instituut voor röntgenfotografie voor het Franse leger oprichtte en leidde, te veel röntgenstraling heeft opgelopen. Afschermingsmaatregelen tegen deze veel doordringender vorm van straling waren destijds nog niet gebruikelijk.

Ook de doodsoorzaak van Napoleon Bonaparte kan heel goed een stuk prozaïscher zijn geweest dan wel wordt beweerd. Houdt de geschiedschrijving het erbij dat de keizer aan maagkanker is bezweken, zoals bij de officiële lijkschouwing werd vastgesteld, steeds opnieuw duiken er 'bewijzen' op die het verhaal van de gifmoord op Napoleon moeten staven.

De theorie is gebaseerd op het arsenicum-gehalte van het haar van Napoleon, waarvan nog steeds lokken over de wereld gaan. Begin deze maand trok de Canadese Napoleon-kenner Ben Weider de aandacht met het nieuws dat de Amerikaanse FBI heeft bevestigd dat er in het haar van Napoleon inderdaad forse hoeveelheden arsenicum zijn aangetroffen.

De FBI vond in twee onderzochte haren respectievelijk 33,3 en 16,8 ppm (deeltjes per miljoen), tientallen malen meer dan normaal. De Franse Napoleon-specialist René Maury, hoogleraar economie aan de universiteit van Montpellier, bevestigde even later dat het kernfysisch onderzoekscentrum in Saclay (bij Parijs) eveneens grote hoeveelheden arsenicum in Napoleons haar heeft gevonden, tot 39,56 ppm.

Weider en Maury brengen de jongste laboratorium-analyses als definitief bewijs dat Napoleon op St Helena langzaam met arsenicum is vergiftigd - volgens hen door zijn kamerheer Graaf de Montholon, wiens vrouw Albine de maîtresse van de keizer was geworden.

Maar achter het hoge arsenicum-gehalte van Napoleons haar hoeft helemaal geen mensenhand te worden vermoed. In 1982 opperden twee Engelse onderzoekers al dat het gif afkomstig kan zijn geweest uit het behang van de kamers van het Longwood House op St Helena, waar Napoleon zijn laatste jaren sleet.

De onderzoekers, David Jones en Kenneth Ledingham, baseerden zich op de analyse van een stukje behang uit de salon van Longwood House, de kamer waarin Napoleon stierf. Het was bewaard gebleven in een oud familieplakboek. De groene kleur van het behang, destijds in de mode, was afkomstig van koperarseniet-pigmenten.

Schimmels kunnen, aldus de onderzoekers, in een vochtige omgeving arseenverbindingen omzetten in het vluchtige en giftige arseen-trimethyl.

En vochtig zal het zeker geweest zijn op het op 16' Zuiderbreedte in de Atlantische Oceaan gelegen St Helena; en dus hoeven er helemaal geen complot-theorieën van stal gehaald te worden om het arsenicum-gehalte van Napoleons haar te verklaren.

Gerbrand Feenstra

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden