De provocerende wereld van de carnavalskunst

Deze rubriek belicht alledaagse fenomenen met een kunstblik. Vandaag: Wat kunst kan, kan carnaval ook. Of toch niet?..

Een wethouder in zijn onderbroek, de burgemeester aan de schandpaal, Bill Clinton met een sigaar in de mond of Bin Laden bij twee geknakte WTC-torens – de parodieën op de plaatselijke politiek of het wereldnieuws zijn doorgaans, onder het mom van ‘moet kunnen’, populaire thema’s tijdens de jaarlijkse carnavaloptochten. Geen mens die daar nog van wakker ligt.

De grenzen van het betamelijke worden wel elk jaar weer een tikkeltje verder opgerekt. Tijdens Rosenmontag, de carnavalsoptocht door Keulen , werd vorig jaar een gigantische karikatuur meegezeuld van Hitler: op zijn knieën, de broek naar beneden. Uit het blote achterwerk kwam een drol met het opschrift NPD, een verwijzing naar de Nationaldemokratische Partei Deutschlands, de ‘bruine’ partij die inderdaad door Hitler postuum is uitgekakt. Maar ook dat ‘moest kunnen’.

Niet een tikkeltje, maar lichtjaren verder zou komende weekeinde in Rio de Janeiro de ethiek van het feestvieren worden opgerekt. Carnavalsvereniging Estacia de Sa had voor zondag een hele ‘Hitler-vleugel’ gepland: een tank beschilderd met hakenkruizen en danseressen in Wehrmachtuniform.

Maar het meest in het oog springend moest de bijdrage van sambagroep Viradoura worden: een oplegger vol ‘skeletten’, omringd door honderden schoenen en kledingstukken, als een natuurgetrouwe kopie van hoe de Amerikanen in 1945 de Duitse, Poolse en Oostenrijkse KZ-lagers aantroffen.

Moet kunnen? Wel volgens initiatiefnemer, Paulo Barros, die verzekerde dat de wagen ‘zeer respectvol’ wordt en in doodse stilte tussen het feestgedruis heen geloodst zal worden, ‘als een waarschuwing, zodat de tragedie nooit wordt herhaald’. Niet volgens de Joodse Federatie in Brazilië, die naar de rechter stapte. Gisteren werd bekend dat alle verwijzingen naar de Holocaust uit de optocht moesten worden gehaald: carnaval mag geen instrument zijn van haat, racisme en ‘trivialisering’, geen barbaarse en onrechtvaardige daad tegen minderheden, zoals de rechterlijke uitspraak luidde.

Het dilemma tussen meningsvrijheid en publieke ethiek komt overigens bekend voor. Carnaval als vermeende vrijplaats om algehele gevoeligheden onder de aandacht te brengen – het ligt aardig in de lijn met hoe de kunst zich gedurende decennia hetzelfde recht heeft toegeëigend. Denk aan de legoblokjes waarmee de Poolse kunstenaar Zbigniew Libera een miniatuur concentratiekamp bouwde, de KZ-lagers vol gruwelijkheden die de gebroeders Chapman op schaal nabouwden of de verkrachtingsscène in Auschwitz die Ronald Ophuis in detail naschilderde.

Vergelijk de twee fenomenen met elkaar en de conclusie moet zijn dat de kunstwereld gelukkig nog steeds uniek is. Wat lollig is of serieus, een pure provocatie of intelligent onderbouwd – de wetten van de openbare ruimte stoppen bij de voordeur van het museum. Vooralsnog.

Rutger Pontzen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden