De promotie van Ria Bremer

In 1993 ontving televisiepresentator Ria Bremer de Van Walreeprijs voor haar inspanningen op het gebied van de medische journalistiek, met name natuurlijk voor het programma Vinger aan de pols....

Hans van Maanen

Vorige week is haar een zo mogelijk nog grotere eer te beurt gevallen: ze is onderwerp van een heus sociologisch proefschrift geworden. Onder het goedkeurend oog van prof. dr. K. Schönbach promoveerde vorige week in Amsterdam de communicatiewetenschapper en oud-Schipholvoorlichter Piet Verhoeven.

Nu klinkt 'promoveren op Ria Bremer' wat armzalig, dus de titel van zijn proefschrift is weidser: Stuivertje-wisselen. Over de plaats van wetenschap en journalistiek in de medische televisieprogramma's tussen 1961 en 2000. En zijn conclusie klinkt ook als een klok. 'In dit onderzoek is geconstateerd dat de manier waarop wetenschap in non-fictie medische televisieprogramma's tussen 1961 en 2000 aan de orde komt, in de loop van de tijd is gemedialiseerd.' Dat betekent: journalistieker geworden.

Mensen die de non-fictie een beetje gevolgd hebben, zal dat niet verbazen. Tot 1980 waren het immers dr. A. C. van Swol (Ziek zijn, beter worden) en Aart Gisolf (Artsenij) die de kijker vertelden hoe het zat. In 1981 begon journalist Ria Bremer met Vinger aan de pols, aanvankelijk met de arts Peter Lens aan haar zijde. Die stopte er echter in 1987 mee, en Ria Bremer ruimde meer plaats in voor gewone mensen en hun zorgen.

Aan de andere kant, er waren natuurlijk wel wat meer programma's dan die waaraan we het eerst denken. Zeker in de jaren negentig werd ziekte een erg populair onderwerp, met Wat heet beter van de KRO, Ingang Oost van de TROS, en de laatste jaren vooral Bert van Leeuwen bij de EO. Over de afgelopen veertig jaar telde Verhoeven in totaal meer dan veertig verschillende medische series, en dan vergeet hij nog juweeltjes als Het souterrain uit 1998 van een andere winnaar van de Van Walreeprijs, Jan Vink.

Het waren er in ieder geval te veel voor Verhoeven. Met een salvo aan ad-hoc-argumenten stelt hij dat voor zijn beeld van 'wetenschap en de media' Van Swol, Gisolf en Bremer wel volstaan.

En ook daarvan weer niet te veel, want hij moest de uitzendingen ook nog analyseren en bijhouden wie er hoe lang aan het woord was. Uit zes jaar Artsenij pakte hij dus tien afleveringen, uit twintig jaar en 240 afleveringen Vinger aan de pols 38.

Zo kan het gebeuren dat de cijfers uit bijvoorbeeld 1993, het jaar waarin Ria Bremer de Van Walreeprijs won, gebaseerd zijn op precies één uitzending, die van 28 december: 'Vrouwen die besmet zijn met het HIV-virus'. In de uitzending kwamen, het zal niet verrassen, geen wetenschappers of specialisten aan het woord, maar vooral vrouwen die besmet zijn met het HIV-virus. Voor het complete jaar 1993 scoorden deskundigen dus een 0 op spreektijd. Of dit representatief is voor het hele jaar, kan niemand zeggen, want Verhoeven onderzocht dat niet.

Het jaar daarop ging een van de twee geselecteerde uitzendingen over coma, dus daar kwamen patiënten wat minder aan het woord en haalden de medisch specialisten dertien minuten spreektijd. (Alleen de ruwe data van de specialisten zijn toevallig uit het proefschrift te halen, over de rest is zo'n zware statistische vlakschuurmachine gegaan dat de grafieken niet meer te interpreteren zijn.) Zo worden, telkens op basis van een of twee uitzendingen Vinger aan de pols per jaar en hevig fluctuerende spreektijden, de 'non-fictie medische televisieprogramma's' van 1981 tot 2000 beoordeeld. Neem daarbij die vijf uur Artsenij, en Verhoeven weet genoeg .

Ook al mag hij over de programma's van voor 1976 eigenlijk niets zeggen omdat die programma's niet goed gearchiveerd zijn en de verdeling van de spreektijden dus niet te turven is, hij meent toch drie perioden te kunnen onderscheiden. Een 'wetenschappelijke periode' van 1961 tot 1980, een 'journalistieke periode' van 1981 tot 1988, en een 'lekenperiode' na 1988. En dat na het bekijken van 34,5 uur televisie, waarvan 22 uur Vinger aan de pols.

De programma's van Van Swol en Gisolf van voor 1981 heeft Verhoeven nog wel bestudeerd om wat meer inhoudelijk te bekijken waarover werd gesproken, maar dat betrof slechts dertig fragmenten van soms niet meer dan vier, vijf minuten. De ontwikkelingen van het jaar 1969 zijn samengebald in 4:46 minuten Van Swol.

Op grond daarvan kan Verhoeven overigens wel melden dat 'op de dimensie referentialiteit verschuivingen zijn gemeten in de richting van een toenemende verhulling van bronnen, van wetenschappelijke kennis en methoden, van achtergronden van verschijnselen en de uitleg daarvan.'

Er is natuurkunde, en er is postzegels verzamelen, zou de natuurkundige Rutherford zeggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden