De prins die Frankrijk wakker kuste

Terwijl de omnipresident onverdroten doordraaft, van vakbondsvoorzitter naar Corsica, van Gordon Brown naar Jacques Lang, onderweg de handen drukkend van Nelson Mandela, verkrachtingsslachtoffers en op school gepeste jongeren, hangt Frankrijk amechtig in de touwen en kijkt de rest van de wereld verschrikt toe....

L’état de grace, de staat van genade: zo wordt de toestand genoemd waarin Nicolas Sarkozy sinds zijn verkiezing tot president van Frankrijk verkeert. Alles zit mee, en alles gaat hem ogenschijnlijk gemakkelijk af. Geen naoorlogse president was na ruim honderd dagen zo populair als hij. De linkse oppositie en de linkse media zoeken wanhopig naar argumenten om zijn daden aan te vechten. Voorlopig vergeefs.

Na nog geen vier maanden Sarkozy lijkt het bewind van Chirac met terugwerkende kracht een tijd van windstilte te zijn geweest. Als Sneeuwwitje lag Frankrijk te wachten op de prins die het land zou wakker kussen, om zo alle schoonheid ervan te openbaren. En jawel, hij is gekomen. Wat klein van stuk misschien, maar dat compenseert hij gemakkelijk met een overdosis daadkracht en een diep ingegraveerde glimlach.

Ga maar na: Sarkozy was de afgelopen honderd dagen overal. Hij bemoeide zich met recidiverende misdadigers, met de 35-urige werkweek, met de energiefusie van Gaz de France en Suez en met de kwaliteit van het onderwijs. Buitenlands beleid en economisch herstel, de enige terreinen die nog onbetreden waren, kwamen vorige week aan de beurt in twee troonrede-achtige toespraken.

Ook in de wijde wereld laat hij zich gelden. Hij haalde de banden met de VS en Engeland aan, liet Merkel merken dat Duitsland niet meer de vanzelfsprekende leider van Europa is, hield een grote conferentie over Darfur, meent te weten hoe het met Irak verder moet en hoopt, door al snel aandacht te geven aan de Maghreb-landen, de problemen met de jongeren van Arabische afkomst in eigen land te beteugelen.

De Franse media raken niet uitverteld over hun nieuwe president. Al maandenlang domineert hij de kranten en de tv-journaals. En alles, van de handdruk voor Mandela tot de boeken die hij op vakantie las (van Stefan Zweig en Michel Tournier) is nieuws. Neem het TF1-journaal van dinsdag. Dat opent met Sarkozy die in een brief van 32 pagina’s de onderwijzers laat weten dat ze beter hun best moeten doen, in een volgend item zien we hem aan de baar van een prefect die met militaire eer wordt begraven, en ten slotte blijkt hij die dag ook de voorzitter van een grote vakbond te hebben ontvangen: het nieuws als TV Sarko.

Eén vraag wordt nergens beantwoord, en zelfs niet gesteld. Is die alomtegenwoordigheid allemaal uitgekiende strategie? Of is Sarkozy een briljant improvisator met een goed team om zich heen, die snel reageert op wisselende omstandigheden? Waarschijnlijk is het van beide wat. Het uit elkaar spelen van links, door socialistische coryfeeën medeplichtig te maken aan zijn beleid, dat moet haast wel een tevoren bedacht strijdplan zijn.

En verder is het waarschijnlijk ook een kwestie van adrenaline. Sarkozy wilde zo graag president worden, dat hij, nu het zo ver is, eigenlijk Frankrijk in honderd dagen naar zijn hand wil zetten.

Improvisatie speelt daarbij zeker een rol. Want de rechtse Sarkozy toont zich voorlopig eerder een pragmaticus dan een beginselvaste rechtse politicus. Zijn brief aan de onderwijzers, waarin hij schrijft dat poëzie en kunst de beste wapens tegen agressie zijn, is eerder een humanistische verklaring. En zijn ingrijpen bij de fusie tussen GDF en Suez heeft trekjes van ouderwets-links dirigisme.

Dat pragmatisme wordt hem voorlopig gemakkelijk vergeven. Zoals ook de tegenslagen hem niet lijken te deren. Dat de economische groei ver achterblijft bij de verwachtingen, dat de heroïsche bevrijding van de verpleegkundigen uit de kerkers van Kadhafi Frankrijk interessante handelsafspraken opleverde en dat zijn vrouw Cecilia niet kwam opdagen bij het bezoek aan de familie Bush – Sarkozy komt er mee weg.

De belangrijkste oorzaak is dat hij de linkse oppositie vakkundig uit elkaar heeft gespeeld. Ségolène Royal heeft na haar verkiezingsnederlaag in eigen kring veel krediet verloren. Haar voormalige echtgenoot François Hollande, algemeen secretaris van de PS, kan nog geen vuist maken en de jonge Turken van de socialistische partij zijn nog ver van het hart van de macht verwijderd.

Alsof dat niet genoeg is, wist Sarkozy een aantal prominente linkse voormannen aan zich te binden. Bernard Kouchner werd minister van Buitenlandse Zaken, Dominique Strauss-Kahn is voorgedragen voor het IMF en Jacques Lang, Jacques Attali en Michel Rocard hebben zitting in een van de adviescommissies van Sarkozy.

Is er dan niets dat hem kan stoppen? Als er al gevaar dreigt, dan komt het van veel dichterbij. En wel van Dominique de Villepin, net als Sarkozy lid van de UMP, premier onder Chirac en verdachte in de door Sarkozy aangezwengelde Clearstream-affaire. In de interviews naar aanleiding van zijn vorige week verschenen boek over Napoleon schroomt Villepin niet de president op diens fouten te wijzen.

De vraag is ook of Sarkozy erin zal slagen de eigen gelederen gesloten te houden. Zijn ministersploeg telt een aantal uitgesproken persoonlijkheden, die geen minister zijn geworden om onzichtbaar te blijven.

Hun probleem is dat in de directe omgeving van Sarkozy alleen maar schaduwplaatsen worden vergeven. De president doet namelijk bij voorkeur alles zelf. Of het nu gaat om de bestrijding van Alzheimer of om ‘onderwijsvernieuwingen’ – het is Sarkozy die de plannen bekendmaakt. Zijn kabinetsleden worden ‘spookministers’ genoemd. François Fillon, zijn minister-president, heeft al laten weten dat hij door zijn baas niet als collaborateur – medewerker – wil worden aangeduid. Tussen hem en Claude Guéant, secretaris-generaal van het Elysée, schijnt het niet te boteren.

Maar uiteindelijk kan het plot nog veel Shakesperiaanser uitpakken: misschien is Sarkozy zijn eigen grootste vijand. Hoe presidentieel hij ook wil overkomen, soms gaat zijn temperament met hem aan de haal. Dat was het geval in 2005, toen hij de jongeren in de Parijse buitenwijken racaille (uitschot) noemde dat met de hogedrukspuit moest worden weggespoeld – een uitspraak die hem zijn leven lang zal blijven achtervolgen. In een toespraak voor de top van het Franse bedrijfsleven zei hij vorige week dat hij in een ander leven een goede personeelschef van de socialisten zou zijn geweest. Dergelijke arrogantie bevordert de verhoudingen niet.

L’état, c’est moi, de staat ben ik, die aan Lodewijk de Veertiende toegeschreven uitspraak is ook van toepassing op Sarkozy’s beginoffensief. Het is een houding die hij de komende vijf jaar moeilijk zal kunnen volhouden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden