De prijs van poëzie

Bij poëzie moet de taal centraal staan. Niet de ik die zich herinnert. Aldus Ramsey Nasr, juryvoorzitter van de Turing Poezieprijs.

Wat zijn de criteria bij het beoordelen van gedichten? Moet het rijmen of juist niet? Zoekt een jury naar vormvastheid, consistentie, originaliteit? Het kan allemaal. Het probleem is alleen dat voor elk criterium een tegenargument valt te verzinnen. Een klassiek sonnet is weinig origineel - maar probeer er maar eens een te schrijven. En een sonnet waaraan een extra regel is toegevoegd, is dat automatisch een mislukt gedicht? Hier bijten vormvastheid en originaliteit elkaar.


'Poëzie moet niets, begot', zei een Vlaams dichter ooit, en daar sloot deze jury zich bij aan. Een goed gedicht gehoorzaamt aan zijn eigen wetten, volgt zijn eigen samenhang. Aan die innerlijke regels die het gedicht zichzelf oplegt, moet het voldoen. Alles kan, mits goed gedaan.


Dat hebben we geweten. Werkelijk álles wat kan worden opgeschreven, werd dit jaar ingediend: geinige observaties, een afgeluisterd gesprek, een teruggekomen herinnering of - ik verzin het niet - een personeelsinstructie. Ik geloof dat we zelfs een paar boodschappenlijstjes hebben mogen beoordelen.


Nu kúnnen zulke zaken goede poëzie opleveren - menig gedicht gedijt erop. Maar een tip voor volgend jaar: er moet ook iets mee gedáán worden. Hier zagen de dichters kennelijk een taak voor de lezer weggelegd. 'Kijk maar, er staat niet wat er staat.' Jawel hoor.


Readymades blijken slechts bij hoge uitzondering geniaal. Marcel Duchamps urinoir is grote kunst. Maar dit maakt uw badkamer nog niet tot een museum.


Ook jeugdherinneringen deden het goed. Hetgeen ons op een onuitroeibare misvatting over poëzie brengt. Orpheus, de grootste dichter aller tijden, vergaarde veel roem door om te kijken naar zijn geliefde. Behaalde resultaten in het verleden bieden echter geen garantie voor de toekomst.


Jeugdherinneringen, ze woelen de poëet los in ons allen. Bootjes drijven weg met een zucht, een plastic bal ligt op het dak, en o, de verloren tijd die maar niet wordt overbrugd... Er werd wat omgekeken dit jaar. We kregen er nekpijn van. En nee, dat is niet aardig. Maar ik het zou willen uitschreeuwen: een jeugdherinnering is géén gedicht. Als een poëet in verzen de vingers door het gras laat glijden, een jeugdliefde weer giechelend ziet opdoemen, dan is dat leuk - voor die poëet. Want wij hebben allemáál wel eens iemand met zijn blote billen boven het zand zien hangen, kastelen gebouwd met een schepje en naar de ontluikende borsten van ons buurmeisje gekeken. Alleen: de lezer hoeft daar niet bij te zijn.


De herinnering of observatie - daar begint het pas. Om Joseph Brodsky aan te halen: kunst is er niet om de werkelijkheid weer te geven, maar om haar leven in te blazen.


Kinderogen zijn niet genoeg. Taal hebben we nodig.


'Heeft u eigenlijk wel iets goeds over ons te melden?' Jazeker, veel van de gedichten scheren hoge toppen. De top-100 bevat een prachtige collectie gloednieuwe poëzie, die dan ook terecht in de vandaag verschenen bundel De toverhazelaar schittert.


Maar het valt gewoon op. Zelfs als de dichters diep in hun geheugen graven, blijven ze vaak dicht bij huis. Daarnaast duiken geregeld familieleden op. Er zijn titels zoals Vader, Dochter, Zoon... En nogmaals, het zijn ontroerende gedichten - de jury heeft er zelfs enkele genomineerd. Maar de lezer blijft plakken aan een 'ik'.


Des te schaarser waren de gedichten die de wereld opzoeken, die buiten zichzelf, het dorp of de familie breken. Poëzie die dat deed, sprong er voor ons meteen uit.


Ver verwijderd van ons eigen ik zijn we in die dienaar, een Afrikaans aandoend gedicht, waarin het Afrikaans zelf centraal staat: de taal van de apartheid. Het is een volmaakt evenwichtig gedicht dat de macht, ja zelfs de schuld van de taal centraal stelt. 'Ek is gesien as die brenger van die kwaad'... Die dienaar is een gedicht om voor te buigen. Het toont de waarde én de minwaarde van de taal.


Daarmee zijn we op een essentieel punt aangekomen: de jury heeft ervoor gekozen gedichten te nomineren die hun eigen weg lijken te hebben gevonden en die niet de stem van de dichter moeten nabootsen. Gedichten die zich veelal niet direct prijsgeven, die iets achterhouden en daarmee uitnodigen tot herlezing, bij uitstek het kenmerk van goede poëzie.


De taal moest centraal staan. Niet de ik die zich herinnert.


Veel van de genomineerden in de top-20 hebben taal, of liever de miscommunicatie daarin, als thema. Vooruitgang bijvoorbeeld, een schitterend gedicht over het afkalvend contact tussen mensen, in een wereld vol communicatiemiddelen. Of Bemoeizorg, dat het schrikbeeld schetst van een algehele 'verontpersoonlijking' in een virtueel geworden bureaucratie. Eveneens genomineerd: Vogels, een mooi gedicht dat via een omweg het onvermogen beschrijft om juist degene die je het naast staat, je geliefde, de waarheid te zeggen. Ook in Chinese vrienden staat dat onvermogen tot werkelijk contact centraal. Wat snappen wij eigenlijk van de Chinezen? Wat snappen zij van ons? Het is een pijnlijk gedicht, zonder deprimerend te zijn - daarvoor zijn de beelden te raak en te eerlijk. En ten slotte is er dat bizarre gedicht Twitter - de echo's van de #eeuwigheid, waarin de taal zo krankzinnig virtuoos op zijn kop wordt gezet, dat ook tekens en afzonderlijke letters betekenis gaan dragen - LOL, RT, IRL - en daarmee onze verwarring enkel verhogen. Het is een gedicht dat blijft intrigeren.


Volgens velen gaat poëzie over het uitdrukken van gevoelens. Ze zien verkleumde types voor zich, die bij kaarslicht met een glas goedkope wijn de verloren liefde zitten te bewenen. Deze dichters schrijven op wat hen beroert, zetten het mooi onder elkaar in korte zinnen, en ergens onderweg wordt dat dan poëzie. De allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie.


Wat een misverstand. Er bestaat een verschil tussen het laten van papieren scheten en een sonnet van Willem Kloos. Wij onthouden wel het devies van de Tachtigers, maar vergaten intussen dat zij voor ons ook de taal uitvonden in hun gedichten. Herman Gorter en al die anderen, ze bleken onontkoombaar omdat zij de taal der predikanten, die niet langer voldeed, stuk sloegen en opnieuw begonnen. Gorter kon pagina op pagina, gedicht na gedicht, wijden aan het neervallen van het licht op zijn schouders - en stuitte daarbij en passant op het onvermogen van de taal. Maar diezelfde taal was alles wat ze hadden.


Poëzie is geen uitlaatklep voor het gevoel. Waar de taal onder spanning wordt gezet en ophoudt de dingen uit te drukken, waar alle herkenbaarheid wordt opgeheven, daar begint de poëzie.


De Turing poëzieprijs is de grootste geldprijs ter wereld voor één gedicht, aldus de organisatoren. Dit jaar werden 10.131 gedichten ingestuurd door 2.227 dichters.

Carne Vale


Terwijl de straten volstroomden met volk


zei je: ik hoor een zacht geruis, alsof iemand


een kraantje openzet. Traag reed een wagen


voorbij, met dansende dames in rode jurken.


Terwijl blauwe mannen vrolijk zwaaiden


zei je: ik droomde dat ze mijn hart wilden


stelen, voel het nog bonken. De luidsprekers


joegen een samba door de binnenstad.


Terwijl de hemel zich vulde met snippers papier


zei je: ik krijg te weinig lucht, alsof iemand


proppen in mijn borstkas stopt. Een knalgele


wagen draaide langzaam onze hoek om.


Terwijl je longen volstroomden met vocht


zei je: neem me nog een keer vast, ze komen


me halen. Onder luid gejoel tilden de dragers


de witte prinses op haar hemelbed.


3E PRIJS HILDE VAN CAUTEREN UIT HAMME (B)


De jury: Om in vier kwatrijnen zo'n eenzaam, beklemmend en letterlijk onontkoombaar gedicht te schrijven, moet men van goeden huize komen. Zo'n gedicht verdient een prijs.


Bemoeizorg


Uw geboortedatum sprak ons aan,


net als uw burgerservicenummer


in combinatie met uw blauwe ogen


en de krullen in uw haar.


Ontwikkelt uw stoornis zich naar wens,


uw burgerlijke staat? Of indien u die niet hebt


verzon u weleens een beperking


of een virtuele geboorteplaats?


Wie bent u zonder levenslied?


Leeft u van de wind, op grote voet


of er zomaar wat op los? Wist u dat u


niemand bent die nooit het laatste lacht


of iemand anders kent?


Waar hebt u voor het laatst ontbeten,


weet u wat uw ouders doen


in de kleine uurtjes van de nacht?


Wij die alles willen weten


vragen u per ommegaande


uw persoonlijkheid


aan ons retour te mailen


p.s.


Het extra bijgesloten formulier


voor Ongewenste Gebeurtenissen


moet voorkomen dat wij u wissen.


En om calamiteiten te vermijden


heeft ons systeem al ingevuld


uw voorgenomen datum van


overlijden.


(zodat wij straks niet hoeven gissen


of u zichzelf hebt opgegeven


of wanneer u bent gestorven


of hoe u in hemelsnaam, zonder ons


in leven bent gebleven, en wij op onze beurt


u hebben kunnen missen)


2E PRIJS KATE SCHLINGEMANN UIT HARTWERD (NL)


De jury: Bijzonder sterk, zeer geestig, en geschreven met een flair die suggereert dat er geen moeite aan te pas kwam. Wie de verzen bekijkt, ziet echter meteen hoe minutieus deze zijn opgebouwd. De humor is daarnaast subtiel.


wij waren geen jongens


wij hadden vaders, wij waren zonen. het volstond niet


dat wij driemaal daags spek en spinazie vraten.


de hemdsmouwen moesten omhoog,


wij moesten tonen hoe hard wij de spieren in onze bovenarmen


op konden spannen. wij zweetten als zwijnen, groeven bloederige kloven


in onze handen, wroetten in het stof waarin onze voorvaderen


al jaren liggen te liggen


en kregen het vuil amper onder onze vingernagels vandaan.


wij moesten voelen met wat wij tussen de benen geboren waren, jongens,


maar hadden niet eens een eigen kamer


waar wij voorovergebogen, met opgetrokken knieën


en met de neus in andere werelden zaten.


wij ondervonden aan den lijve dat doordringende boerenstank


je harder in het gezicht kan slaan dan wat vuistdikke boeken.


1E PRIJS DAVID TROCH UIT SINT-DENIJS-WESTREM (B)


De jury: Het winnende gedicht van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd trekt de lezer in al zijn beelden, zijn taal en de opgeroepen sfeer diep de zompige Hollandse klei in. Het lijkt doordesemd van een streng-calvinistisch determinisme en van boerse aardsheid. Knielen op een bed violen. Des te verrassender is het voor de jury nu blijkt dat met dit gedicht een Vlaming wordt bekroond: wij waren geen jongens.


De winnaar van de derde Turing Nationale Gedichtenwedstrijd ontving dinsdagavond in de Stadsschouwburg in Amsterdam een cheque van 10 duizend euro uit handen van juryvoorzitter Ramsey Nasr. Een verkorte en bewerkte versie van de rede van Nasr bij die gelegenheid staan hieronder. De gehele versie van de rede van Nasr is te lezen op nationalegedichtenwedstrijd.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden