De prijs van een mensenleven

Een miljoen euro aan losgeld lijkt veel, maar rijke landgenoten brachten in het verleden veel meer op. De weinig verheffende ruzie over het losgeld dat is betaald aan de ontvoerders van Arjan Erkel, heeft nieuw voedsel gegeven aan een oude discussie: moet je bij een ontvoering aupt wel losgeld willen...

Het is zuur voor Arjan Erkel dat de principi vragen die nu worden opgeworpen, nooit zijn gesteld toen het ging om de ontvoering van vermogende landgenoten door 'gewone' criminelen. In die gevallen, of het nu ging om de ontvoering van Maup Caransa, Freddy Heineken of Toos van der Valk, gold veeleer het uitgangspunt dat het leven van de ontvoerde niet in gevaar mocht worden gebracht. De meeste grote ontvoeringszaken eindigden dan ook met de betaling van het gevraagde losgeld, zonder dat het argument van de precedentwerking werd aangeroepen.

Niet alle ontvoeringen lopen goed af, voor het slachtoffer noch voor de ontvoerders. Een van de meest tragische gevallen speelde zich in de jaren dertig af in de VS. Charles Augustus Lindbergh was de zoon van Charles Lindbergh, die in 1927 wereldfaam verwierf door als eerste piloot nonstop de Atlantische Oceaan over te vliegen. Charles jr was nog geen twee jaar oud toen hij op 1 maart 1930 via het raam van de kinderkamer werd ontvoerd. In de vensterbank lag een briefje waarin de ontvoerder in krom Engels om losgeld vroeg.

'Dear Sir, Have 50,000$ redy 25000$ in 20$ bils 15000$ in 10$ bills and 10000$ in 5$ bills. After 2-4 days will inform you were to deliver the Mony. We warn you for making anyding public of for notify the Polise the child is in gut care. Indication for all letters are singnature and 3 holds.'

In weerwil van deze waarschuwing stapte Lindbergh meteen naar de politie en brachten alle radiostations de ontvoering diezelfde avond nog als groot nieuws naar buiten. Helaas wilde Lindbergh zich per se zelf met de opsporing van zijn zoontje bemoeien, wat tot gevolg had dat veel sporen verloren gingen. Het werd erger toen Lindbergh zich op sleeptouw liet nemen door de gepensioneerde onderwijzer John F. Condon die zich had opgeworpen als intermediair en beweerde contact te hebben gelegd met de ontvoerder.

Toen Condon op 2 april op de afgesproken plaats het losgeld overhandigde, kreeg hij in ruil een briefje met de verblijfplaats van Charles jr. Ter plaatse was van het kind geen spoor te vinden. Het duurde nog tot 12 mei voor in de bossen niet ver van Lindberghs huis in New Jersey het lijk van een baby werd gevonden, in vergaande staat van ontbinding. Charles jr. bleek al meteen na de ontvoering te zijn gedood. Lindbergh was niet alleen zijn geld, maar ook zijn kind kwijt. De later gearresteerde Duitse emigrant Bruno Hauptmann zou overigens tot op de elektrische stoel blijven ontkennen de dader te zijn.

In Nederland speelde zich een soortgelijk drama af in 1987 met de ontvoering van Ahold-topman Gerrit-Jan Heijn. Via advertenties in onder andere de Volkskrant, vond een uitvoerige correspondentie plaats over het losgeld, dat deels in diamanten moest worden betaald. De familie Heijn legde uiteindelijk een kleine 8 miljoen gulden op tafel, plus voor ongeveer hetzelfde bedrag aan diamanten. Zij was toen nog onkundig van het feit dat de ontvoerder de pas na zeven maanden gearresteerde Ferdi E. zijn slachtoffer al op de dag van de kidnapping had doodgeschoten.

Het was de laatste van een reeks grote ontvoeringszaken in Nederland die begon met de kidnapping in Amsterdam van onroerend-goed magnaat Maup Caransa in 1977. De nooit gepakte ontvoerders eisten 10 miljoen gulden, die zij ook kregen, waarna Caransa vijf dagen na zijn ontvoering weer werd vrijgelaten.

Betaald werd er ook in 1982 voor Toos van der Valk, echtgenote van een van de grondleggers van het gelijknamige horecaconcern (12 miljoen) en voor biermagnaat Freddy Heineken en diens chauffeur een jaar later (35 miljoen).

De afwikkeling van deze laatste zaak verliep voor de daders niet helemaal op rolletjes. Op het moment dat het losgeld werd overhandigd, was de politie hen reeds op het spoor. Toen de daders merkten dat zij werden geschaduwd, besloten drie van de vijf bendeleden er meteen vandoor te gaan, nadat ze eerst nog vijftien miljoen van het losgeld onderling hadden verdeeld. De politie vond Heineken en zijn chauffeur kort hierop in een loods in het westelijk havengebied van Amsterdam. Niet lang daarna wordt in de bossen bij Zeist de rest van het losgeld gevonden.

Worden de onderhandelingen met de ontvoerders meestal door de familie of de werkgever van het slachtoffer gevoerd, in het geval van Paul Vanden Boeynants voerde het slachtoffer zelf de onderhandelingen over de hoogte van het losgeld. De vermogende en gewiekste Belgische oudpoliticusen zakenman werd begin 1989 een maand vastgehouden door een bende criminelen. Vanden Boeynants wist zijn ontvoerders ervan te overtuigen dat hij de 400 miljoen frank (bijna 10 miljoen euro) die ze aanvankelijk eisten niet waard was en slaagde erin het bedrag te verlagen tot 63 miljoen frank.

Zo bezien is de een miljoen euro die voor Arjan Erkel zou zijn betaald, een koopje. Het doet uiteraard weinig af aan de principi kant van de zaak. Maar hoeveel mensenlevens is men bereid te offeren voor een principe? Toen de Italiaanse regering in de jaren negentig, in een poging het groeiend aantal ontvoeringen een halt toe te roepen, een wet aankondigde die het betalen van losgeld verbood, stuitte dat op fel verzet van familieleden van de slachtoffers. Waarom zouden zij hun dierbaren moeten offeren?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden