De Potgieter van onze tijd

De Jan Salie-geest van het Nederlandse volk moet maar eens verdwijnen. Meer ondernemen is het motto van Michiel Westermann, de baas van Twinning ....

MICHIEL Westermann heeft een favoriet gespreksonderwerp. Op de maandelijkse borrel bij Twinning, het investeringsbedrijf voor startende technologieondernemingen, laat hij de clou van verre aandenderen. Een pijpje Grolsch stevig in de vuisten geklemd, vraagt hij retorisch: 'Weet je wat technici in Nederland doen als ze na hun afstuderen voor zichzelf willen beginnen? Dan starten ze een concultancy-bureau!'

Westermann als de Potgieter van deze tijd. Net als zijn geestverwant uit de negentiende eeuw strijdt hij tegen de Jan Salie-geest van het Nederlandse volk. '17 procent van de Nederlandse studenten overweegt voor zichzelf te beginnen. In de Verenigde Staten is dat 70 procent!' Alsof er niets is veranderd sinds de couponnetjes knippende renteniers uit de vroeg-negentiende eeuw van Potgieter.

Echt ondernemen is iets anders dan uurtjes in rekening brengen voor vrijblijvend advies, luidt de mantra van Westermann. Ondernemen is risico nemen. Dat is iets bedenken. Dat is iets maken. Eigenlijk is hij de moderne industriële romanticus. Zijn hart stroomt niet vol van hoge schoorstenen en zware walsen, maar wel van nullen en enen. En met die dromen vult hij zijn gebouwen.

Als een conciërge zit Westermann in het kamertje naast de entree van het eerste Twinning Center, in een uithoek van Amsterdam-Oost. Het is een sober gebouw, zoals je verwacht van een broedstoof van technologiebedrijfjes. De kledingscode is informeel. Truitjes, overhemden, khaki-broeken en uitgetrapte schoenen. Onverzorgde chic. Engels en Goois zijn de voertalen. 'Yo! Carriehieen! Telefoon voor je', galmt een corporale vrouwenstem door de vide van het drie verdiepingen hoge bouwwerk.

Precies een jaar geleden werd het pand door Twinning betrokken. Lang niet alle kamers zijn vol, maar dat kan volgende maand anders zijn. Christine Karman van Tryllian kreeg deze week haar nieuwe financieringsronde rond voor vier miljoen gulden en weet niet hoe snel ze aan java-programmeurs moet komen. Information Innovation werd zo groot dat het recent is verhuisd naar iets groters, en Il Campo groeide in anderhalf jaar tijd van van vrijwel niets naar veertig werknemers.

De gang op de eerste verdieping ligt volgestapeld met bruine kartonnen dozen. Compaq, Hewlett-Packard en Sun staat erop. Een kamertje verderop puilt uit van nog meer dozen die tot het plafond staan opgestapeld. Een paarskleurige Sun-server is net uitgepakt en zoemt zachtjes in een hoekje. Het is vijf ton aan computers en software die medewerkers van Il Campo installeren. Nog een jaartje en dan wil dit bedrijf naar de beurs. Zo wordt hier geleefd. Wie het snelst geld kan uitgeven, is koning want die groeit het hardst.

Groei is de enige weg naar rijkdom, en dat is het baken waar deze jonge geesten zich allemaal op richten. Veelzeggend is de discussie in de koffiekamer annex rookhol Twinn Inn: een man van rond de dertig, kalend, tikje plomp en een hoornen brilletje, stuitert een balletje tegen de muur terwijl hij een collega toevertrouwt: 'De waarde van een bedrijf? Dat zijn de klantenlijst en dat zijn de werknemers. Dát bedrijf heeft nog niets gebouwd is toch al 700 miljoen waard. Dat noem ik pas waarde creëren.'

Geld uitgeven, waarde creëren, beursgang, rijkdom. En niemand die dat nog vieze woorden vindt. Roel Pieper kan tevreden zijn.

Híj was het die twee jaar geleden terugkwam uit de Verenigde Staten en minister Hans Wijers van Economische Zaken overtuigde dat technologie de motor van de nieuwe economie is. Er moest een investeringsfonds komen, aangevuld met advies van ervaren ondernemers en ondersteuning van advocaten en boekhouders. Wijers wilde wel wat belastingcenten in Piepers Twincubator-idee pompen. In het kielzog van Piepers populariteit werd Twinning een begrip.

In twee jaar tijd heeft in Nederland een cultuuromslag plaatsgevonden. Een technologisch bedrijf beginnen is in. Dat is de verdienste van Twinning, erkennen allen ruimhartig. Zelfs Gerard van Vliet, vice-voorzitter van de vereniging van particuliere investeerders PartInvest die Twinning beschouwt als een concurrent, geeft toe: 'Elke vorm van aandacht voor starters is goed.'

Die cultuuromslag is tegelijkertijd Twinnings grootste succes, want op vele andere punten loopt het tegen harde kritiek aan.

Als bedrijf is Twinning nog niet geslaagd. Het ministerie van Economische Zaken pompte negentig miljoen gulden in het project, maar de miljoenen vliegen er ook weer razendsnel uit. In het half jaar dat Twinning nodig had om op te starten, tussen april en oktober 1998, werd circa acht miljoen gulden uitgegeven, grotendeels aan adviseurswerk van Booz Allen Hamilton. De bedrijfsvoering van de zeventien medewerkers kost Twinning jaarlijks tussen de vijf en zes miljoen gulden.

Hoewel directeur Westermann schermt dat Booz Allen voor 'half tarief werkte' en zijn staf minder verdient dan bij de grote investeringsmaatschappijen ('echt geen twee ton plus'), kan Twinning zich niet bedruipen van de management-vergoedingen die worden berekend aan de starters. Beursgangen moeten Twinning straks winstgevend maken. Westermann is overtuigd dat dit hem zal lukken, maar buitenstaanders twijfelen aan de kwaliteit van de Twinning-ondernemingen en de ondersteuning die Twinning geeft.

'Op de uitvoering valt wel wat te verbeteren', vindt Jeroen Mol die met eigen geld een Europese Twinning opzet. De adviseurs die Twinning belooft, zijn soms niet beschikbaar, dit in tegenstelling tot bedrijfsengelen die hun eigen geld investeren. 'Spelen met andermans geld is nu eenmaal gemakkelijker dan met eigen geld', merkt Van Vliet van PartInvest droogjes op.

Ex-Twinning-werknemer Felix Hille, die na een half jaar overstapte naar Twinning-bedrijf Information Innovation, 'kan zich de kritiek voorstellen', maar wijst erop dat 'een goede adviesgroep tijd kost'. Westermann erkent gebreken, maar meldt dat het netwerk van adviseurs 'nú begint te draaien'. Ook zegt hij bezig te zijn om de beloning van zijn staf en de adviseurs te koppelen aan het succes van de ondernemingen die zij helpen, bijvoorbeeld door opties en aandelen.

Andere kritiek kreeg Twinning omdat het bedrijven steunde die er ook zonder Twinning wel zouden komen, zoals Tryllian en Il Campo. 'Of we het geld echt nodig hadden?', vraagt de 34-jarige Jan Post van Il Campo. 'Dat weet ik niet. Maar het relatienetwerk van Twinning helpt echt. Er gaan deuren voor ons open.'

Daarmee beconcurreert een overheidsdienst dus commerciële partijen. Wat hen steekt is dat de rijke investeringsmaatschappijen wél meedoen met de startersfondsen van Twinning en zo hebben deze eindelijk een gesubsidieerde voet tussen de deur op de prille startersmarkt die voorheen het terrein was van bedrijfsengelen.

En dan zijn er de ambities van Twinning. Er moeten Twinnings komen voor andere sectoren, Twinning moet Europa in, en Twinning moet een spilfunctie gaan vervullen op de startersmarkt. Twinning gedraagt zich dus als een 24-karaats commercieel bedrijf en niet als een overheidsinitiatief. Van Vliet: 'Als we spreken van overheid op afstand is dit geen goed voorbeeld'.

Westermann acht een deel van de kritiek terecht. Toen hij in september 1998 werd aangenomen bij Twinning kreeg hij de mededeling dat hij een maand later enkele investeringen moest aankondigen, bij de opening van het eerste Twinning-pand in Amsterdam (inmiddels staan er ook panden in Eindhoven en Enschede). Er zijn toen snel wat deals gemaakt om de publiciteits-machine door te laten draaien, zegt hij. Maar dat was toen. 'Nu maken we positieve keuzes.'

Kritiek op het commerciële karakter van Twinning wijst hij echter radicaal van de hand. Als Twinning iets moet zijn, is het een commercieel bedrijf. Vertel de medewerkers van Twinning dat zij eigenlijk verkapte ambtenaren zijn, en ze beginnen te steigeren. 'Waren KLM'ers ambtenaren? Wij zijn géén ambtenaren', zegt groeifonds-manager Nita Studen-Kyliaan pinnig. 'Wij zijn absoluut een commercieel bedrijf', weet Westermann.

Als je Twinning wilt begrijpen, moet je Westermann begrijpen. Híj is de drijvende kracht achter Twinning. Niet Roel Pieper die de erebaan van voorzitter bekleedt, en zijn aandacht moet verdelen over een veertigtal privé-investeringen, een handvol commissariaten, een hoogleraarschap aan de TU Twente en het congrescircuit.

Westermann had kunnen gaan rentenieren, maar dan zou hij een couponknipper worden waar Potgieter ruim honderdvijftig jaar geleden al zo op afgaf. Westermann is rijk geworden van de door hem mede-opgerichte automatiseerder Pink Elephant, die tegenwoordig duizenden medewerkers telt en begin jaren negentig werd verkocht aan het voormalige rijksrekencentrum Roccade.

Maar stilzitten is niet zijn stijl, constateren oud-Pink-medewerkers. Ook toen het allang niet meer hoefde, kwam Westermann gewoon naar kantoor, ondanks een chronische darmziekte en door medicijngebruik ontstane heupbreuken waardoor hij zich soms letterlijk door de gangen voortsleepte.

Dus toen hij in 1997 vertrok bij Roccade (hij zag zichzelf niet werken voor de beoogde nieuwe eigenaar Getronics) verwachtte niemand dat hij na zijn kunstheup-operaties vakantie zou gaan vieren. Hij ergerde zich al langer aan het geringe aantal software-bedrijven. Samen met collega-entrepreneur Leen Zevenbergen (inmiddels directeur Nederland van Philips-dochter Origin) had hij plannen klaarliggen voor een soort Twinning in de dop, genaamd Leapfrog. Westermann liep echter nog op krukken toen Twinning werd aangekondigd, en hij achtte Nederland te klein voor twee Twinnings.

Toen headhunters Egon Zehnder in april 1998 belden voor de topbaan bij Twinning viel dat dus in vruchtbare aarde . Zoals de mores betaamt, hield Westermann aanvankelijk de boot af, maar nam de baan uiteindelijk aan op een voorwaarde: 'Het moest een echte besloten vennootschap worden met commerciële doelstellingen die marktconform zou werken. Ik geloof niet in subsidies.'

De overheid is dus 100-procent aandeelhouder van Twinning, maar staat tegelijk mijlenver van het bedrijf. De staat zal zijn geld slechts terugzien als Twinning een succes wordt en de aandelen met winst kunnen worden verkocht. Groei van Twinning, bijvoorbeeld over de grenzen, vergroot de kans op succes. 'Dit is een experiment waar iedereen naar kijkt', zegt Westermann.

Zo kon het gebeuren dat Twinning spanningen veroorzaakt op het grensvlak van commercie en overheid. Westermann buit deze situatie zelfs uit. In zijn poging Twinning uit te breiden naar andere Europese landen en de Verenigde Staten, presenteert hij zijn bedrijf beurtelings als staatsonderneming of als privaat bedrijf, afhankelijk van zijn gesprekspartners. 'In Europa is het heel handig dat ik kan zeggen dat Economische Zaken aandeelhouder is, in de VS is het precies andersom en benadruk ik dat het een besloten vennootschap is.'

Dat is Westermann ten voeten uit, vinden mensen die hem kennen. 'Hij is een politiek dier', zegt Jeroen Mol. 'Hij weet hoe hij mensen moet bespelen.' Westermann weet precies waar hij heen wil, zegt een oud-collega van Pink Elephant. Dat Westermann druk bezig is Twinning te modelleren naar zijn Leapfrog-project, inclusief technostartersplatform, verbaast hem niets. 'Ik ben vasthoudend', erkent Westermann. 'Ik hou vast aan de lijnen die ik jaren geleden heb uitgedacht.'

Dat is zijn kracht en tegelijkertijd zijn zwakte. 'Westermann herkent goede ideeën sneller dan goede mensen', zegt een Pink-collega. De meeste investeerders redeneren precies andersom, oordeelt Nils de Witte van Nebib, de onderneming die geldschieters en ondernemers bij elkaar brengt. 'Die kiezen voor de ondernemer. Zij vragen zich af of die persoon het in zich heeft. Het idee komt op de tweede plaats.'

In navolging van Westermann is Twinning gericht op het herkennen van goede plannen, in plaats van goede ondernemers. Westermann redeneert dat goede mensen gezocht kunnen worden.

Misschien is hij straks zelf wel een van de managers die aanhaakt bij een goed plan dat langs zijn bureau komt. Nog een jaar werkt hij bij Twinning, en dan gaat hij weg. Dat was van tevoren afgesproken. Is Twinning een succes, dan kan het verder zonder hem. Zijn persoonlijke doelstelling heeft hij al bereikt: hij kent de wereld van investeerders en jonge bedrijven. Handig als hij straks zelf weer gaat ondernemen, want dat wil hij.

Maar wil hij dat echt? Mensen die hem denken te kennen, menen dat hij politieke ambities heeft. Zijn naam zou al eens zijn genoemd als staatssecretaris. Ziet hij Twinning wellicht ook als een mogelijkheid om zich te profileren in de politiek? Dan heeft hij pech, zegt Jeroen Mol. De lof voor Twinning gaat straks naar niemand anders dan Roel Pieper. 'Want Roel Pieper heeft Twinning op de agenda gezet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.