Reportage

De poster over Coming Out Day werd vernield, maar deze leerlingen strijden door voor een lhbti-vriendelijke school

Na schooltijd praat een groepje leerlingen van Het College Weert in een klaslokaal over lhbti-gelijkheid.  Beeld Marcel van den Bergh
Na schooltijd praat een groepje leerlingen van Het College Weert in een klaslokaal over lhbti-gelijkheid.Beeld Marcel van den Bergh

Lhbti-scholieren voelen zich een stuk veiliger en prettiger als er een GSA op hun school is. Zulke Gender & Sexuality Alliances zijn er in alle soorten en maten. Uit onderzoek blijkt dat de leeftijd waarop iemand uit de kast komt steeds lager wordt. De vraag is hoe scholen hiermee omgaan.

Zenuwachtig was ze wel, de 18-jarige Anne, atheneumleerling aan Het College Weert. Samen met 21 medeleerlingen hing ze voorafgaand aan Coming Out Day posters op met uitleg over begrippen als ‘aromantisch’ (iemand die weinig tot geen romantische gevoelens ervaart). Ze wijst naar een betonnen pilaar in de aula. Daar hing zo’n A4’tje, maar zoals ze al verwachtte is het weggehaald. Elders is een deel verscheurd.

Anne is lid van de Gender & Sexuality Alliance (GSA) van de school. Die bestaat uit hetero-, homo- en transgender leerlingen uit alle jaarlagen. Ze zetten zich in voor een school waar je veilig jezelf kunt zijn.

De brugklassers hebben hun prioriteit. Deze alliantie heeft alle 22 leden tijdens hun eerste jaar op school erg geholpen. Jongeren ontdekken hun seksualiteit veelal in hun puberteit en brengen een groot deel van die tijd door op een middelbare school. Daarom is een veilige omgeving essentieel.

Van alle middelbare scholen in Nederland beschikt 70 tot 80 procent over een genderalliantie, meldt het COC. Uit onderzoek dat de lhbti-belangenorganisatie samen met de Columbia University verrichtte, blijkt dat de lhbti-leerling het vaak zwaar heeft op de Nederlandse scholen, maar dat het op scholen met zo’n club beduidend beter gaat. Zo voelt bijna 70 procent van die leerlingen zich thuis op een school met GSA tegenover nog geen 48 procent op een school zonder.

Onwetendheid

In een klaslokaal vergadert de Weertse alliantie onder leiding van voorzitter Jamie van Laar (15) na schooltijd. De kennelijke onwetendheid van hun medeleerlingen komt ter sprake. ‘Ze denken écht in hokjes in plaats van seksualiteit als spectrum zien. Alsof je als bi altijd in 50 procent van de gevallen op een bepaald geslacht valt’, vindt de een. ‘Ik had verwacht dat er meer posters weggehaald zouden worden’, zegt de ander.

In elk geval laat dat teleurstellende gedrag zien waarom de alliantie er naar eigen zeggen toe doet: medeleerlingen doen nog steeds vervelend over dit onderwerp. Er worden plannen gemaakt voor Paarse Vrijdag en voor een filmavond, en de komst van genderneutrale toiletten op school wordt besproken. Achter in het lokaal luistert begeleidend docent Sanna van de Ven (29) mee. De school neemt deze groep heel serieus, zegt ze. Het zorgteam hoort steeds vaker dat leerlingen worstelen met hun identiteit en seksualiteit.

Tieners met identiteitsproblemen worden steeds zichtbaarder. Het aantal jongeren in de transgenderzorg neemt snel toe. Volgens Laura Baams, universitair docent en onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen, blijkt uit internationaal onderzoek dat de leeftijd waarop iemand uit de kast komt, steeds lager wordt. En dat lhbti-leerlingen vaker worden gepest dan hetero-leerlingen (zelfs door leraren en ander schoolpersoneel). Ze weten bovendien vaak niet waar ze de pesterijen kunnen melden.

Uit Baams’ internationale onderzoek naar GSA’s blijkt ook dat een genderalliantie een positieve factor is op veel scholen: de leerlingen presteren beter, beschikken over een betere mentale gezondheid, worden minder gepest en voelen zich veiliger. Wel plaatst ze een kanttekening: ‘GSA’s heb je in allerlei vormen. De groep in Weert wil actief het beleid op school veranderen en krijgt daar ruimte voor, maar er zijn ook allianties die alleen maar samen pizza eten en elkaar steunen. Omdat zo’n alliantie vaak het initiatief van de leerlingen zelf is, kan zij op school onzichtbaar zijn, waardoor nieuwe leerlingen er niet over horen. Ook zijn er scholen waar een GSA nog geregistreerd staat, terwijl die feitelijk is verdwenen doordat de leden na hun diploma van school gingen.’

‘Wie heeft er woensdag na het tweede uur een tussenuur?’ De 22-koppige alliantie discussieert over het geschikte moment om langs de klassen te gaan. Op de schoolwebsite is een enquête geplaatst om de GSA onder de aandacht te brengen. De leden willen graag van vooral de brugklassers horen of ze vinden dat lhbti-onderwerpen voldoende worden besproken op school en wijzen die groep, de toekomst van de school, graag nog eens nadrukkelijk op de vragenlijst.

Onderzoeker Baams: ‘Ik zou pleiten voor allianties zoals deze in Weert. Ze zijn zichtbaar, gevormd en geleid door leerlingen en bewerkstelligen verandering. Als ze worden geleid door leraren, brengen ze de leerlingen wel bij elkaar en zorgen ze voor een plek waar ze zichzelf kunnen zijn, maar daarmee bereik je doorgaans minder. Wel moet het op school veilig zijn om een GSA te starten, en moeten scholen bijspringen als er sprake is van pesten. Zij zijn daar verantwoordelijk voor.’

Regenboogakkoord

De vraag is hoe specifiek scholen aandacht aan dit onderwerp besteden. Ze genieten volgens artikel 23 vrijheid van onderwijs. In hoeverre worden docenten tijdens hun opleiding over gender-thema’s onderwezen? Willem Eikelenboom, voorzitter van het landelijk overleg van alle tweedegraads lerarenopleidingen, meldt dat die opleidingen sinds het studiejaar 2018-’19 hebben afgesproken aandacht te besteden aan seksuele diversiteit. COC-woordvoerder Philip Tijsma antwoordt dat dit nog niet geldt voor eerstegraads en universitaire lerarenopleidingen. Diverse studenten bevestigen dat diversiteit slechts in de keuzevakken aan de orde komt. Tijsma wijst op het Regenboogakkoord waarmee eerder dit jaar tien politieke partijen beloofden concrete maatregelen te nemen tegen anti-lhbti-geweld en voor acceptatie op school. De organisatie roept op dat over te nemen in een komend regeerakkoord, maar artikel 23 zou roet in het eten kunnen gooien.

Docent Van de Ven heeft er tijdens haar eerstegraads lerarenopleiding in elk geval niets over geleerd. ‘Natuurlijk kreeg ik les in sociologie, psychologie en pedagogiek, maar niet in het omgaan met diversiteit in geaardheid of seksualiteit. Ik heb ook geen cursus gevolgd, maar wel ervaring uit mijn privésituatie. Ik begeleid de GSA sinds dit jaar en heb in die korte tijd veel geleerd van de ervaringen en meningen van de leerlingen. Ook voor mij is het superleerzaam.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden