De portemonnee wint van de moraal

Nederland wilde niets van mensenhandel weten. Totdat bleek dat aartsvijand Spanje er steenrijk van werd. Naar aanleiding van de televisiereeks De Slavernij een serie. Deze week: hoe Holland in de slavenhandel ging .

'Christenen bedrijven geen mensenhandel,' is het korte maar krachtige antwoord van de Staten van Holland aan het bestuur van de West Indische Compagnie (WIC) als dat bij de oprichting in 1623 toestemming vraagt voor het opzetten van een slavenhandel in Angola. De handel in slaven? Nederland kijkt er rond 1600 nog met afschuw naar.


Begin november 1596 wordt in Middelburg een op de Portugezen buitgemaakt schip binnengebracht. Geen suiker en tabak in het ruim, maar honderd Moren: mannen, vrouwen en kinderen. Waarom de kapitein hen naar Middelburg bracht, is onbekend. Misschien was het een eerste poging om slaven in Zeeland te verkopen. Zeeland wil daar niets van weten, zo blijkt uit de notulen van de Staten van Zeeland. Ze verbieden de verkoop van de Moren: 'die door niemand als slaaf gehouden of verkocht behoren te worden, en door niemand tot eigendom verklaard mogen worden'. De Moren zijn door de Portugezen tot 'christenen' gedoopt en in christenen handel je niet. Burgemeester Heindrickxen ten Haeff van Middelburg organiseert nog wel een kijkdag - honderd zwarte mensen in Zeeland, dat was nog nooit vertoond - waarop de Zeeuwen de gelegenheid krijgen de Moren te bekijken. De Moren lijken daarna in rook te zijn opgegaan; hoogstwaarschijnlijk zijn ze teruggegeven aan de kapitein die ze alsnog - ver uit het zicht - heeft verkocht.


Een paar jaar later zou blijken hoe principieel dat standpunt was. In 1630 verovert admiraal Hendrick Lonck de allereerste Hollandse kolonie in Brazilië: 'Nieuw Holland'. Het stuk Brazilië behoorde tot dan toe aan de Portugezen, die er rijk renderende plantages hadden ingericht. Maar met de Portugezen vertrekken ook hun slaven en in plaats van de gedroomde gouden bergen levert de kleine kolonie vooral kommer en kwel. Johan Maurits van Nassau - familie van de Oranjes - wordt geconfronteerd met plantage-eigenaren die hem de oren van het hoofd zeuren om slaven.


In de Republiek komt een discussie op gang. Mag slavernij, of mag het niet? Het debat wordt gevoerd op de fundamenten van de samenleving: het Romeins recht en de Bijbel. Volgens rechtsgeleerden als Hugo de Groot was slavernij het geëigende middel om krijgsgevangenen en misdadigers aan de doodstraf te onttrekken - eeuwenlang is slavernij op grond van deze redenering goedgepraat. Dominees, de andere opiniemakers in die tijd, vonden in de Bijbel argumenten voor slavernij. De conclusie is dat christenen lichamelijk én geestelijk vrij moeten zijn om God te kunnen dienen, maar dat dat niet geldt voor niet-christenen.


Rond die tijd verschijnt van de Zierikzeese dominee Godfried Udemans 't Geestelyck roer van 't coopmans schip, een streng leerboek voor de koopman: 'Wat betreft de heidenen of Islamieten, die mogen door de christenen als slaven gebruikt worden als ze in een rechtvaardige oorlog gevangen zijn, of als ze van hun ouders of andere rechtmatige eigenaren voor een eerlijke prijs zijn gekocht, want dit komt overeen met de Goddelijke Wet.' 'Zonder ossen en negers kan men niets verwachten. Zonder slaven is het niet mogelijk iets uit te richten in Brazilië', dringt Maurits ondertussen bij de WIC aan.


Nederland besluit met de hand op de Bijbel en het oog op de beurs, zonder dat er besloten wordt: tot nu toe hebben historici geen document kunnen vinden waarin slavenhandel formeel wordt toegestaan. In 1637 krijgen Johan Maurits en Cornelis Jol toestemming om met negen schepen vanuit Brazilië het slavenfort Elmina aan de Afrikaanse kust te veroveren. Via een listige manoeuvre slagen ze er in de slavenhandelspost op de Portugezen te veroveren en daarmee is de weg vrij voor slavenhandel op West-Afrika.


In de zeven jaar dat Johan Maurits de baas is in 'Nieuw Holland' worden er door de WIC jaarlijks tussen de 1.500 en 3.000 slaven op de markt in het Hollandse Brazilië aangevoerd.


En Middelburg? Die wordt een belangrijk centrum voor de slavenhandel, waarin Zeeuwse schepen een aandeel hebben van minstens 46 procent van alle door Nederland getransporteerde slaven. En dat waren er 550.000 - vijf procent van het totale aantal Afrikaanse slaven dat door Europeanen naar de Amerika's werd getransporteerd: 12.500.000 mensen in het grootste gedwongen overzeese mensentransport ooit.


Carla Broos is maakster van de vijfdelige serie over de geschiedenis van slavernij, vanaf zondag 18 september, bij de NTR, Ned. 2, 20.15 uur.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden