De Porta Nigra maakt Trier uniek

'Rome aan de Moezel' werd Trier genoemd, of het 'Belgische Rome'. Het was de belangrijkste stad in de Gallische provincie Belgica, gesticht door Augustus en bewoond door de Treverer....

WIE NU door het Teutoburgerwoud wandelt, kan zich goed voorstellen dat dit eens een duistere, onherbergzame streek moet zijn geweest. Op sommige plekken staan de bomen zo dicht op elkaar dat er nauwelijks zonlicht doordringt, en zelfs op een rustige herfstdag heeft dit oude Duitse woud iets onheilspellends.

In het jaar negen na Christus zou hier de voor de Romeinen vernietigende slag hebben plaatsgevonden tussen de drie legioenen van Publius Quinctilus Varus en de Germaanse strijders van Hermann, de vorst der Cherusken, of Arminius, zoals zijn Romeinse naam luidde. Het stormde en regende toen de troepen van Arminius de drie legioenen van Varus aanvielen. Ongeveer dertigduizend Romeinse soldaten zouden zijn gesneuveld.'

Of deze veldslag zich werkelijk in het Teutoburgerwoud heeft afgespeeld, staat niet helemaal vast. Misschien werd er meer oostelijk gevochten, bij wat nog altijd de Porta Westfalica wordt genoemd. Wel werd bij Detmold aan het einde van het woud in 1875 een groot beeld opgericht voor Hermann. Dat gebeurde enkele jaren na de stichting van het Duitse keizerrijk, toen de Duitsers veel aandacht schonken aan hun geschiedenis.

Die aandacht voor het verleden begon kort na de Franse revolutie. Die wekte bij een deel van de burgerij een verlangen naar vrijheid en eenheid. Dit ging veelal gepaard met een herontdekking van de geschiedenis, ook van de oude geschiedenis, toen de Romeinen heer en meester waren in Germania.

Althans in een stuk van Duitsland, want de nederlaag van Varus betekende vrijwel het einde van de Romeinse expansiedrift naar het noorden. Julius Caesar had in de jaren tussen 58 en 51 voor Christus Gallië veroverd. Dat wil zeggen: hij consolideerde de Romeinse macht in grote delen van Frankrijk, Zwitserland, België en dat stuk van het huidige Duitsland dat links van de Rijn ligt. Hij versloeg de Germaanse troepen van koning Ariovistus, die Gallië waren binnengedrongen, bij Mülhausen en drong de Germanen terug over de Rijn. Deze rivier werd de grens tussen Romeinen en Germanen.

Enkele tientallen jaren later probeerde Augustus de grenzen van het Romeinse rijk verder naar het noorden te verleggen. Zijn stiefzonen Drusus en Tiberius slaagden erin de gebieden ten zuiden van de Donau te veroveren. Hier werd de Romeinse provincie Raetia gesticht. Zij veroverden ook Germania, maar hieraan beleefden de Romeinen geen plezier. De nederlaag van Varus betekende in feite het einde van de poging het Romeinse rijk uit te breiden tot aan de Elbe.

In de jaren daarna werden in zuid-Duitsland nog wel enige gebieden, gelegen tussen Rijn en Donau, veroverd, maar daar bleef het bij. Enkele eeuwen lang liep grens van het Romeinse rijk dwars door Duitsland, en wel van de Rijn tussen Remagen en Andernach naar de Donau in de buurt van Regensburg. Hier ontstond de limes, een versterkte grens met palissade, wallen, uitkijktorens en forten, niet onoverwinnelijk, maar een paar honderd jaar lang toch voldoende om de Germanen op afstand te houden.

In het wijdse, heuvelachtige landschap van de Taunus met zijn uitgestrekte velden en bossen liggen hier en daar nog restanten van de limes. In een van die bossen, niet ver van Bad Homburg, werd een kleine honderd jaar geleden zo'n Romeins fort op zijn oude fundamenten weer opgebouwd.

Deze Saalburg trekt nog altijd veel bezoekers. Want ofschoon de gebouwen niet uit de Romeinse tijd stammen, geven ze toch een indruk van het leven van de soldaten aan de limes. Vooral het kleine museum, waarin tal van opgegraven voorwerpen zijn ondergebracht, biedt een goed overzicht over wat zich in en rond een Romeins fort aan de grens afspeelde.

Wie de oudste stad van Duitsland wil bezoeken, moet naar Trier, nu een provinciestad in Rijnland-Palts, maar in de Romeinse tijd een wereldstad waar in de derde en vierde eeuw keizers woonden. 'Rome aan de Moezel', zo werd Trier wel genoemd, of ook wel het 'Belgische Rome'. Want Augusta Treverorum was de belangrijkste stad in de Gallische provincie Belgica.

Augusta Treverorum betekent niet anders dan dat de stad door Augustus werd gesticht en wel rond 15 voor Christus en bewoond werd door de Treverer, een Keltisch volk. De stad was van strategische betekenis, want zij lag aan de weg van Lyon naar Keulen. De Romeinen bouwden 17 voor Christus een brug over de Moezel. De stad werd al in de eerste eeuw na Christus een administratief centrum met een bloeiende handel en nijverheid. Vanuit Trier werden de Romeinse troepen bevoorraad.

De eerste Romeinse brug over de Moezel was van hout. Rond 200, toen de stad ommuurd werd, bouwden de Romeinen grote stenen pijlers in het water. De huidige Römerbrücke in Trier rust nog altijd op de oude Romeinse fundamenten.

Vanaf de Romerbrücke loopt een brede weg, de Südallee, de stad in. Vlak bij de brug lag in de Romeinse tijd het openbare badhuis, de Barbarathermen, in de tweede eeuw met veel pracht en praal gebouwd want Augusta Treverorum was al in de eerste eeuw een 'welvarende stad', aldus een oude kroniek.

'Het loont niet om naar de Barbarathermen te gaan kijken, want daarvan is bijna niets overgebleven', zegt een Duitser in Trier. Het is beter direct de Südallee te volgen en dan de Olewiger Strasse. Op de plek waar de huizen ophouden en de wijnbergen beginnen, ligt wat is overgebleven van het Romeinse amfitheater.

In dit amfitheater wordt zichtbaar hoe belangrijk en groot het Romeinse Trier moet zijn geweest. Wie door de poort de arena betreedt, voelt zich plotseling klein. Het ovalen terrein, waar eens gladiatoren vochten en gevangenen voor de wilde dieren werden geworpen, is ongeveer 75 meter lang en vijftig meter breed. Grote met gras begroeide wallen omsluiten de arena. Hierop bevonden zich eens de tribunes, waarop rond twintigduizend mensen konden zitten. Een smalle trap voert naar beneden, naar de kelders van het amfitheater, waar eens de gladiatoren verbleven. Veel is er niet meer te zien. Het is er duister en er staan plassen water.

Wat Trier uniek maakt, is de Porta Nigra die wel 'het mooiste en machtigste monument van het Romeinse imperium ten noorden van de Alpen' wordt genoemd. Of deze kolossale dubbele stadspoort mooi is, daarover valt te twisten. Maar machtig is het bouwwerk zeker.

Wat als eerste opvalt is dat het hoge bouwwerk helemaal niet meer past bij de rest van de omgeving. Het ligt aan het einde van de voetgangerszone met haar vele winkels, enkele warenhuizen en een bank. Een Duitse vrouw in een groepje bezoekers merkt peinzend op: 'Het is net of het gebouw niet af is.' De grote, verweerde stenen zijn ruw en onbewerkt. Wanneer we het bouwwerk van binnen bekijken en de wenteltrap beklimmen, blijken op de muren van de bovenverdiepingen nog barokke versiersels te zitten en grijze reliëfs van heiligen, bischoppen en een paus.

De geschiedenis heeft voor dit alles een verklaring paraat. Dat de poort donker van kleur is, komt door eeuwen roet en vuil en invloed van het weer. De naam Porta Nigra is dan ook pas na de Romeinse tijd ontstaan.

De poort die tegelijkertijd vesting was, werd nooit voltooid want in 196 en 197 werd Trier belegerd door de Germanen. De steigers werden snel verwijderd en het bouwwerk werd overgedragen aan het Romeinse leger.

De Porta Nigra was een van de vier stadspoorten in de acht meter hoge en vier meter dikke muur die tussen 175 en 200 rond Trier werd opgetrokken. Dat alleen de stadspoort op het noorden behouden bleef en de andere in de loop der jaren verdwenen, heeft alles te maken met het besluit van aartsbisschop Poppo von Babenberg kort na 1035 om de Porta Nigra te veranderen in een kerk, ja zelfs in twee kerken. De aartsbisschop deed dit uit verering voor de Griekse monnik Simeon die tussen 1028 en 1035 als kluizenaar had gewoond in de oostelijke toren van de poort.

Het gevolg was dat het Romeinse complex danig werd verbouwd. De Simeonskerk bestond uit twee delen, een boven- en een benedenkerk. Boven zaten de kanunniken van het Simeonsklooster en beneden bad het gewone volk.

De kerk bleef bestaan tot de Franse tijd. Trier werd in 1794 door de Fransen veroverd. Die sloten de kerk. Tien jaar later bezocht Napoleon de stad. 'Kort daarna', zo schreef de Duitse journalist Rudolf Pörtner in zijn boek Mit dem Fahrstuhl in die Römerzeit, 'was in het Journal van het Saardepartement een keizerlijk decreet te lezen dat bepaalde ''het Gallische gebouw van de Simeonskerk moet weer in zijn oorspronkelijke gedaante worden hersteld en daarom moet alles worden verwijderd wat sedert de inrichting tot kerk aan het gebouw werd toegevoegd''.'

Met de uitvoering van dit decreet werd direct begonnen, maar het werk werd pas voltooid in de Pruisische tijd na 1815.

In Trier is ook het omgekeerde gebeurd. Eveneens in de vorige eeuw werd een deel van het oude keizerlijke paleis, ooit gebouwd door Constantijn de Grote, weer opgebouwd en in gebruik genomen als protestantse kerk. Deze basiliek van de Verlosser bestaat nog altijd en is een groot, strak bakstenen gebouw dat binnen vooral imponeert door zijn enorme ruimte. Hierdoor krijgt de bezoeker een goed idee van de enorme afmetingen van de zalen waarin Romeinse keizers audiënties verleenden.

Maar hoe kwamen Romeinse keizers in Trier terecht? Dat was een gevolg van de hervormingen van keizer Diocletianus in 286. Hij deelde het Romeinse rijk in tweeën en benoemde een tweede keizer. Dat werd Maximianus, die zich in Milaan vestigde. Deze keizers werden bijgestaan door een caesar, een onder-keizer zo men wil. De caesar voor het westen werd Constantius Chlorus, die zich in 293 in Trier vestigde. In 305 werd hij voor een jaar keizer. Vanuit Trier werd Gallië en Brittannië bestuurd.

Constantius Chlorus trouwde in zijn eerste huwelijk met Helena, een herbergiersdochter. Zij kregen een zoon, de latere keizer Constantijn de Grote. Deze liet in het begin van de vierde eeuw een nieuw paleis in Trier bouwen. Maar in 316 verliet hij de stad om acht jaar later in het oosten Constantinopel te stichten.

Het Romeinse paleis overleefde omdat het net als de Porta Nigra in gebruik bleef. Het werd de residentie van de aartsbisschoppen van Trier. Die lieten na verloop van tijd het paleis wel verbouwen en uitbreiden met allerlei vleugels, maar er bleef een kern van het oude Romeinse gebouw bestaan. In het midden van de vorige eeuw besloot de koning van Pruisen om de aula van het paleis weer op te bouwen en deze basilica aan de lutherse gemeente te geven.

Op deze wijze is er een wat vreemd complex ontstaan. De klassieke basilica staat dwars op het oude, roze barokke paleis van de vroegere aartsbisschoppen en keurvorsten van Trier; een merkwaardig ensemble.

Het paleis ligt aan een mooi, ruim park. Aan het einde van dit park rijzen oude muren met bogen op. Het is de imposante ruïne van de Kaiserthermen, een tweede badhuis, gebouwd in het begin van de vierde eeuw. Het moest zo mooi en groot worden dat het de vergelijking met de badhuizen in Rome kon doorstaan, maar het werd nooit voltooid.

Toegankelijk is nog het onderaardse netwerk van gangen en schachten, bedoeld voor de dienaren van het badhuis. Zij moesten er onder meer voor zorgen dat de vloerverwarming en hete-luchtverwarming goed functioneerden.

De Romeinen bleven bijna vijfhonderd jaar in Trier. In 476 werd de stad, die in haar bloeiperiode ruim tachtigduizend inwoners telde, veroverd door de Franken. Trier raakte in verval. Het aantal inwoners daalde zo sterk dat in de middeleeuwen het zuidelijk deel van de stad werd opgegeven.

Pas in de negentiende eeuw kreeg Trier weer belangstelling voor de Romeinse tijd. In 1810 trok de strijdbare wiskundeleraar Thomas Sanderad Müller, zo beschrijft Rudolf Pörtner in zijn al eerder genoemde boek, fel van leer tegen zijn stadgenoten, omdat deze geen enkel respect hadden voor de overblijfselen uit het verleden. 'Erg is de tand des tijds, erger is het woeden van oorlogen, maar het ergste is de onbezonnenheid en boosheid van de mensen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden