De Pool werkt en zijn kind zit thuis

Het Sociaal en Cultureel Planbureau wijst op het gevaar dat kinderen van Oost-Europese migranten hier ontsporen. Dat herkennen ze in Oirlo, waar Poolse kinderen verblijven.

Mede-eigenaar Edwin Strik van De Walnoot rijdt dagelijks de Poolse kinderen naar school. Beeld Marcel van den Bergh
Mede-eigenaar Edwin Strik van De Walnoot rijdt dagelijks de Poolse kinderen naar school.Beeld Marcel van den Bergh

'Als wij de kinderen niet met de bus naar school zouden brengen, stonden er vast dagelijks leerplichtambtenaren op de stoep', zegt Edwin Strik. Hij is sinds 2006, met Erik en Inge van Heumen, eigenaar van een kampeerboerderij op De Walnoot in Oirlo. In dit kerkdorp, zo'n 10 kilometer van Venray, bestieren zij tussen de maïsvelden een groepsaccommodatie. In de praktijk houdt het drietal zich vooral bezig met de Poolse migranten die verspreid over het terrein in 45 houten huisjes wonen. Die werken vooral bij land- en tuinbouwbedrijven in de omgeving.

'We zijn een klein dorp', zegt Van Heumen. 'Mijn werk lijkt soms veel op dat van een buurtcoördinator.' De campingeigenaar, die voor zijn gasten geregeld telefoneert met de gemeente en de Belastingdienst ('Alle brieven die zij sturen zijn in het Nederlands') herkent de problematische leefomstandigheden van migrantenkinderen, zoals ze geschetst worden in het vandaag verschenen rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

'Poolse ouders werken veel en hard', zegt hij. 'En ze laten hun kinderen rustig alleen thuis. We hebben meegemaakt dat twee meisjes van 8 en 3 de hele dag zaten opgesloten in hun huisje, terwijl de ouders op hun werk waren. Het oudste kind wilde een pan op het vuur zetten en liep brandwonden op. Dat heb ik samen met Strik naar de Eerste Hulp gebracht.'

Mateusz Cibor (9) woont sinds 2013 op De Walnoot. Zijn ouders waren er al een jaar; hij woonde toen bij zijn oma, met zijn broertje en zusje. Beeld Marcel van den Bergh
Mateusz Cibor (9) woont sinds 2013 op De Walnoot. Zijn ouders waren er al een jaar; hij woonde toen bij zijn oma, met zijn broertje en zusje.Beeld Marcel van den Bergh

‘Ik vertaal voor mijn vader en moeder’

‘Ik vind het leuk om in Nederland te wonen’, zegt Mateusz als hij met zijn broertje Radek (7) uit de schoolbus stapt. ‘We wonen hier in een mooier huis dan we in Polen hadden.’
Het is druk in huize Cibor. Baby Jan (een paar weken oud) krijst het kleine stenen huis bij elkaar. Radek blijkt zijn tas te zijn vergeten op school en intussen komt de buurvrouw moeder Agnieszaka wat vragen. Mateusz en Radek zijn thuis de enige twee die Nederlands spreken. Hun moeder kent naast Pools een paar woorden Engels. ‘He is my translator’, zegt ze terwijl ze haar oudste over zijn haren strijkt.
Het vertaalwerk voor zijn moeder valt Mateusz zwaar. ‘De Nederlandse taal is soms moeilijk’, zegt hij, ‘vooral woorden met meer dan twee lettergrepen zijn lastig.’
Later wil hij profvoetballer worden of vrachtwagenchauffeur. Twee vrienden van Mateusz’ vader zijn chauffeur. Ze rijden veel naar andere landen. Rijk worden hoeft van Mateusz niet. ‘Familie is belangrijker dan geld’, zegt hij.

Schoolbus

Het is even over twaalf in de middag als Strik in het busje stapt om de 5-jarige Malgorzata Guzmann van school te halen. Twee jaar geleden staakte de gemeente Venray vanwege bezuinigen het leerlingenvervoer van kinderen die minder dan 6 kilometer van school wonen. De kinderen van De Walnoot moesten maar fietsen, luidde het devies, of naar de basisschool in Oirlo.

'Kilometers fietsen is voor een kind van 4 jaar onverantwoord', vindt Strik. 'En in Oirlo krijgen de kinderen niet de extra taalondersteuning die ze nodig hebben.' Daarom schafte hij, samen met Van Heumen, een schoolbus aan. Nu brengen de eigenaren dagelijks de kinderen van en naar school.

'We hadden het ook aan de Poolse ouders kunnen overlaten', zegt Strik als hij de verlegen Malgorzata bij de ingang van basisschool De Estafette in Venray begroet. 'Maar Poolse ouders hebben vaak geen auto en nemen het soms ook niet zo nauw met de Leerplichtwet.'

Doorstroomfunctie

Tijdens de rit terug naar Oirlo zegt Malgorzata nauwelijks iets. Ook thuisgekomen in chalet nummer 1 houdt het meisje haar lippen stijf op elkaar. In het huisje waakt haar oma Renata over de aardappels die op het vuur staan. Moeder Monika en vader Marcin rusten uit van hun ochtenddienst op een slabedrijf.

'De meeste kinderen spreken tot hun 4de alleen Pools', zegt Strik even later bij de lunch. Strik is zelf getrouwd met een Poolse. 'Zo'n meisje als Malgorzata vindt school niet leuk doordat ze het Nederlands niet machtig is. Daar komt bij dat ze net de hele zomer in Polen heeft gezeten.' Veel van de gezinnen die Van Heumen en Strik de afgelopen jaren zagen komen en gaan, vieren al hun vakanties in Oost-Europa. Dat doet de vorderingen die de kinderen maken met de Nederlandse taal geen goed en heeft een negatieve invloed op hun schoolprestaties. 'Dat Poolse kinderen zelf mogen bepalen wanneer ze naar bed gaan, werkt ook niet mee.'

Het Limburgse logiespark heeft een doorstroomfunctie. Gezinnen blijven er gemiddeld een à twee jaar. Daarna vinden ze een socialehuurwoning en dan hopen de eigenaren van het logiespark dat ze al redelijk zijn 'opgevoed naar de Nederlandse maatstaven'.

Dat opnieuw opvoeden lukt niet altijd, zegt Strik. Hij ziet sommige Poolse tieners, die op latere leeftijd naar Nederland komen, onder zijn ogen ontsporen. 'Ze spreken slecht Nederlands en proberen er door stoer gedrag op school bij te horen. Uiteindelijk krijgen ze foute vrienden, gaan ze blowen en houden ze zich bezig met diefstal en vernielingen.'

Angelika Zielinska (17) kwam deze zomer met haar moeder naar Nederland. In eerste instantie om te werken, maar nu wil ze liever studeren. Beeld Marcel van den Bergh
Angelika Zielinska (17) kwam deze zomer met haar moeder naar Nederland. In eerste instantie om te werken, maar nu wil ze liever studeren.Beeld Marcel van den Bergh

‘Een paar jaar hier blijven, of voor altijd’

‘Ik ben naar Oirlo gekomen om mijn leven te veranderen’, zegt Angelika in een gesprek dat deels via Google Translate verloopt. Ze schuift onrustig heen en weer op het leren bankstel en verontschuldigt zich voor haar zenuwen. ‘Volgende week ga ik voor het eerst naar de schakelklas en ik ben ontzettend gestrest. Ik ken mijn klasgenoten niet en omdat ik nauwelijks Engels spreek, zal ik niet goed met ze kunnen praten.’
Angelika’s ouders zijn onlangs gescheiden. Haar moeder vertrok naar Nederland om in een slabedrijf te werken. Haar vader, broertje (14) en zusje (9) bleven achter in Polen.
Daar is de sfeer grimmig, zegt de tiener. ‘In Polen is veel intolerantie. Mensen zijn boos op het gezag en de situatie in het land verslechtert met de dag.’
Over haar leven in Oost-Europa wil ze verder niets kwijt. Angelika richt zich liever op de toekomst. Die ligt voor de komende paar jaar in Nederland, of misschien wel voor altijd. ‘Het is een mooi en vreedzaam land’, zegt ze. ‘Het leven is hier rustig.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden