De politiek van de Rajapaksa's

De president van Sri Lanka heeft een ijzersterke positie overgehouden aan de verkiezingen. De vraag is hoe hij zijn hernieuwde mandaat gaat gebruiken....

COLOMBO Rajapaksa, Rajapaksa en Rajapaksa. De president van Sri Lanka heeft een nationale traditie voortgezet en van de politiek een familiezaak gemaakt. Drie R’en maken de dienst uit in het land. En alsof misverstanden daarover moeten worden voorkomen, duiken overal in de steden en in de media de bekende gezichten van de Rajapaksa’s op.

President Mahinda Rajapaksa en twee broers beheren de meeste en de belangrijkste van de tientallen departementen in Colombo en controleren daarmee het overgrote deel van de staatsuitgaven. In de volksvertegenwoordiging zitten ook nog twee R’en: de oudste broer is parlementsvoorzitter, een zoon en mogelijke opvolger van de president is ‘gewoon’ parlementslid.

Aan de verkiezingen die eerder dit jaar zijn gehouden, heeft de president een ijzersterke positie overgehouden. Zijn herverkiezing en overwicht in het parlement zijn een beloning voor het beëindigen van de afscheidingsoorlog in het noorden van het land, die een jaar geleden door het regeringsleger werd beslist met het verslaan van de Tamil Tijgers.

Rajapaksa, populair bij een meerderheid van de bevolking, beschikt net niet over de tweederde meerderheid in het parlement die hem in staat stelt de grondwet naar zijn wensen aan te passen. Maar naar verwachting zal hij die gelegenheid wel krijgen als enkele politici van andere partijen tot een ‘overstap’ worden overgehaald.

De vraag is hoe het staatshoofd zijn hernieuwde mandaat gaat gebruiken. Kiest hij voor een autoritair bewind of respecteert hij de democratische spelregels en zal hij tegenspraak dulden? Met zo veel familieleden op topposities en met een zwakke en ongeïnspireerde oppositie in het parlement ligt de verleiding van de ongebreidelde macht op de loer.

‘Het autoritaire lokt’, zegt een diplomaat in Colombo. ‘Maar ik heb het gevoel dat hij het zelf ook nog niet weet.’ Hij sluit niet uit dat landen als Maleisië en Singapore voor Rajapaksa als voorbeeld zullen dienen: landen die economische vrijheid combineren met een begrensde democratie.

Wederopbouw
Nu de wapens zwijgen staat Rajapaksa voor de taak de wederopbouw van het land vorm te geven. Er is veel kapot gegaan in ruim een kwart eeuw oorlog: er zijn niet alleen meer dan honderdduizend doden te betreuren, de tegenstellingen tussen de Singalese meerderheid en de Tamilminderheid zijn verscherpt, de economie is ernstige schade toegebracht en een goede relatie met het Westen is niet meer vanzelfsprekend.

De roep om onafhankelijkheid is met de ondergang van de Bevrijdingstijgers van Tamil Eelam (LTTE) verstomd. Maar Tamilpolitici blijven streven naar een zekere mate van machtsoverdracht. ‘Wij willen zelfbeschikkingsrecht op het gebied van landtoewijzing, politie, onderwijs en cultuur’, zegt Tamilparlementslid M.A. Sumanthiran in zijn woning in Colombo.

Wat er tot nu toe bekend is geworden van de plannen voor een grondswetswijziging geeft weinig aanleiding belangrijke concessies aan de Tamils te verwachten. De voorstellen betreffen vooral een onbeperkte ambtstermijn voor de president en de vorming van een nieuw parlementair orgaan.

Veel Tamils zeggen dat ze in het afgelopen jaar van vrede nog niets concreets hebben gemerkt van de door Rajapaksa beloofde verzoening. Ze voelen zich nog steeds gemarginaliseerd en bezien het centrale gezag in Colombo nog steeds met een zeker wantrouwen.

Ook parlementariër Sumanthiran kan zijn achterdocht moeilijk verbergen: ‘Als de politieke wil om de hand uit te steken naar de Tamilbevolking oprecht is, zullen wij dat zeker verwelkomen. We willen niet negatief klinken, maar onze ervaring geeft ons reden om sceptisch te zijn.’

De regering hamert er voortdurend op dat Sri Lanka geen tweederangs burgers kent, maar onder Tamils leeft de vrees dat het werken aan economisch herstel voorrang krijgt boven verbetering van hun lot. De president en zijn kabinet zijn erop gebrand de economische achterstand in te lopen die door de oorlog is ontstaan.

‘De Singalese meerderheid snakt naar de grote economische opleving. Zij vindt dat de regering de kans moet krijgen zich daarop te richten. Andere zaken worden daaraan ondergeschikt gemaakt’, zegt Paikiasothy Saravanamuttu van de onafhankelijke denktank Center for Policy Alternatives (CPA).

China
Voor zijn economische betrekkingen kijkt Sri Lanka niet uitsluitend meer naar India en het Westen. Het heeft ook laten merken dat het openstaat voor toenaderingspogingen van China en gevoelig is voor druk van Iran.

Dat plaatst westerse landen, die willen dat het Sri Lankaanse regime op enigerlei wijze rekenschap aflegt voor de duizenden burgerdoden die vielen in de laatste fase van de oorlog, voor een dilemma: hoeveel druk kunnen ze uitoefenen zonder dat Colombo zich van hen afkeert? Het regime wil immers niets weten van een onafhankelijk onderzoek naar oorlogsmisdaden, waardoor het zelf in de beklaagdenbank zou kunnen komen.

CPA-directeur Saravanamuttu vindt dat het Westen zich niet al te beschroomd moet opstellen. ‘Westerse landen kunnen de ontwikkelingen in Sri Lanka wel degelijk beïnvloeden. Onze handel is voornamelijk met het Westen. Onze belangen liggen nu eenmaal niet in China of Iran.’ Of ook president Rajapaksa daarvan overtuigd is, blijft nog onzeker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden