'De politiek in gaan was een vergissing'

Als drs. Hans Gruijters ontevreden was over het intellectuele gehalte van de ministerraad, verloor hij zijn interesse. Als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in het kabinet-Den Uyl (1973-1977) pakte hij dan een boek....

Dinsdag werd bekend dat Hans Gruijters (73) afgelopen weekeinde in Lelystad is overleden. De controversiële politicus maakte in 1992, als burgervader van Lelystad, al eens de balans op van zijn loopbaan in Het Parool. ‘Het meest in m'n element was ik in de eerste helft van de jaren zestig. Toen zat ik in Amsterdam. Ik was VVD-gemeenteraadslid, chef van de buitenlandredactie van het Handelsblad en ik was caféhouder, ik stond achter de tap van de Bamboebar. Een mooier leven kan toch haast niet?’

Johannes Petrus Adrianus Gruijters werd op 30 juni 1931 geboren te Helmond in een gematigd religieus, katholiek gezin. Hij studeerde politicologie en psychologie in Amsterdam en verpandde tijdens zijn studententijd zijn hart aan de hoofdstad. Hij was daar directiesecretaris bij een textielbedrijf en door een erfenis werd hij kroegbaas. Met graagte vertelde hij hoeveel huwelijken hun oorsprong vonden in zijn etablissementen. Toen hij uitbater was van drie horecagelegenheden, met elkaar overlappende openingstijden, liet hij zijn oog vallen op een vierde, want: ‘Dan kan ik zeggen dat in mijn alcoholische koninkrijk de zon nooit ondergaat.’

Gruijters dacht in het groot. Hij was de gangmaker en theoreticus achter de oprichting van D66. Eerder dat jaar had VVD-leider Toxopeus de hautaine politicus als liberale fractieleider in de Amsterdamse gemeenteraad afgezet, omdat die had geweigerd aanwezig te zijn bij het huwelijk van prinses Beatrix met Claus von Amsberg. ‘Ik heb wel wat beters te doen’, vond de man, wiens superioriteitsgevoel steeds meer mensen in zijn omgeving begon te storen.

In 1973 werd Gruijters de eerste D66-minister in de Nederlandse geschiedenis. Hij wilde het geheim van Soestdijk ontsluieren om zo zijn aanval op de monarchie beter te onderbouwen, maar hem werd door de premier en de sociaal-economisch-financiële driehoek het zicht op het heilige der heiligen ontnomen. ‘Een minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is niet meer dan een filiaalchef van Albert Heijn die van zijn bazen nooit iets hoort’, reflecteerde hij jaren later.

In 1987 redde hij zich met debatteertrucs en afleidende grapjes redelijk toen hij zich voor een parlementaire enquêtecommissie moest verantwoorden voor zijn gerommel met bouwsubsidies tijdens zijn ministerschap.

Ondanks zijn heftige verbale uitvallen tegen opponenten en medestanders, had Gruijters veel respect voor politici als Lubbers, Van Mierlo en Den Uyl. Verder was volgens hem middelmaat troef in de politiek. Hij vroeg zich dan ook vaak hardop af of hij zijn betuurderskwaliteiten niet beter aan het bedrijfsleven had kunnen lenen. ‘De politiek in gaan was een vergissing, een gebrek aan zelfkennis’, vertrouwde hij ooit een journalist toe.

D66 is er niet in geslaagd het politieke bestel te veranderen en is nu slechts het minst beroerde alternatief, zei Gruijters. ‘Partijcultuur komt gewoon neer op politieke incest: men is voortdurend met elkaar bezig, maar het heeft geen enkele betekenis’, betoogde hij in 1986 in een pleidooi voor het Amerikaanse systeem. Van het CDA moest hij helemaal niets hebben: ‘Als ik een confessioneel een hand heb gegeven, tel ik eerst mijn vingers na.’

Gruijters werd in 1980 de eerste burgemeester van Lelystad. Het commissariaat van Utrecht en later dat van Flevoland gingen op pijnlijke manier aan zijn neus voorbij. Hij bleef mensen voor het hoofd stoten door uitspraken als ‘Nederland is vol’ en door de vloer aan te vegen met raadsleden.

Hoewel hij met genoegen terugkeek op zijn eigen krantencarrière, toonde hij later afschuw van het journaille en gaf hij nauwelijks interviews. Volgens velen was hij teleurgesteld door alle problemen die zich vanaf 1985 aandienden in de polderstad die hij bestuurde.

Op 1 juli 1996 ging de intellectueel, die zelfs irritatie en huiver in zijn eigen partij opwekte, met pensioen. Hij ging boeken lezen. ‘Mijn levensverwachting strookt niet altijd met de realiteit’, zei Gruijters in 1992 tegen Het Parool. ‘Ik wilde bijzondere dingen doen. Ja, misschien heeft het ook wel met de schaal van Nederland te maken.’ Vorig jaar verliet hij de partij waarvan hij medeoprichter was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden