De poëziewereld is net de echte wereld

Een Gedichtendag was al niet zo'n goed idee, maar een Gedichtenweek is helemaal onverteerbaar. Het is altijd Gedichtendag, 365 dagen per jaar. Of we het leuk vinden of niet.

Twee jaar geleden pleitte ik in NRC Handelsblad voor een moratorium op Gedichtendag. Dit jaar wordt Gedichtendag voor het eerst uitgebreid tot Gedichtenweek, een goed bewijs dat mijn aanbevelingen slecht worden gelezen. Zeven dagen in plaats van één dag: hoe komen we daar in godsnaam doorheen?


Zeker nu de poëziewereld is verworden tot een soort Teletubbieland moet dat wel leiden tot hartverscheurend saaie toestanden, of in de woorden van Erik Menkveld (de Volkskrant, zaterdag 26 januari 2013): 'Het poëtische landschap van vandaag is rijk geschakeerd en vruchtbaar, vredig en kleinschalig - iedere dichter heeft zijn eigen akkertje of kasje en neemt vriendelijk de pet af voor de conceptuele of anekdotische buurman.'


Hoe kunnen we deze vredigheid uitsmeren over één week, zonder de gemiddelde lezer dood te vervelen? Niet, dus.


Als dichter en poëzieuitgever las ik de woorden van Erik Menkveld met enige verbazing. Zoals ik haar heb leren kennen, is de poëziewereld op zijn minst een slangenkuil en op zijn best een georganiseerde chaos, waarbij het hof van Caligula in het niet valt. De vredigheid die Menkveld ontwaart, bestaat niet, of waarschijnlijk alleen in zijn eigen hoofd; of misschien kijkt hij elke keer als er rumoer opklinkt expres de andere kant op.


De poëziewereld is net de echte wereld, waarin machtswellust en hebzucht de boventoon voeren. Dichters en uitgevers zijn net mensen. Vier jaar geleden bleek dat al, toen Ramsey Nasr zijn post als Dichter des Vaderlands wist te verwerven door in Vlaanderen campagne te voeren voor zijn uitverkiezing (en in Nederland te doen alsof hij neerkeek op eenieder die ook campagne voerde).


In de vier jaar die daarop zijn gevolgd, heeft hij het ambt van Dichter des Vaderlands laten verkommeren, en uitgehold tot wat het nu is: het (onbezoldigd) schrijven van politiek getinte gedichten, in dienst van een krant (NRC Handelsblad) en een poëzie-organisatie (Poetry), daarbij meer rekening houdend met het profiel van krant en organisatie dan met de poëzie die hij dient te vertegenwoordigen.


Vredig verliep het wel, zijn termijn, maar niet zozeer omdat er vrede heerste, maar omdat iedereen binnen de poëzie gezellig meedoet aan het consensusdenken rond de Dichter des Vaderlands. 'Hij is zo bevlogen.' 'Hij is zo lekker bezig.'


Deed iedereen mee aan dat consensusdenken? Nee, natuurlijk niet; er zijn altijd nog kleine reservaten waar de poëzie wordt beoefend in onafhankelijkheid, reservaten waar woorden als anarchie en ongebondenheid geen loze begrippen zijn. Kleine reservaten, inderdaad. Die nauwelijks opvallen.


De poëziewereld bestaat uit eenlingen: eenlingen als Delphine Lecompte of Menno Wigman. Eenlingen als Philip Hoorne, Fred Papenhove, Ilja Leonard Pfeijffer of Annemarie Estor. Eenlingen die hun werk op de wereld loslaten en die wereld met hun werk veranderen. Of die wereld daarop zit te wachten, is niet de vraag; de vraag is: hoe breng je die eenlingen zo goed mogelijk onder de mensen (zonder concessie aan hun uniciteit)?


Ik pleit daarom nogmaals voor een moratorium van vijf jaar: vijf jaar geen Gedichtendag en zeker geen Gedichtenweek. Ook lijkt het me goed als de functie van Dichter des Vaderlands wordt afgeschaft. Pas dan kunnen anarchie en ongebondenheid ten volle tot hun poëtische recht komen. Uiteraard heb ik alternatieven.


Nadat Gedichtendag, Gedichtenweek en het Dichterschap des Vaderlands zijn afgeschaft, zou ik daarvoor in de plaats een Gedichtendag, een Gedichtenweek en een Dichterschap des Vaderlands invoeren. Het zit 'm niet in de verandering van instituties, namelijk, maar in de afstoffing ervan.


Zagen we op maandag 28 januari Ramsey Nasr in De Wereld Draait Door met een snik in zijn stem vertellen dat hij de koningin altijd zag als een vervangmoeder? Dat schaffen wij af. Dichters zijn geen lakeien. Maar dichters.


Krijgen de mensen die voor 15 euro aan poëzie kopen tijdens Gedichtenweek een gratis dichtbundel erbij (dit jaar: van Anna Enquist)? Dat schaffen wij af. Het dichterschap is het dichterschap, geen beroep dat gratis nevendiensten verleent aan een publiek dat toch al poëzie koopt.


Worden alle activiteiten rond Gedichtendag en Gedichtenweek in zeven dagen samengeperst? Dat schaffen wij af. Het is namelijk altijd Gedichtendag. 365 dagen per jaar. Of mensen het nu leuk vinden of niet.


De Dichter des Vaderlands zou daarom niet in dienst moeten staan van een krant en een organisatie, maar van... het vaderland. Net als in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten dient hij te worden benoemd door de politiek. Dat verleent hem een officiële status en, paradoxalerwijs, de gelegenheid om ook echt in vrijheid te werken.


Nogmaals: ik denk niet dat Erik Menkveld gelijk heeft. De dichterswereld is niet gezellig. Maar juist die ongezelligheid, die chaos, dat plezier in het omvergooien van bestaande structuren, verdient het beste (en officieelste) van het beste (officieelste).


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden