De pimpelpaarse publieke sector

Met de titel is niets mis: De puinhopen van acht jaar paars; een genadeloze analyse van de collectieve sector en aanbevelingen voor een krachtig herstelprogramma is zelfs op het geniale af....

Maar voor het overige heeft Pim Fortuyn, vooral als het aankomt op het 'krachtige herstelprogramma', op het eerste gezicht een tamelijk beroerd werkje gepubliceerd.

De vraag daarbij is: welke norm hanteer je? Gun je de nieuwkomer ruimte, of leg je direct de normen op die gangbaar zijn? Of kies je voor andere criteria? Dat maakt in de beoordeling veel uit.

Volgens de gangbare normen is het simpelweg een rotboek. Anders gezegd: zouden Ad Melkert, Hans Dijkstal of Jan Peter Balkenende zo'n boek schrijven, dan zou daar op deze plek gehakt van worden gedraaid. De analyse van de publieke sector - zorg, onderwijs, veiligheid, verzorgingsstaat - zou worden gehekeld wegens gebrek aan nauwkeurigheid en consistentie, en het even ondoordachte als selectieve gebruik van beschikbaar cijfermateriaal. Haal de anekdotes eruit, zou ik schrijven, schrap de niet ter zake doende persoonlijke aanvallen en tirades, verwijder de eigen ervaringen en jeugdherinneringen, en er blijft weinig over. Er staat, zou ik smalend schrijven, geen letter in over openbare financiën. Schande.

Een tweede beoordeling, langs een tweede meetlat, pakt gunstiger uit. Noem het de Tinbergen-meetlat, genoemd naar Jan Tinbergen, de grote Nederlandse econoom die in 1969 de Nobelprijs kreeg. Een van Tinbergens grote verdiensten is de formulering van een theorie van economische politiek, waarin hij systematisch onderscheid maakt tussen doelen en instrumenten van economische politiek. Hij koppelde daar een taakverdeling aan: politici moeten doelen formuleren, economen moeten politici eerst helpen bij het consistent maken van die doelen, daarna aangeven hoe die doelen kunnen worden bereikt, en tenslotte aangeven welke prijs hiervoor moet worden betaald. Kortom: politici zijn er voor de visie, economen voor de techniek.

Deze taakverdeling is in Nederland verwaterd; politici zijn zelf techneuten geworden, onder meer als gevolg van het verbleken van ideologieën.

De tweede manier om Fortuyns boek te beoordelen is daarom puur politiek in de betekenis die Tinbergen daaraan gaf: formuleert hij (al dan niet interessante) doelen voor de publieke sector? Ja, dat doet hij. Hij predikt kleinschaligheid, zowel in de zorg als in het onderwijs. Hij predikt het primaat van de professional - de kundige en vaardige individuele onderwijzer, dokter, politieagent - ten koste van het primaat van de overheidsbureaucratie. Hij predikt het afrekenen van deze professionals op hun prestaties, ten koste van de huidige systematiek van de collectieve arbeidsovereenkomst. Kortom, hij pleit ervoor zoveel mogelijk verantwoordelijkheden en bevoegdheden in de collectieve sector zo laag mogelijk neer te leggen, opdat de professionals trots en opgewekt hun werk kunnen doen ten gunste van de burgers die hun salaris betalen. En hij zegt erbij: eerst beter presteren, professionals, en dan pas, als het nog nodig is, extra belastinggeld komen vragen.

Eerlijk gezegd spreekt dit me wel aan.

Het lijkt, nog eerlijker gezegd, op de geest van het eerste kabinet-Kok dat zich tot doel had gesteld 'de verantwoordelijkheden in de samenleving te herijken' (regeerakkoord 1994), een ambitie waarover heel Nederland destijds zeer wel te spreken was. De tegenstellingen tussen de klassieke staatspartij PvdA en de klassieke marktpartij VVD zouden, onder begeleiding van coach D66, worden overbrugd, waardoor institutionele hervorming van de collectieve sector mogelijk werd.

Vreemd is deze overeenkomst niet, want Fortuyn was in 1994 fan van paars. Hij toont zich in het boek bovendien gecharmeerd van het optreden van een aantal - echt paarse - ministers: van minister van Financiën Gerrit Zalm tot minister van Sociale Zaken Willem Vermeend. Zijn boek is in zeker opzicht, ook in zijn pleidooi voor een verandering in de politieke cultuur, paars in de hoogste versnelling: Pimpelpaars.

Langs de Tinbergen-meetlat leidt welwillende lezing van het boek dus tot de paradoxale conclusie dat de doelstellingen van Fortuyn sterk lijken op de oorspronkelijke ambities van de partijen die hij nu bestrijdt: radicale hervorming van de publieke sector, doorbreken van de gesloten politieke cultuur, het directer maken van de democratie - het zat er bij de paarse partijen allemaal in. En terwijl de coalitie van PvdA, VVD en D66 er onvoldoende in is geslaagd de ambities waar te maken - het is er niet uitgekomen - is Fortuyn blijkens dit boekwerkje niet bij machte uit te denken hoe die uitvoering dan wel kans van slagen maakt.

En dus?

Dus is De puinhopen van acht jaar paars een heel vreemd boek. Geschreven in een stijl die we in de Nederlandse politieke cultuur niet kennen, bevat het op hoofdlijnen opvattingen die we heel goed kennen (met belangrijke uitzonderingen, dat wel). Tot nu toe beheerst de stijlbreuk, die Fortuyn niet alleen op schrift maar ook in zijn optreden opdringt, het hypernerveuze politieke debat. Wat zou er gebeuren als de heren lijsttrekkers inhoudelijk gaan debatteren - daar ben ik reuze benieuwd naar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden