De pijngrens tussen Ossis en Wessis

Pommern, voorheen DDR en daarvoor Pruisen, mag zijn traditionele klederdracht en handgeweven armbanden weer tonen. Maar de tweederangs West-Duitse notabelen die er de dienst uitmaken, zijn niet populair....

Midden in het drassige weiland, in een als gezellig bedoelde gerestaureerde boerenschuur, maakt de fine fleur van Oost-Vorpommern haar opwachting. De hoofdofficier van justitie, burgemeesters, zakenlui, hoofdredacteuren, kunstenaars en natuurlijk de regionaal populaire Tilo Braune, in het verre Bonn namens de sociaal-democraten lid van de Bondsdag, en gastheer.

De landraad, de hoogste regionale regeringsfunctionaris in deze aan Polen grenzende Oost-Duitse uithoek, bedankt Braune in elke zin voor zijn inzet. Ook nu weer, dankzij Braune, is het hem, de landraad, mogelijk het 'volstrekt verarmde, maar schitterende' Oost-Vorpommern aan 'vertegenwoordigers van de buitenlandse pers en hun lezers' voor te stellen.

De vrouwelijke leden van het ontvangstcomité zijn in klederdracht gestoken - in DDR-tijden verboden - en bieden tegen een zacht prijsje Pommerse wollen sokken aan. De gasten krijgen gratis een handgeweven armbandje. Eveneens origineel Pommers. Alle nadruk ligt op Pommern, vroeger een Pruisische provincie en dus door de DDR uit het officiële spraakgebruik geschrapt.

De landraad vertelt hoe met vereende krachten en ondanks lege portemonnees de oude schuur is omgetoverd tot een 'gemeenschaps- annex tentoonstellingsruimte'. Zelf schuurde hij de planken voor de lange tafels. Buiten in de klei staan moderne sculpturen - het begin van een 'internationaal kunstenaarspark'. 'Jammer dat het donker is', zegt de landraad. Geld voor buitenverlichting is er niet.

De eerste flessen lokaal gestookte brandewijn worden geleegd. De hoofdofficier van justitie: 'Ik drink maar vier glaasjes, ik moet nog rijden.' Een jongeman met hippie-uiterlijk neemt plaats achter de piano. Hij beukt enkele woeste boogie-woogies uit de door de koude ontstemde piano en werpt zich vervolgens op het oeuvre van Bob Dylan. Een jongedame: 'Onze huismuzikant, zoon van een hoge SED-functionaris, thans PDS. Maar hij hoort er helemaal bij.'

Dat kan niet gezegd worden van een heer in lederen jagerscolbert die zich voorstelt als zakenman uit München en met redelijk succes bezig is de gehele handel in zijn nieuwe afzetgebied te monopoliseren. 'Van aanstekers, bouwmateriaal tot aan vrachtauto's', prijst hij zijn business aan.

En de hoofdofficier van justitie? 'Een uitgesproken vervelende en conservatieve kerel', zegt een dame die zojuist nog geanimeerd met hem stond te praten. Mevrouw is plaatsvervangend landraad van Oost-Vorpommern, verantwoordelijk voor het Oostzee-eilandje Usedom, en hoeft eigenlijk niet meer uit te leggen waarom zich halverwege de avond het gezelschap in tweeën splitst: achterin de schuur de Ossis en bij de tap de Wessis. De pianist staat inmiddels eveneens achterin en scheldt hartgrondig op 'de vertegenwoordigers van het nieuwe systeem, een klote-systeem'.

Op zo'n ongedwongen Duits-Duits avondje worden de verhoudingen snel duidelijk: de hoofdofficier van justitie, een Wessi; de rector magnificus van de universiteit in Greifswald, een Wessi; de hoofdredacteur van de grootste regionale krant, een Wessi; de directeur van de scheepswerf in Stralsund, een Wessi; de economisch adviseur van de burgemeester van Rostock, een Wessi. Zij allen hebben het hoogste woord.

De landraad en zijn plaatsvervangster - in Duitsland heten dergelijke protocollaire representanten van de deelstaat slecht betaalde lintdoorknippers - zijn Ossis en verdwijnen na hun verplichte woordje weer snel naar de achtergrond.

De invasie van West-Duitsers, direct na de Duitse vereniging in oktober 1990, irriteert zes jaar later nog steeds en is mogelijk een niet onbelangrijke oorzaak van de wederzijdse wrevel. Hoge posten zijn vast in handen van West-Duitsers, niet zelden derderangs personeel, dat thuis was uitgerangeerd.

Berndt Seite, de christen-democratische premier van de nieuwe deelstaat Mecklenburg-Vorpommern, weet het en ergert zich dood. De westerse 'Überheblichkeit' is nergens voor nodig, zegt Seite. In de DDR was hij veearts. 'Ik hoef me voor geen West-Duitse veearts te schamen. In West-Duitsland is een gemiddelde veearts verantwoordelijk voor twintig, hooguit dertig koeien. In mijn tijd pakte ik er vier- tot vijfhonderd. Hele veestapels heb ik gemanaged.'

Ook in het eenvoudige handwerk hebben de Ossis de Wessis inmiddels ingehaald, vertelt Seite. 'Ik geef toe dat bijvoorbeeld een elektriciën in de DDR niet veel voorstelde. Als het 's middags vier uur was, werd er geen nieuwe lamp meer ingedraaid. Vaak was de reservelamp toch niet in voorraad, maar bovendien was de dag ten einde en het loon gegarandeerd. Men hoefde zich niet uit te sloven.

'Tegenwoordig hebben al onze jongens zich verzelfstandigd. Dag en nacht zijn ze in de weer om onder harde concurrentie hun boterham als zelfstandig ondernemer te verdienen. En improviseren konden ze vroeger al. Laat u niets wijsmaken: de Ossis zijn vaak beter dan de Wessis. In West-Duitsland is men verwend. Nu gaan de West-Duitsers om vier uur naar huis omdat ze hun geld toch wel krijgen. Het begrip Jammer-Ossi, de zeurende Oost-Duitser, kunt u beter vervangen door Jammer-Wessi.'

Opmerkelijke taal van een Duitse deelstaatpremier, die ook al zichtbaar geniet van de buitenlandse gasten, naar het hoge noorden gehaald door Tilo Braune. Deze Oost-Duitse volksvertegenwoordiger is weliswaar van de politieke concurrentie, de SPD, maar in Mecklenburg-Vorpommern vervagen de grenzen als de nood aan de man is. 'Beneden de lijn Hamburg-Schwerin kent niemand ons', beklaagt Seite zich.

De premier leidt een zogenoemde grote coalitie, een samenwerking tussen christen- en sociaal-democraten. Niet ideaal, maar onder de buitengewone omstandigheden wel effectief, zo luidt zijn oordeel.

De minister-president houdt later ontvangst in de 'staatskanselarij', gehuisvest in het prachtige, door water omgeven kasteel van de hoofdstad Schwerin. Een korte inspectie bewijst dat de meeste vertrekken nog steeds in DDR-staat verkeren, dus vervallen zijn. Tweederde van Seites ambtenarij is afkomstig uit West-Duitsland, voornamelijk uit de drie partner-deelstaten Hamburg, Bremen en Sleeswijk-Holstein. De westerse bijstand was noodzakelijk omdat de voormalige communistische bureaucratie is weggezuiverd.

Seites plaatsvervanger, vice-premier en minister van Financiën Harald Ringsdorff (SPD), wil graag iets kwijt over de westerse import. De voormalige chemicus: 'We dachten hier, in de DDR, veel bureaucratie te hebben. Maar wat de Wessis hierheen hebben gebracht, overtreft onze stoutste verwachtingen. Goed, het heeft veel nieuwe banen opgeleverd voor juristen, maar in het algemeen kun je stellen dat Oost-Duitsland is overspoeld door een lawine van volledig overbodige en gecompliceerde regels en wetten.'

Premier Seite zegt nóg iets over de West-Duitse import. 'Alles moest hier mooier en duurder; ons bejaardentehuis in Schwerin bijvoorbeeld, net als de meeste woonhuizen eigendom van West-Duitse investeerders, is veel luxueuzer dan welk gebouw in het Westen ook. De Duitse standaard is erg hoog, te hoog, vrees ik. Ik vraag me af hoe lang we ons dit nog kunnen veroorloven. Duitsland komt, denk ik, in grote problemen als we onze eisen niet een stuk terugschroeven.'

De nieuwe deelstaat Mecklenburg-Vorpommern is een geforceerde en dus gecompliceerde samenvoeging van (delen van) het oude hertogdom Mecklenburg en het westerse deel van Pommern. In de DDR hadden de regio's ook al weinig met elkaar van doen en waren ze opgedeeld in 'Bezirke'. In het verenigde Duitsland voelt Mecklenburg zich verbonden met Berlijn en Hamburg; Vorpommern heeft meer binding met Oost-Europa, met de gebieden die tot 1945 tot het Duitse rijk behoorden.

Niettemin hebben ze minstens vier gemeenschappelijke kenmerken, die hen onderscheiden van grote delen van de rest van de verenigde republiek: straatarm, slechte infrastructuur, dunbevolkt en een hekel aan kapsones. Ook de taal, min of meer te vergelijken met nuchter Gronings, is anders dan elders in Duitsland. Het lichtglooiende landschap met oneindig veel plassen en meren en een oneindige horizon is adembenemend.

In Mecklenburg-Vorpommern, wat oppervlakte betreft bijna de helft van Nederland, wonen nog geen 1,9 miljoen mensen. Na de Duitse vereniging was er zelfs sprake van een serieuze ontvolking. Zo'n 150 duizend inwoners emigreerden naar andere deelstaten en het aantal geboorten daalde alarmerend. Nog eens 200 duizend mensen pendelen dagelijks naar Nedersaksen, Bremen, Hamburg of Berlijn. Seite: 'Wat dat betreft, is er niet veel veranderd. In DDR-tijden moesten alle werkbrigades zich 's maandags in Oost-Berlijn melden; vrijdagavond konden ze weer naar huis.'

'Slechts heel langzaam komen we tot elkaar', verzucht de premier. Oost- en West-Duitsland waren volgens hem ook mentaal te lang gescheiden. Seite: 'Ik draag veertig jaar DDR met me mee. Geen dag was nutteloos, zeg ik nog steeds. In 1979 mocht ik naar een veterinair congres in de Verenigde Staten. Ik heb er geen moment aan gedacht weg te blijven. Hier is mijn Heimat.' Seite was eigenlijk iemand die 'een betere DDR' wilde, in plaats van de Duitse vereniging, die men volgens hem gerust 'overname' mag noemen.

Een relatief nieuw fenomeen zijn de Wossis, West-Duitsers die zich in de voormalige DDR gedragen alsof ze er altijd hebben gewoond en die menen precies te weten hoe het is in een dictatuur te moeten leven. Een treffend voorbeeld is de nieuwe directeur van de kerncentrale in Greifswald. Deze functionaris is door Bonn en de grote (westerse) stroombedrijven naar Vorpommern gestuurd voor het ontmantelen van de kerncentrale. Niet minder dan zes miljard mark is voor de unieke operatie uitgetrokken.

De directeur van de centrale, een uitgesproken voorstander van kernenergie, is het niet eens met de afbraak en verheelt niet dat hij zijn opdracht met flinke tegenzin heeft aangenomen. Het hoge salaris moet hem hebben getrokken. Hij roemt de Oost-Duitse expertise waarmee met behulp van Russische techniek uit uranium energie werd gewonnen. 'En wat het afval betreft, hadden wij het ook veel beter geregeld dan in West-Duitsland. Hier waren geen protesten, hier werden geen spoorlijnen vernield.'

In zijn bureau, omringd door Oost-Duitse atoomexperts en voormalig SED-kader, zegt de Wossi: 'Ongelukken of storingen kwamen hier bij ons niet voor. Het internationale atoomagentschap uit Wenen heeft direct na de Duitse vereniging alles gecontroleerd, en vastgesteld dat Greifswald veilig was. Alles oké. Alsnog wil ik bij deze gelegenheid de bemanning een groot compliment geven. Kernenergie was in de DDR door de bevolking volledig geaccepteerd. Hebt u dat uw gasten al verteld, meneer Braune?'

Tilo Braune, de nieuwe sociaal-democraat uit de Bondsdag, voelt zich ongemakkelijk. Vooraf had hij verteld hoe hij en z'n familie, en eigenlijk alle inwoners van Greifswald en omstreken, vroeger regelmatig werden opgeschrikt door rare geluiden uit de omgeving van de kerncentrale, een gebied dat voor gewone burgers streng verboden was. Tot op heden is het complex omheind met driedubbel prikkeldraad en doet het denken aan een ultra-geheime militaire inrichting.

Vroeger, aldus Braune, kwam het wel degelijk herhaaldelijk tot storingen. 'Achteraf hebben we gehoord wat er werkelijk aan de hand was. Als er serieuze problemen waren, werd het Duitse bedieningspersoneel naar buiten gestuurd, zodat de Russische technici rustig konden werken. Wat ze precies uitspookten, bleef onbekend. Dat is nu, met de ontmanteling, nog steeds een probleem; de bouwtekeningen zijn onvolledig, die hebben de Russen ons nooit gegeven en ze zijn op een of andere manier onvindbaar.'

Een 'belevenispark op z'n Oost-Duits', zou je het industriegebied kunnen noemen. Wat ooit de grootste kerncentrale ter wereld had moeten worden - acht kernreactoren achter elkaar op driehonderd hectare - is thans een monument van industrieel verval en een metafoor voor de gecompliceerde relatie tussen Ossis en Wessis. Het complex, inclusief de 1,2 kilometer lange machinekamer met stoomturbines, moet over vijf jaar van de aardbodem zijn verdwenen.

'Hier zal weer een puik landschap ontstaan', verzekert een Oost-Duitse assistent van de directeur. De assistent, een in de Sovjet-Unie opgeleide en gedecoreerde ingenieur, werkt al vanaf het begin bij de centrale en is sinds enkele jaren belast met de rondleidingen door het industriële kadaver, een soort toeristische attractie - volgens hem een 'overtuigend bewijs dat wij hier in het oosten ons snel kunnen aanpassen'.

De centrale werd sinds 1967 geëxploiteerd door het 'volkseigen Kombinaat Bruno Leuschner', vernoemd naar de in het oosten vermaarde anti-fascist en communistenleider Leuschner, chef van de staatsplancommissie en tot zijn dood in 1965 waarnemend minister-president van de DDR. Hoog gekwalificeerd personeel, in zowel technisch als politiek opzicht, leverde tot vlak voor de Duitse vereniging in 1990 bijna twintig procent van de Oostduitse stroom. Het had veertig procent moeten worden, met exportmogelijkheden naar Polen.

Vier van de acht geplande eenheden waren reeds jarenlang tot volle tevredenheid in bedrijf. Een vijfde blok draaide op proef en de gigantische betonnen blokken voor de laatste drie reactoren naderden hun voltooiing. Niet Tsjernobyl - alle veiligheidsvoorzieningen werden na de ramp in april 1986 nog eens grondig doorgenomen en aangepast - maar de Duitse vereniging gooide roet in het eten.

De trots van de werkende klasse bood op het hoogtepunt werk aan veertienduizend mensen, maar sneuvelde in de nieuwe Duits-Duitse realiteit van na 1990: de min of meer politieke consensus dat de West-Duitse bondsrepubliek, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk, niets van kernernergie moet hebben. Het huidige aandeel van dertig procent in de totale Duitse energievoorziening moet langzaam maar zeker worden teruggedrongen. Tilo Braunes partij, de SPD, wil helemaal geen kernenergie. In de kerncentrale zijn nu nog zeshonderd man bezig met de 'Abwicklung'.

'U denkt toch niet dat ik levensmoe ben', antwoordt Braune, als we hem beleefd vragen of een rondleiding door de atoomfabriek wel raadzaam is na zijn alarmerende verhaal over de gebrekkige veiligheid en de talrijke genetische afwijkingen die na de Wende zouden zijn vastgesteld bij jonge burgers van Greifswald. De volksvertegenwoordiger steekt zich in een van de stralingswerende pakken en gaat voorop de fabriek in.

Gele helm, witte schoenen, bruine overal en het pistool op de heup. Twee kleurrijke bewakers houden het bezoek nauwlettend op afstand. Maar wie een metershoog vat ('Castor-houder') met radioactief afval nog eens van dichtbij wil bestuderen, wordt op de schouders getikt: graag bij de leiding blijven. Pas als een van de veiligheidsfunctionarissen de verkeerde sleutel bij zich blijkt te hebben en klem raakt tussen het stalen draaihek bij de uitgang van de kernreactor vragen we het Braune opnieuw: is het hier wel zo veilig?

Bij de uitgang moet het bezoek door drie sluizen, te vergelijken met klassieke röntgenapparaten. Een blikken stem gebiedt de armen in zwarte gaten te steken en de voeten op de daarvoor bestemde plek te plaatsen. 'Geen besmetting', beweert de stem tot drie keer. De geëmailleerde waarschuwingsborden met Russisch letterschrift wekken geen vertrouwen. Een van de bezoekers is na inlevering van zijn persoonlijke stralingsmeter zo opgelucht, dat hij z'n schoenen vergeet en bijna op de van bedrijfswege verstrekte plastic badslippers op straat belandt.

Tilo Braune: 'Ik ben blij als hier alles weer in de oude staat is teruggebracht. Prachtige natuur, direct aan de Oostzee.'

Ver van Greifswald, in de hoofdstad Schwerin, zegt minister-president Seite: 'Zes miljard mark wordt daar in de wei weggegooid. Het is een van de allergrootste politieke fouten die na de Wende zijn gemaakt.' Wat hem betreft had de centrale, al dan niet aangepast aan westerse veiligheidsmaatstaven, moeten openblijven en worden geïntegreerd in het Duitse stroomnet. Een groot deel van de bevolking van Greifswald neemt op haar manier wraak: dertig procent stemt PDS, de opvolger van Honeckers SED.

Het percentage komt overeen met het landelijke beeld. Circa dertig procent van de bevolking ondersteunt in Mecklenburg-Vorpommern de postcommunisten en wil niets weten van de 'door de Wessis gecontroleerde politieke partijen'. Voor de eerder genoemde Harald Ringsdorff, de vice-premier, is het de hoogste tijd voor 'onontkoombare consequenties': hij wil na de verkiezingen van 1998 officieel samenwerken met de PDS, ofschoon ook hij weet dat 'die lui verantwoordelijk zijn voor onze misère'.

Het slepende debat over zo'n monsterverbond verscheurt de deelstaat en leidde er eerder dit jaar toe dat Ringsdorff, tevens voorzitter van de regionale SPD, door de Bonner partijcentrale gevoelig op de vingers werd getikt. Ringsdorff houdt voet bij stuk: je kunt ze niet blííven negeren, zonder de postcommunisten wordt het niets met de Duitse eenheid.

Premier Seite, de christen-democraat, spreekt over de PDS liever als 'een tijdelijk verschijnsel'. Zodra het economisch beter gaat en de Ossis in het dagelijks leven weer de overhand krijgen, is het volgens hem gebeurd met de communisten van de PDS. Voorwaarde, aldus Seite, is een snelle uitbreiding van de Europese Unie richting oosten.

Uren kan hij er over praten, over de noodzaak van een groter Europa, waardoor zijn deelstaat de ruimte krijgt zich te ontplooien binnen een echte, Europese handelszone rondom de Oostzee. Bovendien: 'Hoe arm we het hier ook hebben, het is niets vergeleken met onze buren in Polen, Sint Petersburg of de Baltische landen, waar de keuze ligt tussen de woning verwarmen of eten kopen'. En arme buren, aldus Seite, zorgen immer voor onrust en instabiliteit in eigen land.

Willem Beusekamp

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.