De persoonlijk assistent van Chris Froome

Alle weken van het jaar rijdt Wout Poels zijn eigen koers, behalve die drie weken in juli. In de Tour is hij er voor Chris Froome. Niet als knecht, eerder als back-upkopman.

Het ideale plaatje; Wout Poels op kop, Chris Froome in zijn spoor. 'Ik zou natuurlijk wel een keer voor eigen kans willen gaan in de Giro of de Vuelta. Beeld Klaas Jan van der Weij

Een kopman die knecht wordt, kan dat? Túúrlijk, zegt Wout Poels. 'Je ego moet niet te groot zijn, je moet je schikken in je rol. Dat is het hele dingetje.' Poels is een van de acht frontsoldaten van Sky die Chris Froome aan de gele trui in Parijs moeten helpen. 'Het dingetje', zoals hij dat noemt, gaat hem zichtbaar goed af. Poels sleurt op kop, houdt Froome uit de wind en haalt diens concurrenten terug. Donderdag, op de Mont Ventoux, vervulde hij zijn rol uitmuntend. Komende week , in de Alpen, is hij opnieuw de belangrijkste man voor Froome.

Toch moet Poels regelmatig uitleggen waarom hij genoegen neemt met een knechtenrol in de Tour. Van nature is hij geen knecht. Sterker nog: in vrijwel elke andere ploeg in de Tour zou hij kopman zijn. Alleen al dit seizoen won hij vijf wedstrijden, waarvan de winst in de klassieker Luik-Bastenaken-Luik het meest tot de verbeelding sprak.

Zelf wordt Poels er weleens moe van, dat hij zich altijd maar moet verdedigen. 'Ik heb het volgens mij al een paar keer duidelijk verteld waarom ik dit doe. Maar nu krijg ik die vragen weer. Als mensen niet snappen dat het een eer is om voor de beste renner van de wereld het vuile werk op te knappen, nou, dan niet hè.' Lachend: 'Ben ik me toch weer aan het verdedigen hè.'

Feodale wereld

Misschien heeft het ermee te maken dat de wielerwereld van oudsher een feodale wereld is, waarin de verhoudingen vaststaan. De kopman bepaalt, de knecht luistert. Hoogstens mag hij 's avonds, na de overwinning, een glaasje champagne meedrinken.

Die tijd is voorbij, meent Servais Knaven, ploegleider bij Sky. De tactiek van de Britse ploeg - alle ballen op Froome - heeft ertoe geleid dat de rol van de knecht is veranderd. Iedereen is multi-inzetbaar. De kopman kan knecht zijn en andersom. In 2013 was Froome zelf nog de belangrijkste helper van Bradley Wiggins.

'Knecht is een beetje een raar woord', vindt Knaven. 'Ja, ík was knecht, maar dan heb je het over twintig jaar terug. Knecht dekt niet de lading als het om Wout gaat. Maar hij is ook geen kopman. Ja, wat is hij dan wel? Assistent? Back-upkopman? Luxe-knecht? Geef het beestje maar een naampje.'

Beeld anp

In de jaren negentig was Gert Jacobs zo'n meesterknecht. Hij ontleende er zelfs de titel van zijn biografie aan. Op kop beuken en sleuren om de sprinter zo goed mogelijk af te zetten, dat was zijn specialiteit. Maar ook voelde hij zich niet groot om bidons voor de kopman te halen.

Knechten lijkt makkelijk, maar dat is het niet, betoogt hij. 'Niet iedereen beheerst dat kunstje. Wout móet er staan als die laatste col begint. Er zullen best momenten zijn dat hij denkt: ik kan niet meer. Maar het is Sky hè, ze rijden op het grootste wielerevenement ter wereld. Dan kun je niet zeggen: vandaag even niet.'

Opgewekt

Volgens Jacobs kun je het knechtenwerk alleen doen als je het met je hart doet. 'En dat doet Wout. Als ik hem op tv zie praten, zie ik een stralende jongen. Altijd opgewekt.'

Dat de knechtenrol Poels zo goed ligt, heeft volgens Jacobs met drie dingen te maken. 'Ten eerste: iedereen weet bij Sky precies waarom ze in Frankrijk zijn. Het geel is voor Froome. Daar wordt onder geen beding aan getornd. Dat houdt een renner als Wout fris in de kop.'

'Ten tweede: hij zal ook een afweging maken. Er doen 200 renners mee aan de Tour. Er zijn 21 etappes, waarvan alleen al Cavendish er drie heeft gewonnen. Zo moeilijk is het om in de Tour te winnen. Dan kun je beter dienstbaar zijn.'

Waardering

'En ten derde: hij krijgt waardering voor zijn werk. In bijna elk interview zegt Froome dat hij zo blij is met zijn teamgenoten, dat hij het alleen niet zou kunnen. Dat typeert de echte kopman. Zo'n Cavendish ook. De verzorger heeft nog niet eens een washandje over zijn gezicht gedaan of hij zoekt Renshaw al op. Cavendish en Froome begrijpen heel goed dat je ook iets terug moet geven aan de mensen die je helpen.'

Zelf noemt Poels zich liever meesterknecht of luxe-knecht. 'Dat klinkt wat dankbaarder.' De echte knechten, type waterdragers, zitten bij andere ploegen. Gert Jacobs noemt Michele Scarponi - hij lag in de afgelopen Giro d'Italia op kop, maar ging plotseling stapvoets rijden omdat hij moest wachten op zijn kopman Nibali - 'zo'n ouderwetse krijger'.

Beeld anp

Marc Sergeant, manager bij Lotto-Soudal, komt met Marcel Sieberg op de proppen. 'Het eerste wat hij 's morgens in de bus vraagt is: wat kan ik voor de ploeg doen? Zijn taak bestaat eigenlijk maar uit één ding: André Greipel naar de laatste kilometer brengen. Daar wijkt alles voor. Hij is zo'n type dat desnoods nog zijn nier zou afstaan aan André.'

Sieberg eindigde in de afgelopen editie van Parijs-Roubaix als zevende. 'Maar dat was omdat de kopmannen er niet meer bij zaten. Marcel zat in de eerste groep toen het peloton scheurde. Toen hebben we gezegd: maak er maar het beste van. We moesten hem heel gericht coachen. Hij is het niet meer gewend om voor om voor zichzelf te rijden.'

Dat geldt niet voor Poels. In feite mag hij alle weken van het jaar voor zijn eigen kansen rijden, behalve die drie in de Tour. Juist dat vindt hij zo opwindend aan zijn tijdelijke job. 'Heel veel ploegen rijden in de Tour met meerdere doelstellingen: een sprint winnen, met een vlucht mee. Maar wij gaan alleen maar voor de eindoverwinning. Als het lukt, is het geweldig. Gaat het mis, dan gaat het mis. Een tussenweg is er niet.'

Bonus

Dat Poels nog niet is uitgevlogen naar een andere ploeg om voor eigen glorie te gaan, heeft volgens Sergeant met financiën te maken. Een goeie knecht is goud waard. 'Ik denk dat ze financieel sterk staan bij Sky en dat ze Poels goed betalen. Hij zal heus wel aanbiedingen hebben gehad, maar hij maakt ook die afweging. Als Chris de Tour wint, is dat ook weer een bonus voor hem.'

En dan is er nog zoiets als 'het leerproces'. 'Dit is een perfecte leerschool voor Wout', meent Gert Jacobs. 'Hij kan de kunst afkijken bij Froome, zonder dat hij de druk van het kopmanschap voelt. Die Tour is één gestoorde bende. Huldiging, pers, elke dag is Froome na afloop een uur langer bezig dan Quintana. Dat betekent elke dag een uur langer op je poten dan hij. Hoe ga je daar mee om? In de Ronde van Valencia zag je dat Poels al in staat is om het af te maken.'

Geduld is een schone zaak, zegt ook teambaas Dave Brailsford. 'Zo werkt het in het bedrijfsleven ook. Als jij president wilt worden, dan word je eerst vicepresident. Kun je alvast kijken hoe het werkt. Mensen nemen verschillende routes om te komen waar ze willen komen. Dat geldt voor Wout ook. Hij leert, hij verbetert, hij wint monumenten. Op dit moment is hij hier beter af dan ergens anders kopman worden.'

Beeld anp

Volgens Poels wordt het niet steeds lastiger om zich te schikken in de rol van knecht voor Froome. 'Of ik dit altijd blijf doen? Zo heb ik helemaal nog niet gedacht', zegt hij. 'Volgend jaar winter ga ik weer kijken hoe de zaken er voor staan. Ik zou natuurlijk wel een keer voor eigen kans willen gaan in de Giro of de Vuelta.'

Afspraken daarover zijn met hem niet gemaakt. Kan ook niet, vindt Poels. 'Het is een beetje afhankelijk welke renners erbij komen. Dat is het risico dat ik pak bij Sky, ze kunnen geen garanties geven omdat er zoveel goeie renners zijn. Maar ik voel me heel fijn bij de ploeg. Dat komt er bij. Je hebt altijd voor en tegens. En de voors zijn nog altijd groter dan de tegens op dit moment.'


Van knecht tot kopman

De stap van knecht naar kopman is niet iedereen gegeven. Drie voorbeelden van renners die het schopten tot Tourwinnaar.

Helper die wegreed van zijn kopman en inbond

Van gehorige tot concurrent tot opposant. Tyler Hamilton heeft alle stadia doorlopen in zijn werkrelatie met Lance Armstrong. Bij zijn eerste drie Tourzeges kon Armstrong volledig rekenen op het knechtenwerk van Hamilton, een niet zo sterke persoonlijkheid die opbloeide van complimentjes. Gaandeweg ontdekte hij ook een afmaker te kunnen zijn, onder meer in de Dauphiné Libéré van 2000. Bjarne Riis bood hem drie jaar later de kans dat ook in de Ronde van Frankrijk te zijn. Tyler Hamilton ontpopte zich daarin tot een buitengewoon hardnekkige tegenstander van zijn voormalige kopman. Hij brak zijn sleutelbeen in de eerste rit, zette door, won een rit na een solo van 142 kilometer en eindigde als vierde in het klassement. Vanaf 2004 werd zijn loopbaan vooral getekend door dopingaffaires. Het leverde hem een schorsing van twee jaar op, waarna hij nooit meer op niveau reed. Wel droeg Hamilton met een openhartig interview op tv aan de val van Armstrong bij.

Chris Froome Beeld afp

Onzekere knecht ontdekte dat hij ook kon afmaken

Weinig ritten in de recente geschiedenis van de Tour de France zijn zo veelbesproken als die in 2012 met aankomst op La Toussuire. Voor de eerste keer legde de Skyploeg dat jaar het peloton haar wil op om Bradley Wiggins in de gele trui naar Parijs te loodsen.Maar op die klim in de Alpen bereikte Wiggins al snel de limiet van zijn kunnen. Niemand zal ooit weten of hij het in de gaten had, maar ploeggenoot Chris Froome gaf op dat moment gas. Geschrokken gaf de ploegleiding Froome de opdracht meteen zijn tempo te laten zakken. Dat deed hij, maar daarna was het enige gespreksonderwerp wie van die twee nu eigenlijk de beste was.De echtgenotes van beide renners maakten er op Twitter een catfight van, maar Chris Froome schikte zich in zijn knechtenrol. Bij Sky zal er ongetwijfeld veel besproken zijn. Een jaar was later Froome de kopman in de Ronde van Frankrijk en stond Wiggins aan de kant.

Tyler Hamilton Beeld epa

Laatbloeier kon met al dat gewicht dus toch omhoog

In 1990 was het nog de vraag, een jaar later kwam het vermoedelijke antwoord. Als Miguel Indurain in de Tour van 1990 voor zijn eigen belang had gekozen, zou hij nu misschien wel een zesvoudig Tourwinnaar zijn. Sinds 1984 fungeerde Indurain als een trouwe knecht van zijn Spaanse landgenoot Pedro Delgado. Voor de bergen leek hij te zwaar gebouwd om in aanmerking te komen voor een Tourzege. Vermoedelijk dacht hij dat zelf ook: zo onbaatzuchtig worden knechten zelden gemaakt. Dat veranderde dus pas in 1990, toen hij al 26 jaar oud was. Indurain won de tweede Pyreneeën-etappe met aankomst op Luz-Ardiden. Met al een ritzege een jaar eerder in een bergetappe was dat de bevestiging: Indurain kon behoorlijk goed omhoog. In 1990 verspeelde hij zijn kansen door zich te veel om Delgado te bekommeren. Maar vanaf 1991 was het zijn beurt. Tot en met 1995 zuchtte het peloton onder het ongenaakbare leiderschap van Miguel Indurain Larraya.

Bart Jungmann

Miguel Indurain Beeld reuters
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden