De perfecte straatnaam is onderscheidend en herkenbaar

De Lariksstraat is precies goed, de A veel te kort. René Dings kan exact uitleggen waaraan een straatnaam moet voldoen.

René Dings: 'Een straatnaam is een gebruikersartikel.' Beeld Frank Ruiter

'Een straatnaam is een gebruiksartikel. Het is belangrijk dat je ermee kunt communiceren: dat de post bezorgd wordt, dat de ambulance op de goede plaats arriveert, dat de pizza niet koud is wanneer de bezorger voor de deur staat. Een straatnaam moet daarom zowel onderscheidend zijn, als herkenbaar. Soms werkt dat tegenstrijdig. Die herkenbaarheid zit 'm erin dat een aantal bij elkaar liggende straten een thema heeft, zoals de Bomenbuurt of de Schilderswijk. Tegelijkertijd moet de naam zich onderscheiden van de straten die er al zijn - als er een Kalverstraat bestaat, is het onhandig wanneer er een Klaverstraat bij komt.

'Een naam die je niet voortdurend hoeft te spellen en die niet gemakkelijk verhaspeld wordt, verdient de voorkeur. Dat gaat nog wel eens fout wanneer straten vernoemd worden naar personen. Veel gemeentes hanteren de regel dat iemand tien jaar dood moet zijn voordat hij of zij een eigen straat krijgt. Er zijn uitzonderingen voor leden van de koninklijke familie, en soms krijgen sporters met een Olympische medaille die eer toebedeeld. Maar wat doe je dan met iemand met een onmogelijke achternaam, zoals Ranomi Kromowidjojo? Het plantsoen dat men naar haar wilde vernoemen is uiteindelijk maar gewoon het Ranomiplantsoen genoemd. Overigens is dat een hondenveldje waar niemand ooit pizza's laat bezorgen, dus had het in dit geval niets uitgemaakt.

Beeld Frank Ruiter

'Verder moet een straatnaam niet te lang zijn. Daarom is de Burgemeester Le Fèvre de Montignylaan naar mijn mening niet zo praktisch, waar nog eens bijkomt dat er veel onduidelijkheid bestaat over de spelling. Maar er zijn ook mensen die wonen in de A - dat is weer net iets te kort. Een straatnaam heeft bij voorkeur een achtervoegsel, zoals -straat, -weg, -laan of -dreef. Vanaf de jaren vijftig kwamen er ook suffixen als -veld, -gaarde en -weide. Die duidden nog wel op een ruimte. Vanaf de jaren tachtig maakte het niet meer uit en kwamen er achtervoegsels als -mos, -vlinder en -kruid, maar ook straatnamen als Tamarisk en Wingerd - in de Bomenbuurt - en een wijk genaamd Speelheide met straten als Klabots, Steltlopen en Hinkelbrits. In verschillende steden vind je Annie M.G. Schmidt-buurten, wat straatnamen oplevert als Floddertje en Schaap Veronica.

'Zelf woon ik in de Larikslaan, een straatnaam die wat mij betreft in de buurt komt van de perfecte. Hij is herkenbaar, onderscheidend en makkelijk uit te spreken. Bovendien allitereert het lekker, en het achtervoegsel -laan klinkt mooi en chic. Qua spelling kun je natuurlijk nog twijfelen of het wordt geschreven met een x of ks, maar dat maakt voor de post niet uit.'

René Dings

René Dings (Boxmeer, 1971) is schrijver van het boek Over straatnamen met name, dat dinsdag verschijnt. Daarin vertelt hij hoe straatnamen tot stand komen en wat daar bij komt kijken. Hij is lid van de Straatnamencommissie van Delft en schrijft regelmatig artikelen over straatnamen (overstraatnamen.nl). In 2010 publiceerde hij Weg om legging: anekdotes en overpeinzingen over onjuist spatiegebruik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden