De perfecte mix van muzikaal karakter

Zeven uur muziek van de baanbrekende stilist Bill Evans Met de juiste groepstelepathie kwam de uitzonderlijke lyriek van jazzpianist Bill Evans tot bloei....

HIJ ZAG eruit als een leraar Klassieke Talen, zeker op de hoezen van zijn eerste lp's, en ook latere experimenten met baarden en paardestaarten konden niet verhullen dat Bill Evans enigszins uit de toon viel tussen al die flamboyante persoonlijkheden in de jazz. Een introverte, romantische estheet, zo diep voorover gebogen op de pianokruk dat het leek of hij in het toetsenbord wilde verdwijnen.

Toch is Evans de meest invloedrijke jazzpianist van na 1960, en vooral tijdens concerten kende zijn muziek naast verstildheid ook veel opwindende momenten. Kort voor zijn dood kreeg het agressievere aspect van zijn stijl zelfs de overhand. Dat is allemaal te horen op twee recente boxen met live-opnamen uit de Village Vanguard.

Die club nam in de carrière van Evans een bijzondere plaats in. Juni 1961 nam hij er klassiek geworden platen op met zijn eerste trio, waarmee hij zijn reputatie vestigde als baanbrekend stilist en conceptualist. Samen met bassist Scott LaFaro en drummer Paul Motian ontwikkelde hij een manier van samenspelen waarin de rangorde tussen solist en begeleiders vervaagde. Het ritme werd gesuggereerd, niet uitgespeld: Motian omspeelde het met melodieuze accenten, LaFaro trok barokke krullen om de lijnen van de pianist, die zijn linkerhand alleen gebruikte voor het leggen van een harmonische basis.

In dat volmaakt geïntegreerde groepsgeluid kwam Evans' lyriek tot bloei. Zijn glanzende toucher, impressionistische akkoorden en de lange melodielijnen vol subtiele verrukkingen vormden banale liedjes om tot ontroerende pastels, die zelfs bij hoge tempo's hun elegantie behielden.

Het mocht niet lang duren, want tien dagen na die sessie kwam LaFaro om het leven bij een auto-ongeluk. De pianist probeerde meerdere vervangers, tot hij uitkwam bij Eddie Gomez, die elf jaar zou blijven. Na het vertrek van Motian trok er een hele stoet slagwerkers voorbij, doordat Evans bleef zoeken naar de juiste mensen om die groepstelepathie te herstellen. Hoewel hij er soms dichtbij kwam, werd die perfecte eenheid niet geëvenaard, terwijl het concept ook niet wezenlijk veranderde.

Deze periode wordt voor een deel gedocumenteerd op The Secret Sessions, acht cd's met oorspronkelijk clandestien gemaakte opnamen. Vanaf 1966 kwam de fanatieke liefhebber Mike Harris altijd de Vanguard in met een grote tas, waarin een bandrecorder schuilging. Uit zijn talloze banden is nu een selectie gemaakt die loopt tot 1975. Hoewel er allerlei digitale tovenarij op is toegepast, blijft de geluidskwaliteit natuurlijk achter bij die van de officiële registraties. Maar over het algemeen is ze aanvaardbaar.

Wie even fanatiek is als Harris koopt deze doos uiteraard. De gemiddelde luisteraar zou meer gediend zijn met de muziek die werd opgenomen met Philly Joe Jones achter de drums, die op twee cd's zou hebben gepast. Die vormt het hoogtepunt van de verzameling, doordat Jones zo funky en stuwend speelt dat hij Evans tot zijn meest vreugdevolle spel inspireert, terwijl hij ook mee blijft denken en aandacht houdt voor de details. De andere slagwerkers zijn eigenlijk allemaal zwakke afspiegelingen van Motian, die zich beperken tot beschaafd inkleuren.

Hoe belangrijk de juiste mix van muzikale karakters was, blijkt uit de formatie die Evans de laatste twee jaar voor zijn dood had. Marc Johnson was een virtuoze bassist met een vruchtbare melodische verbeelding, en drummer Joe LaBarbera een begaafd colorist met krachtige ritmische opvattingen. Alles viel weer op zijn plaats.

In interviews onderkende de pianist dat hij jarenlang stilgestaan had, maar dat hij nu een bezetting bijeen had die kon wedijveren met zijn eerste trio. Hij leefde op, en speelde de meest exuberante muziek van zijn loopbaan. Maar dit keer was zijn eigen tijd bijna om: langdurige verslaving aan morfine en cocaïne zouden in september 1980 zijn dood veroorzaken, op 51-jarige leeftijd.

Zijn laatste opnamen, drie maanden voor het zover was, zijn integraal uitgegeven op zes cd's. Sympathiek genoeg heeft Warner Bros. ook de oorspronkelijk geplande dubbel-lp uitgegeven, op één schijfje, The Artist's Choice. Want Turn Out The Stars bevat erg veel prachtige muziek, maar zeven uur is wat veel van het goede.

Zoals pianist Harold Danko in het boekje meedeelt, zat Evans tijdens dit engagement fier rechtop, en dat is te horen. Zijn aanslag is harder, gedecideerder, hij kapt noten af in plaats van ze met veel 'pedaal' te laten liggen, en etaleert een verbluffender techniek dan ooit in een hoogromantische, hemelbestormende stijl die meer met Rachmaninoff te maken heeft dan met Debussy. Oude elegieën of impressies worden robuuste, soms zelfs gejaagde en overvolle pianoconcerten.

De vitaliteit lijkt een wanhopige ondertoon te hebben, of is dat schijn, achteraf erop geprojecteerde tragiek? Time Remembered uit juni 1980 wordt in de annotaties beschreven als een weergave van gelukkige herinneringen. In het boekje bij The Secret Sessions verwijst Mike Harris ook naar deze versie. Bill kwam in de pauze op hem en zijn vrouw af en bood aan deze favoriete compositie voor hen te spelen, iets wat hij anders nooit deed. Harris denkt: 'He was saying his goodbyes to a lot of people. He knew he had a short time.'

Bill Evans: The Secret Sessions. Milestone 8MCD-4421-2. Turn Out The Stars. Warner Bros. 9362-45925-2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden