De peetkinderen van Maggie

Dankzij Meryl Streep in The Iron Lady is Margareth Thatcher weer volop in de aandacht. Maar in de Britse politiek is de revival al langer gaande. Een bonte verscheidenheid aan Conservatieven houdt het thatcherisme levend.

De echte kinderen van Margaret Thatcher koesteren weinig politieke belangstelling. Carols activiteiten in die richting zijn beperkt gebleven tot een documentaire over haar moeder, een prachtige biografie over haar vader en enkele politiek-incorrecte opmerkingen tijdens praatprogramma's op de televisie. De politieke loopbaan van tweelingbroer Mark is vooralsnog beperkt gebleven bij wat hand- en spandiensten voor een mislukte coup in Equatoriaal-Guinea.

Politieke peetkinderen, daarentegen, heeft de voormalige premier des te meer, zeker binnen haar eigen partij. De bekendste was William Hague, het politieke wonderkind dat als 16-jarige het partijcongres toesprak en in wiens slaapkamer geen foto's van popsterren maar een portret van Thatcher prijkte. Hij werd partijleider, maar dat liep niet goed af. Zijn onplaatsbare accent, kalende hoofd en geforceerde pogingen om zich te profileren als man van het volk waren debet aan een verkiezingsnederlaag in 2001.

De hulp van Maggie - The Mummy Returns, zei ze triomfantelijk - kostte waarschijnlijk meer stemmen dan dat het opleverde. Hoewel Tony Blair met zijn New Labour voortborduurde op het thatcherisme, was de grondlegster ervan uit de gratie geraakt, evenals haar partij. De rellen over de oneerlijke poll tax, het boom & bust & boom-ritme van de economie en andere negatieve bijverschijnselen van de thatcheristische revolutie lagen nog te vers in het geheugen. Bovendien was het land na elf grillige jaren moe van de hyperactieve Thatcher. En van haar partij, die onder John Major ook nog eens transformeerde tot een soort nachtclub.

Enkele jaren geleden kwam de herwaardering op gang. De zwakten van New Labour kwamen steeds meer aan de oppervlakte terwijl de Conservatieve Partij onder David Cameron, profiterend van de conservatieve tijdgeest, een soort thatcherisme-light begon te ontwikkelen. Het merk-Thatcher onderging een botoxbehandeling. Zo nuanceerde hij Thatchers 'There is no such thing as society' bijvoorbeeld in 'Er bestaat wel degelijk een maatschappij, maar die is niet hetzelfde als de staat'.

Zoals dat gaat met herinneringen - die goede oude tijd - werd er op steeds romantischer wijze teruggekeken op die wilde jaren tachtig met een sterke leider. Tijdens de verkiezingscampagne schilderde Labour de Conservatieve partijleider af als Gene Hunt, de stoere rechercheur uit de jaren tachtig-serie Ashes to Ashes, niet beseffend dat kiezers dat zouden zien als een reden om juist op Cameron te stemmen. Toen een Labour-politicus Cameron en de zijnen omschreef als de 'kinderen van Thatcher' werd dat eveneens opgevat als compliment. Liever een kind van Thatcher, immers, dan een zoon van Brown.

De ware kinderen van Thatcher zitten niet zozeer op de eretribune van het Lagerhuis - met uitzondering van minister van Buitenlandse Zaken William Hague dan - maar op de achterste rijen.

Dat werd afgelopen najaar duidelijk tijdens de debatten over Europa. Liefst 81 luidruchtige Tories rebelleerden tegen Cameron, die zich vervolgens genoodzaakt zag het Brusselse spel hard te spelen.

Voor de rebellen is de anti-Europese toespraak die Thatcher in Brugge hield, het Nieuwe Testament. Maar ook op andere vlakken luistert het diverse gezelschap van de lichting-2010 liever naar Thatcher dan naar Cameron: goede banden met Amerika, een monetaristische geldpolitiek, minder vakbondsmacht, klassiek onderwijs en geen overheidsbetutteling. Ze hebben het al vastgelegd in een manifest, uit te voeren zodra de partij groot genoeg is om zonder die hinderlijke Liberaal-Democraten te regeren.

Maar wie zijn die politieke kinderen van Thatcher, waar komen ze vandaan, wat is hun affiniteit met de 'Leaderene' en waar staan ze voor? Lijden ze aan de Britse vorm van ostalgie? Bij wijze van impressie volgen hier profielen van vijf opmerkelijke, eigenzinnige en uiteenlopende 'kinderen van Thatcher'.

Bij het samenstellen ervan viel één ding op: anders dan de kruideniersdochter zijn ze vrijwel allemaal afkomstig uit de gegoede klasse, uit de door Thatcher geminachte aristocratie zelfs. Maar goed: was het niet Thatcher, de meritocrate en koningin van de selfmade man, die niet alleen de titel van barones met bijbehorende hermelijnmantel accepteerde (haar opvolger John Major weigerde principieel) maar ook haar man Denis in de adelstand verhief, opdat haar geliefde zoon Mark door het leven kon gaan als 'sir Mark Thatcher, tweede baronet van Scotney in het graafschap Kent'?

KWASI KWARTENG

De Conservatieven leverden de eerste Joodse premier (Disraeli), de eerste vrouwelijke (Thatcher) en de eerste uit de arbeidersklasse (Major), en als ze in de toekomst ook de eerste zwarte premier naar voeren te schuiven, dan is Kwasi Kwarteng (Londen, 1975) de voornaamste kandidaat.

In het jaar dat Thatcher haar derde verkiezingsoverwinning behaalde, ging deze zoon van Ghanese immigranten met een studiebeurs naar Eton College. Na deze eliteschool te hebben overleefd, bestudeerde hij de klassieken en de moderne geschiedenis op Trinity College, Cambridge. Uit die tijd dateert ook zijn eerste televisieoptreden, als lid van een team dat University Challenge won.

Hij promoveerde in de geschiedenis van de economie. Na te hebben gewerkt als financieel analist in de City maakte Kwarteng carrière binnen de Conservatieve Partij. Hij vertegenwoordigt Spelthorne, een hemelsblauw kiesdistrict op de beursbengelgordel onder Londen.

Tijdens de verkiezingscampagne noemden zijn partijgenoten hem 'Zwarte Boris'. Net als de burgemeester van Londen, houdt hij van het geschreven woord. In Ghosts of Empire analyseerde hij de puinhopen die de Britten hebben achtergelaten in onder meer Irak, Soedan en Nigeria. Zijn kritiek gaat vooral uit naar de koloniale bestuurders - bijna zonder uitzondering heren van stand die zich vooral zorgen maakten over de gesteldheid van de cricketvelden in Afrika en Azië. Dit is een echo van Thatchers kritiek op het Old Boys Network dat Engeland bestuurde toen zij aantrad. Tevens was Kwarteng een van de jonge Thatcher Tories die meewerkten aan het mani fest After the coalition. Thatchers afkeer van coalities blijkt erfelijk te zijn.

LOUISE MENSCH

De foto in The Daily Telegraph van afgelopen maandag had geen onderschrift nodig: een blondine die met handtas poseert onder een foto van Margaret Thatcher. Dat moest Louise Mensch (Londen, 1971) zijn, de afgevaardigde van Corby zich in haar debuutjaar als parlementslid heeft ontpopt tot wannabe-Thatcher. Ze beleefde zelfs een Thatcher-moment toen ze tijdens een zitting van de kamercommissie de zaal verliet om haar kinderen van school te halen. Dat deed denken aan Thatcher, die ooit een vergadering verliet om bacon voor Denis te kopen ('Alleen ik weet welke hij lekker vindt, heren!').

Door haar optredens tijdens het Murdoch-onderzoek profileerde Mensch - telg van adellijke katholieke familie - zich als een koele, nauwkeurige en sarcastische politicus. Reeds op haar 14de had Mensch zich, geïnspireerd door Thatcher, aangemeld bij de Conservatieve Partij.

Na te hebben gewerkt in de platenindustrie (en coke te hebben gesnoven met violist Nigel Kennedy), besloot ze te gaan schrijven. Haar succesvolle debuut Career Girls werd gevolgd door dertien chick-litboeken. Mede door haar naamsbekendheid kwam ze terecht op de A-lijst, waarmee Cameron zijn partij populairder wilde maken bij vrouwen en etnische minderheden.

La Mensch werd de pin-up van de tweede feministische golf binnen de Conservatieve Partij, free-market feminism. Tot haar ergernis wordt Mensch meer als vrouw dan als politicus beoordeeld. Terwijl de 'Iron Maiden' liever praat over zaken als de vossenjacht (voor), de EU (tegen) en sociale media (stilleggen tijdens grote rellen), krijgt ze

telkens te maken met de vraag of ze wel of geen facelift heeft ondergaan gedurende het zomerreces.

ZAC GOLDSMITH

De enige joodse varkensboer van Engeland, voormalig hoofdredacteur van The Ecologist en liefhebber van David Attenboroughs natuurdocumentaires, inclusief die over klimaatverandering. Op het eerste gezicht is Zac Goldsmith (Londen, 1975) geen typische Tory. Schijn bedriegt, want volgens deze Jort Kelder van Engeland is natuurbehoud bij uitstek een conservatief onderwerp. Het woord zegt het al: conserveren.

Of hij de stem van zijn buurtgenoot Attenborough kreeg, is niet bekend. Feit is wel dat de vrouwen van Richmond vielen voor de knappe Zacharias, die continu sjekkies draaiend (met één hand!) campagne voerde in deze lommerrijke buitenwijk van Londen. In strijd met oude campagnewijsheden meende hij wat hij zei.

Goldsmith stamt uit adellijk Anglo-Ierse geslacht. Zijn katholieke moeder Annabel is een bekende Londense nachtclubeigenares, zijn inmiddels overleden vader James - een joodse miljardair - deed in 1992 aan de landelijke verkiezingen mee met zijn anti-Europese Referendum Party en zijn zus Jemima - een mensenrechtenactiviste - was getrouwd met de Pakistaanse cricketer/politicus Imran Khan.

Als Lagerhuislid strijdt Goldsmith tegen grootschaligheid, of het nu gaat om de bio-industrie of bedrijven als Starbucks en Sainsbury, die de middenstand van de kaart vegen. Zijn grootste interesse is milieu en hij denkt - net als Arnold Schwarzenegger - dat economische vooruitgang kan samengaan met milieubehoud.

Volgens Goldsmith, die heeft meegelopen in een biologische modeshow van de Soil Association, was uitgerekend Margaret Thatcher degene die het milieu op de internationale politieke agenda heeft gezet. David Cameron wilde Goldsmith benoemen tot zijn voornaamste milieu-adviseur, maar zag er vanaf nadat Goldsmith had meegedaan aan de anti-Europese opstand.

JACOB REES-MOGG

Hij heeft zijn eigen plek in het Lagerhuis: helemaal rechts boven in de hoek. Vanaf die plek heeft Jacob Rees-Mogg (Ston Easton, 1969) zich ontwikkeld tot het orakel van Somerset, het graafschap waarvan hij het noordoostelijke deel vertegenwoordigt.

Kamerleden blijven altijd luisteren wanneer Rees-Mogg aan het woord is. 'More, more', klonk het toen Rees-Mogg een koningsgezinde toespraak hield waarin hij zijn goedkeuring uitsprak over het besluit van koningin Elizabeth I om een kamerlid dat zijn twijfels had gezet bij haar onfeilbaarheid een maandje in de Tower te gooien.

De katholieke Rees-Mogg is het prototype van de Young Fogey, een deftige jongeman met een wereldvisie van een hoogbejaarde. Hij zou niet hebben misstaan in het 17de-eeuwse House of Commons. Of passender: in het Hogerhuis, naast zijn vader, een oud-hoofdredacteur van The Times en vertrouwelinge van Margaret Thatcher. Vader en zoon zijn even eurosceptisch. David Camerons 'succesvolle optreden in Brussel' deed Jacob denken an de 'hoogtijdagen van de nobele barones Thatcher'.

De politieke ambities van de voormalige zakenbankier van Lloyd George Management kwamen in 1997 aan het licht toen hij, samen met zijn nanny rondrijdend in een Bentley, een verkiezingscampagne voerde in een Schots mijnwerkersdistrict. Meer stemmen wist hij te winnen in de welvarende West-Country waar hij vandaan komt, mede doordat hij zich in de weken voor de verkiezingen zo weinig mogelijk op straat vertoonde. Gevraagd naar zijn coördinatiepunten binnen de klassemaatschappij sprak Rees-Mogg de onvergetelijke woorden: 'Ik ben een man van het volk. Vox populi, vox dei.'

RORY STEWART

De enige van de vijf die enige bekendheid geniet in Nederland, dit dankzij een optreden in het tv-programma Wintergasten. Dat Rory Stewart (Hongkong, 1973) daarvoor gevraagd werd, had te maken met zijn opmerkelijke loopbaan. Anders dan vele hedendaagse politici, heeft hij volop met de voeten in de maatschappelijke modder gestaan. In de modder van Irak wel te verstaan, waar hij aan de vooravond van de geallieerde inval een gouverneurschap bekleedde, en van Afghanistan, waar hij in 2006 werkte voor een liefdadigheidsorganisatie.

Tussen 2000 en 2002 maakte hij bovendien een voettocht van bijna tienduizend kilometer van Turkije naar Bangladesh, talen lerend en T.S. Eliots vers Het barre land reciterend. Over zijn avonturen schreef deze hedendaagse Lawrence van Arabië enkele boeken, waarvan The Prince of the Marshes in het Nederlands is vertaald. Tevens diende Stewart - zoon van een geheim agent - in een Schotse legereenheid, doceerde hij mensenrechten op Harvard en gaf hij de koninklijke prinsen bijscholing.

Anders dan de andere kinderen van Thatcher is hij een late bekeerling. In zijn jonge jaren ging zijn sympathie uit naar Labour, maar zijn ervaringen met het beleid van Westerse landen in Afghanistan - bureaucratie, streefcijfers en micromanagement - maakten van hem een burkeaanse conservatief.

Zijn aandacht gaat vooral uit naar buitenlandpolitiek. Zowel wat betreft de Brusselse politiek als het liberale interventionisme is hij een anti-idealist. De buitenlandpolitiek moet even beperkt als praktisch haalbaar zijn, maar wat je doet moet je goed doen. Een voorbeeld van dit stewartism, zoals The New Yorker het doopte, was de interventie in Libië.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden