Gastcolumn

'De pedofiel' bestaat niet

We veronderstellen dat er iets bestaat als een eenduidig psychologisch profiel van 'de pedofiel'. Terwijl we zo'n profiel bij drankzuchtigen, of zelfs moordenaars, veel minder zoeken.

Inge Schilperoord werkt als forensisch psycholoog bij onder andere het Pieter Baan Centrum. Haar debuutroman Muidhond won de Bronzen Uil 2015.
null Beeld anp
Beeld anp

Al een paar keer heb ik hem vanuit mijn ooghoeken gezien. De man op de eerste rij van het universiteitszaaltje. Na het interview zal hij de eerste vraag stellen, denk ik. Kritische blik, hoornenbril. En jahoor. Zodra het sein wordt gegeven, steekt hij zijn hand op, krijgt de microfoon. Zijn ogen vernauwen zich. 'Het lijkt of u alle vragen naar de psychische stoornis van uw hoofdpersonage, en hoe hij behandeld moet worden, omzeilt. Maar u kiest voor een roman over een pedofiel, een delicaat thema. Bent u dan niet verplicht zich te mengen in het publieke debat?'

Sinds mijn debuutroman Muidhond deze lente verscheen, krijg ik die vraag. In allerlei varianten. En sindsdien zoek in naar het beste antwoord.

Voor mij gaat mijn boek in de kern niet over pedofilie. De worsteling van mijn personage met zijn pedofiele verlangens zie ik, wat pathetisch gesteld, als de worsteling van ieder mens met zichzelf. We moeten het allemaal maar doen met wat ons is gegeven. En ieder van ons moet driften, wensen, misschien zelfs delen van zichzelf, onderdrukken om sociaal geaccepteerd te worden. En om te voldoen aan onze eigen verwachtingen. Met soms matig resultaat.

De keuze voor een pedofiel als hoofdpersoon maakt die strijd schrijnend duidelijk. Er is immers weinig denkbaar dat sterker onderdrukt moet worden dan het verlangen naar een liefdes- of seksuele relatie met een kind. Maar, ik begrijp dat dit een weinig bevredigend antwoord is. En natuurlijk, heel concreet draait het verhaal ook om een pedofiel. Daarbij ben ik niet alleen schrijver maar ook forensisch psycholoog. Het zou naïef zijn om geen vragen te verwachten over pedofilie.

'De pedofiel'

Toch roepen de vragen bij mij soms bevreemding op. Om te illustreren wat ik bedoel, kan ik het beste 'pedofilie' in die vragen simpelweg vervangen door een ander woord. Door een ander schadelijk verlangen dat, daarom, vaak wordt onderdrukt. Zoals: vraatzucht, kleptomanie, alcoholisme. Aandoeningen, als ik het zo mag noemen, die weliswaar heel verschillend zijn maar alle een drangmatig karakter hebben. Ik neem alcoholisme als voorbeeld. Dan luiden de vragen zo: 'Zie je dat nou vaak, dat alcoholisten graag vissen? Houden alcoholisten altijd van dieren? Zijn ze dikwijls zorgzaam?' Of: 'Heb je je boek wel laten lezen door een alcoholist om te kijken of het klopt?'

Uit deze vragen spreekt de impliciete veronderstelling, of misschien wel de hoop, dat er iets bestaat als een veralgemenisering, een eenduidig psychologisch profiel, van 'de pedofiel'. Terwijl we zo'n profiel bij romans over drankzuchtigen, of zelfs moordenaars, veel minder zoeken.

In zekere zin is dat begrijpelijk. De pedofiel is immers ons aller vijand. Want zijn potentiële slachtoffers, kinderen, zijn ons meest geliefde bezit. En: ook de meest kwetsbaren van de samenleving. Daarbij zullen weinig pedofielen openlijk over hun gevoelens praten. Dus denken we ze niet te kennen. Maar we willen de pedofiel wel kunnen herkennen, mocht hij onverhoopt in onze leefomgeving opduiken. Ook al weten we dat deze wens grotendeels illusoir is. 'De pedofiel' bestaat immers niet, net zo min als 'de alcoholist'.

Algemene trekken

Op sociale media is een man actief die zich 'een alledaagse pedofiel' noemt. In de tijd dat mijn boek net uit was, becommentarieerde hij dit. Bij hem was een omgekeerde reactie te zien. Hij was juist fel gespitst op het onderuithalen van iedere neiging tot stereotypering. Via Twitter verspreidde hij een foto van een checklist met vooroordelen over pedofielen. Mijn boek ging langs de lat. Tot zijn ergernis ontdekte hij een aantal 'stereotyperingen'. Zoals: de hoofdpersoon heeft geen hoog IQ, is onhandig en leeft sociaal geïsoleerd.

Ook die irritatie is begrijpelijk. Immers: de ander, hij die ons vreemd is en misschien zelfs vijandig gezind, reduceren we het liefst tot een aantal algemene trekken. Voor onze eigen gemoedsrust ver simplificeren we de complexe werkelijkheid tot dat wat hanteerbaar en overzichtelijk lijkt. Wanneer het daarentegen onszelf betreft, zijn we het liefst zo uniek mogelijk. Dan onderstrepen we juist die zaken die ons anders maken dan de 'doelgroep' waartoe we behoren.

Wanneer de microfoon bij mij terug is, geef ik de hoornenbrilman het beste antwoord dat ik heb.

Nee, ik voel me niet verplicht me te mengen in het publieke debat. Ik geloof niet dat ik als romanschrijver uitspraken hoef te doen doen over kwesties als: chemische castratie ja of nee, behandelen of straffen, of de hoeveelheid uitingsvrijheid die we pedofielen moeten toestaan. Dat neemt niet weg dat ik hier wel een mening over heb. Als persoon, en als psycholoog. Maar niet als fictieschrijver. Als schrijver maak ik juist een terugtrekkende beweging. En dat is denk ik ook de kracht van fictie. Als schrijver dompel je je onder in je verbeelding, en kruip je onder de huid van een personage dat, ondanks dat je het zelf verzint, gaat ademen en leven. Zo construeer je verhalen die, als het goed is, levensechte en ingewikkelde vragen oproepen. Maar die hier geen antwoord op geven.

Inge Schilperoord werkt als forensisch psycholoog bij onder andere het Pieter Baan Centrum. Haar debuutroman Muidhond won de Bronzen Uil 2015. Deze maand is zij gastcolumnist van Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden