De parel van India verbleekt

Kashmir, eens de lusthof van India is overwoekerd door distels en onkruid, bloeiend op het geweld tussen hindoes en moslims....

Waar water eindigt en oever begint is nauwelijks te zien. Aan alle kanten schitteren lichtjes. Onder zijn het de olielampjes van de boten die weerkaatsen in het gitzwarte water. Boven de eerste sterren aan de donkerblauwe hemel. En op ooghoogte de huizen aan de oever van het meer. Alleen de contouren van de prille uitlopers van de Himalaya zijn vaag zichtbaar in het flauwe schijnsel van de opkomende lichtgele maan.

In het avondschemer werpt het Dalmeer in de Indiase deelstaat Kashmir haar masker van zonnige zorgeloosheid en bedrijvigheid af. De koele bries en peilloze duisternis veranderen de lieflijke plas in een guur bergmeer.

De geur van waterlelies verdampt en het gespetter en gekwetter van de vele watervogels sterft weg over het water. Maar het korte moment van stilte wordt meteen doorbroken door het klagerige gezang van het avondgebed dat vanuit de moskee het over het meer galmt. Uit het donker klinkt het geklots van water tegen de bootjes van de mannen die zich naar huis haasten voor het avondgebed.

Dé manier om het Dalmeer van dag naar nacht te zien glijden, is hangend in de kussens op het voordek van een houseboat als Mumtaz Palace. Deze twintig meter lange boot van pijnboomhout is verstopt onder hangende waterbomen in een ruime inham van het meer, in het schemergebied tussen water en land.

Alles op een houseboat ademt luxe en nostalgie uit. Vanaf het voordek bieden twee schuifdeuren toegang tot een ruime zitkamer. Daarachter bevinden zich nog een eetkamer met notenhouten zithoek, een keuken en drie ruime slaapkamers met wc. Het houtsnijwerk in het plafond heeft dezelfde oud-Perzische motieven als de befaamde Kashmir-tapijten op de vloer, die bij elke stap kraakt onder de dikke laag wol. De licht geurende sandelhouten bijzettafeltjes complementeren het imitatie-Victoriaanse interieur.

Ruim tweeduizend van deze houseboats liggen er op het Dalmeer. De Engelse namen moeten de herinnering aan koloniale tijden hoog houden: Queen Victoria of Little Venice maar ook eigentijdsere varianten als Strawberry Fields of Coronation Street. De meeste kunnen wel een likje verf gebruiken. En allemaal voeren ze datzelfde bordje: rooms available.

Kashmir, eens de bloeiende parel van India. De Taj Mahal, de stranden van Goa, de ghats van Varanasi én een verblijf op een houseboat op het Dalmeer: het waren musts voor elke reiziger. Maar de laatste jaren is het stil op het Dalmeer. Jammu & Kashmir, de officiële naam van de meest noordelijke deelstaat, gaat gebukt onder 'disturbances', zoals de Indiase overheid de opstand van de moslims eufemistisch noemt. Ruim 95 procent van de bevolking is moslim en wil een onafhankelijk Kashmir. In 1995 ontvoerden rebellen een vijftal toeristen. Slechts één hoofd is teruggevonden. Maar de ironie wil dat anno 2000 uitgerekend een houseboat de enige veilige plek is in Kashmir voor toeristen. Bij deze bron van inkomsten is immers iedereen gebaat, ook de onafhankelijkheidsstrijders.

Het heeft ook z'n voordelen, toeristen die zich laten afschrikken door de dagelijkse krantenberichten over moord en brand. Het heeft het Dalmeer behoed voor de uitwassen van het massatoerisme. En al staat het de laatste jaren niet meer in bloei, een lusthof is het nog steeds.

Eigenlijk bestaat het Dalmeer uit vier afzonderlijke meren die met elkaar zijn verbonden door een wirwar van kanalen, slootjes en poeltjes. Overal op het water drijven bloemenperken van waterlelies en lotussen. Op kleine eilandjes worden groenten verbouwd. Aan de oevers staan bakstenen huizen, soms alleen per boot te bereiken. Voor de oever staan houten winkeltjes op palen. De houten bruggetjes lijken op die in Giethoorn.

Op de oevers van het Dalmeer kabbelt het leven voort alsof de tijd stilstaat. Vrouwen doen de was of werken op de kleine keuterboerderijtjes. Uit de verte klinkt het gegak van ganzen die door een hoedster worden voortgedreven. Overal hangt de scherpe geur van houtvuurtjes, de betrouwbaarste manier om water te koken bij de haperende electriciteit.

De mannen hangen lusteloos in hun shikara, de langwerpige platbodem waar de bevolking zich peddelend mee verplaatst. De hengel die half in het water hangt vormt het alibi voor een luie middag op het meer. Om en om lurken de mannen aan de oblibobli of waterpijp of spugen ze grote kringen in het water. De enigen die zichtbaar werken zijn vrouwen. Zij plukken de waterlelies die worden verwerkt tot veevoer of zoeken met een haak de bodem af naar Lotus-wortels, een lokale lekkernij.

Maar het zijn de mannen die de gewassen verkopen op de drijvende markt, elke ochtend voor zonsopgang op een kruispunt van kanaaltjes. In het halfduister klonteren de tientallen shikara's samen. De handelswaar ligt achterin, de mannen zitten voorop. Onder hun lange wollen jurk, de pheran, staat een kleien pot met rieten handvat en gevuld met gloeiende kooltjes, de konghar. Kashmiri slepen deze pot, ook wel winterwijf genoemd, in de kille herfst en wintermaanden voortdurend met zich mee.

Terwijl de lucht zich vult met de geur van verse koriander en bloemen, schreeuwen de boertjes de prijs van hun zelfverbouwde koopwaar. Elke koop wordt bekroond door tijdens het wegvaren nog enkele knollen of wortels mee te pikken. Zo gaat het waarschijnlijk al eeuwen. En zo gaat het morgen weer, geen burgeroorlog die daar wat aan verandert.

'Kashmir. Kashmir! Breng me naar Kashmir voordat ik sterf.' Het waren de laatste woorden van de Indiase vorst Shah Jahangir in 1627, voordat hij bezweek op weg naar zijn geliefde zomerverblijf aan het Dalmeer.

Al in de zeventiende eeuw hadden de oude Mogol-heersers - het eerste vorstenrijk dat grote delen van het huidige India onder bestuur had - de schoonheid van de Kashmir-vallei ontdekt. Als het zomers in de droge vlaktes langs de Indus en de Ganges te heet wordt, is het hier nog aangenaam toeven. Van de vruchtbare vallei - ingeklemd tussen Pakistan, China en Tibet - maakten de Mogols een tuin op het dak van de wereld.

Het waren vervolgens de Britten die de houseboats introduceerden op het Dalmeer. Omdat de maharadja van Kashmir een verbod had uitgevaardigd op grondbezit door de buitenlandse overheerser, lieten de Britten reusachtige boten bouwen. Afgezien van wat kleine aanpassingen aan de moderne tijd - ligbad, koelkast en electrische deken - ligt nog steeds dit type boot op het Dalmeer. Sinds de Britten zijn vertrokken waren het de honderdduizenden toeristen die elke zomer verbleven op een houseboat.

Maar Kashmir kan bogen op een roemrijk verleden dat verder gaat dan speeltuin voor Mogols, Britten en toeristen. Ooit lag de vallei aan de zijderoute, de belangrijke handelsroute tussen Perzië, China en India. In de hoofdstad Srinagar, gelegen aan het Dalmeer, werden wol, bont, specerijen en bloemzaden verhandeld. Het moet een welvarende stad zijn geweest.

Tegenwoordig oogt Srinagar als elke willekeurige bergstad in India: vies en druk. In de stoffige straatjes wringen paardenkarren, ronkende jeeps en luid bellende fietsers zich langs de vele gaten in het asfalt. Het smeltwater eist elk jaar haar tol van de wegen.

Opvallend zijn de vele lege, soms zelfs ingestorte huizen. Enkele zijn half afgebrand, met zwarte gaten waar eens ramen zaten. In deze huizen woonden hindoes voor ze begin jaren negentig wegtrokken uit Kashmir naar het zuidelijker gelegen Jammu. Op de vlucht voor de moslim;opstand die al meer dan een decennium duurt.

In Srinagar waant de westerse bezoeker zich eerder in Centraal-Azië dan in India. Bebaarde mannen dragen typische witte moslim-mutsjes en sobere kleding. De vrouwen dragen hoofddoekjes en soms een sluier. Voor lange wandelingen is de stad niet geschikt: er wordt nog wel eens een handgranaat gegooid in de richting van de controleposten van Indiase militairen op elk kruispunt in de stad.

Uitgerekend in Srinagar, deze door hindoes en moslims betwiste stad, ligt het graf van Christus. ALthans, zo gaat de mythe overgeleverd in de boeddhistische kloosters in Ladakh, de oostelijke streek van Kashmir.

Volgens deze legende is Jezus na de kruisiging niet naar de hemel maar naar het paradijs op aarde, Kashmir, afgereisd. Tussen zijn twaalfde en dertigste (een periode die in de Bijbel niet toevallig onbesproken blijft) was Jezus al in Kashmir om zich te verdiepen in het boeddhisme. En hier, in een onooglijk groen huisje in een achterafsteegje, zou Hij begraven liggen?

Het groene huisje heet Rozha Bal, wat in het Urdi, de mengelmoes van Arabisch, Hindi en Perzisch die in Kashmir voertaal is, zoiets betekent als 'het graf van de profeet'. Voor de tombe staat een bord met onleesbare Urdi-tekens. Alleen binnen, boven een deurportaal staat een inkerving van twee woorden in Latijnse schrift: Yous Asf. Jezus? In islamitische geschriften wordt Jezus veelal zo aangeduid.

Binnen valt schemerig licht door de vieze ramen. In het eerste vertrek staat alleen 'n rek voor de schoenen. In de tweede, ruimere kamer staat een glazen kooi. Achter het getraliede glas bevindt zich onder een rafelig kleed een stenen grafkist. Aan wat schijnbaar de hoofdzijde van de tombe is, ligt een stoffig kussen op de grond waarop geknield en gebeden kan worden. Het is nog maar zelden dat hier wordt geknield. Het graf van de Verlosser, vergeten onder een dikke laag stof.

De enige toeristische attractie die nog wel in bedrijf is, is een rondvaart over het meer in een luxe shikara. Een deken over benen en thee met kardemon en een vleugje gember houden het lichaam warm. Als hapje wordt een schaaltje met verse vruchten in kaneelsiroop geserveerd. Drank en spijs dragen de zoetige nasmaak van saffraan, in Europa zijn gewicht in goud waard maar in Kashmir een alledaags ingrediënt als keukenzout.

De bestemming van het boottochtje is Shalimar Bagh, het 'hof der romantiek' aan de oever van het Dalmeer. Deze siertuin werd in de gouden zeventiende eeuw van India aangelegd door Shah Jahan, de vorst die later voor zijn overleden vrouw Mumtaz de Taj Mahal liet bouwen.

De tuin ligt trapsgewijs tegen een berg. De bovenste punt biedt prachtig uitzicht op het meer. Daar werden de bergbeekjes gevangen in grachten en vijvers en gekleurd en geparfumeerd met duizenden bloemen. Toen al hadden de bouwmeesters een airconditioning uitgedacht. Het koude bergwater liep onder hoge druk door ijzeren pijpjes, waar het door kleine gaatjes verstuifde en voor een verkoelende bries zorgde.

Maar de fonteinen spuiten al jaren niet meer. Het haveloze paviljoen staat verloren in de droge gracht. Niet witte en zwarte zwanen maar kraaien en eksters scharrelen tussen de stenen naar voedsel. De lusthof van India is overwoekerd door distels en onkruid, bloeiend op het geweld tussen hindoes en moslims.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden