De papieren tent van Atwood

Salman Rushdie is voorzitter van het American PEN Centre en de wereld mag het weten. Hij en zijn team hebben wel honderd schrijvers van overal naar New York gehaald voor een literair festival dat zowaar als belangwekkend wordt ontvangen....

Barber van de Pol

'Two tickets needed', lees ik.

Ik herinner me niet zoiets ooit bij de SLAA of het John Adams Instituut of Poetry International te hebben gezien.

Er hangt iets protestachtigs in de lucht, iets weerspannings, dat zal het zijn. Dit hier is niet Amerika, dit is Amerika anders. In The New York Times van 17 april geeft Rushdie een vorige PEN-voorzitter, Norman Mailer, een veeg uit de pan. Die organiseerde in 1986 net zo'n festival en bestond het toen tot ergernis van veel deelnemers om dat te laten openen door de Secretary of State, alsof men zijn komst nodig had om in zichzelf te geloven. Rushdie vergaapte zich toen als jongeling aan de allure van een Bellow, Brodsky, Carver, Coetzee, Grass, Milosz, Updike, Soyinka, Vargas Llosa, en leerde zijn les. Als Condoleezza Rice erbij wil zijn, kan ze een kaartje kopen.

Steeds terugkerend gespreksonderwerp is dat in Amerika minder dan 3 procent van alle boekpublicaties vertalingen zijn. Nu kun je in de wereld een heel eind komen met alleen Engels, maar 3 procent is schameltjes. Dat is op het zelfgenoegzame af. Je hoeft niet los te barsten in slogans over het belang van de internationale dialoog om dit in te zien. Het opzetten van een vertaaltraditie lijkt hoe dan ook een hoofddoel van deze organisatie. De buitenlanders worden als helden ontvangen. Meteen de eerste avond, die de vorm heeft van een hommage aan de vierhonderdjarige Don Quichot, valt me de giechelige stemming bij de Amerikaanse deelnemers op, vooral bij Rushdie, de globale gastheer. Maar ook Paul Auster werkt zich lichtjes proestend door zijn vernuftige betoog. Op een andere avond zal Jonathan Franzen his way, met bestudeerde onhandigheid, de lachers voor zich winnen.

Vanzelf leuk is de Canadese Margaret Atwood, met haar slimme, uitdagende ogen. Die maak je niets wijs. Ze schittert met een parabel waarin ze de schrijver voorstelt als iemand die door een papieren tent is gescheiden van de stille, huilende, oprukkende, soms al binnengedrongen buitenwereld. Hij schrijft door; hij kan niet anders.

Atwoods parabel moest een antwoord zijn op de vraag of schrijven iets verandert. 'Ja en nee', zei ze de middag ervoor toen we het er even over hadden, maar volstaan met 'ja en nee, en wel hierom' deed ze gelukkig niet. Iedereen weet hoe betrekkelijk de macht van literatuur is, maar je hebt besloten het spel te spelen en het ritueel geldig te verklaren. Je zet het avontuur van de taal in.

Er zijn liefst twee dagen gereserveerd voor Don Quichot, nu ook in Amerika een lieveling sinds de nieuwe vertaling van Edith Grossman er is. Wat Spanje in dit herdenkingsjaar heeft verzuimd te doen, deed Amerika wel: het nodigde naast Grossman nog vier Quijote-vertalers, allemaal uit Europa, uit om over dit boek te praten.

In die rol moet u zich ook mij denken. Nu eens geen parelgrijze vesten die elkaar aftroeven met voetnootachtige blabla, maar eerste lezers, beste kenners, de vertolkers in hun taalgebied. Ook op deze bijeenkomst werd erg veel gelachen, en er waren later recensies, zelfs in El País. Alleen de vertaalster in het Duits, die er nog middenin zit en het gemak mist van wie de klus al heeft geklaard, is boos. Ze vond eerder de hommage al niet serieus genoeg. Met name Rushdie, die brutaaltjes zijn India in het hart van de Don Quichot loodste, maakte er een potje van, vond ze, en dat was niet geestig of leuk, als ik dat soms mocht denken.

Nu we met elkaar optreden is ze opnieuw boos, omdat Cervantes onvermijdelijk ter sprake komt als foutenmaker, volgens Thomas Mann een deel van zijn charme. Wat doe je daarmee als vertaler? Maar nee, Cervantes maakte helemaal geen fouten, zegt ze. De bevlogen Duitse bestrijdt het met een fenomenale bereidheid tot positieve discriminatie.

Wat voor editie heeft die gebruikt?, vraag ik me af, maar net als ik wil sneren dat sommige tijden of landen of personen misschien wat hysterisch zijn over perfectie, zie ik haar ogen vonken, en slik mijn grap in. Ze is de jongste, ze gloeit nog. Zij moet en mag het allemaal nog definitief verzinnen, met of zonder scepsis. Tijd voor een beetje jaloezie, al benijd ik haar niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden