De pakhuizen en dokken van weleer genieten nu een monumentenstatus

De plek van schippers en striptenten heeft plaatsgemaakt voor penthouses en promenades

Antwerpens Eilandje is bezig aan een opmerkelijke periode. In het binnenste van de entrepots en magazijnen gaan lofts en appartementen schuil, aan kades zijn moderne woontorens verrezen. Voor penthouses bedraagt de vraagprijs meer dan twee miljoen euro. In het Willemsdok overheerst het blinkende wit van een jacht- haven. De laadwallen van toen zijn wandelpromenades geworden, met bankjes en terrassen en boompjes.


Kers op de taart, scharnier tussen de historische binnenstad en het oudste havengebied, symbool van de nieuwe tijd zo u wilt, is het nieuwe Museum aan de Stroom (MAS), gelegen op het schiereiland tussen Bonaparte- en Willemsdok. De Nederlandse architect Willem Jan Neutelings van Neutelings Riedijk tekende de toren, hij heeft een appartement dat er op uitkijkt.


Maar dit was toch de buurt waar ook de Sinjoren zelf hun rug naar keerden? En dat al heel lang? In de 16de eeuw zetten ze er buiten de omwalling een huis voor pestlijders neer, veilig in het noordoosten, doorgaans de lijzijde van de stad. Hier pootte je neer wat je in 't Stad niet wilde hebben.


'Twintig jaar geleden kon je hier op zondag in je bloot gat lopen. Er kwam helemaal niemand', zegt Cor Bezemer (64), gewezen scheepsbevoorrader, geboren en opgegroeid in de wijk en er nooit vertrokken. Er was leegstand, verval en verloedering. Zelfs krakers en kunstenaars, doorgaans de pioniers in stervende buurten, lieten de wijk links liggen - met uitzondering van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen, dat hier in 1995 aan het Kattendijkdok Westkaai een theater, studio's en ateliers liet optrekken.


Daarvoor was dit de wijk van de schippers en de dokwerkers. Hier rook het naar teer en pek, specerijen en gezouten huiden, hier lagen ivoor en rubber uit de Congo te wachten op verder transport. Platte karren, voortgetrokken door paarden, dokkerden er over de keien. In één straat zaten 16 bierbrouwers. In de Nassaustraat waren de cafés met buitenwippers, en later de striptenten, de Green Dog, de Moulin Rouge.


Dit was ook de plek waar eerder al miljoenen het hele continent de rug toekeerden. De schepen van de Red Star Line vertrokken vanaf de Rijnkaai tussen 1873 en 1935 naar Canada en Ellis Island in New York, met vooral benedendeks emigranten uit Oost-Europa. In de kantoren van de rederij werden ze gecontroleerd. Artsen en verplegers trokken met een speciaal haakje de oogleden opzij. Trachoom - vaak het gevolg van gebrekkige hygiëne - leidde onverbiddelijk tot een verbod op vertrek. Van degenen die wel aan boord mochten, werd de kleding en bagage ontsmet in speciale ketels.


Napoleon Bonaparte, die zag wel wat in het Eilandje, dat moet worden gezegd. Hier vandaan moest 'het pistool op het hart van Engeland' worden gericht, zoals hij in de overlevering wordt geciteerd. Hij is er zelf komen kijken, in 1803. Op zijn aanwijzingen zijn er de eerste dokken gegraven, les bassins d'Anvers. Ze werden van elkaar gescheiden door het statige Hanzahuis, al in de 16de eeuw neergezet in opdracht van de gezamenlijke Hanzesteden - het is de plek waar nu het MAS staat, daarvoor waren er opslagloodsen. De keizer bracht er zijn soldaten in onder. Bovendien diende het reusachtige bouwwerk als bescherming voor zijn erachter aangemeerde fregatten tegen beschietingen vanaf de Schelde.


Het stadsbestuur springt de laatste jaren wat behoedzamer om met de sporen uit het verleden. Pakhuizen, bruggen, dokken, het barokke kantoor van het Loodswezen aan de rivier, de sasmeesterhuisjes - ze bezitten monumentenstatus. Het Eilandje transformeert van 'een industriële site naar een levend stadsdeel'. De Docklands in Londen en de Kop van Zuid in Rotterdam dienden ter inspiratie. De oorspronkelijke eilanders waren sceptisch: de huizen zouden onbetaalbaar worden, er zijn er noodgedwongen vertrokken.


Maar nu moet het aantal bewoners er de komende jaren weer verveelvoudigen. Rondom de oudste dokken wonen er nu 1700, het moeten er 7000 worden. De wat havelozere Cadixwijk, waar het 'roepkot' voor de dokwerkers staat, telt er nog maar 500, 4000 is het streven. Een deel in sociale woningbouw; daarvan is het, geven de bestuurders toe, tot nu toe niet gekomen.


Het is snel gegaan, zegt Filip Smits, voor het Gemeentebedrijf Stadsplanning Antwerpen, programmaleider voor het Eilandje. 'De financiële crisis kwam ons niet slecht uit. Het gaf ons tijd voor bezinning, om nog eens na te denken over wat we nog aan patrimonium willen behouden. Hier en daar is er toch nog wat te veel gesloopt.'


Het zichtbaarst is de revitalisering aan de Godefriduskaai, in de slagschaduw van de MAS-toren. Daar is het stadsarchief in het door ontelbare gietijzeren kolommen gestutte Felixpakhuis van zeven verdiepingen getrokken. Een binnenstraat met laadluiken vormt de doorsteek naar de Oude Leeuwenrui. De hijsinstallatie is nog aanwezig. Op een vaal bordje: 'Verboden tijdens de werking der kranen zich in de straal der zwenk- en hefbewegingen te bevinden.' Er is een café-restaurant, de beoogde maritieme winkeltjes zijn er nog niet. Even verderop, ook in een gewezen magazijn, zit Dries Van Noten, modeontwerper.


Op het Eilandje verspreid staan beeldjes als eerbetoon aan de hoofdrolspelers van toen, geïnspireerd op het werk van de chroniqueur-schilder Eugeen van Mieghem (1875-1930). Zoals die van de landverhuizer, het havenboefje en het havenmeisje, het overkoepelende begrip voor de koffiebonenraapsters, de vellenkeersters die de pekel uit de aangevoerde huiden schrobden, de zakkennaaisters, de viswijven.


De gebouwen van de Red Star Line, voorheen hologige ruïnes met het verweerde opschrift 'Red Star Magazijn No. 1' nog op de gevel, worden opgekalefaterd tot een migratiemuseum - er is samenwerking met Ellis Island gezocht. De rij Montevideoloodsen, nog de plek waar het Britse leger cheddar en thee opsloeg, onder het zaagtanddak met raampartijen op het noorden, zijn gered. De precieze volgende bestemming staat nog niet vast. Polyvalent is de nog rekbare bestemmingsomschrijving. Aan de Scheldeoever staan kranen in ruste bijeen. Ze worden gerenoveerd. Ook beschermd: de kassei, al sluit programmaleider Smits toepassing van meer platines, de platte, vriendelijkere variant, niet uit.


Cor van Bezemer, autochtoon Eilander, is blij met de ontwikkelingen. Te lang heeft hij gehoord dat er niks kon in zijn wijk. Al in de jaren zeventig wilde hij investeren in een woonblok. Bij de financierders klonk maar één reactie: wie wil daar nu wonen? Hij ziet dat het leven is teruggekeerd. Toeristen komen voorbij, ze gaan hier aan boord voor een cruise door de havens. Tweeverdieners trekken de lofts in. Alleen de middenstand laat het, afgezien van de horeca, afweten.


Kristof Duran is zo'n nieuwe bewoner, hij heeft er vijf jaar een huis. Hij houdt van de ruimte, de rust, het zicht op het water en de nabijheid van de stad. Dat het verval wordt teruggedrongen, begrijpt hij wel, maar het roept ook gemengde gevoelens op. 'Als we hier een wandeling maken, langs de lege loodsen en de waterkant, dan heeft het opgeschoten onkruid tussen de kasseien ook z'n charme.'


Ook Bezemer zoekt toch nog het verleden op. Hij komt nog altijd graag in Scaldis, het café in de Cadixwijk, dat volgens hem sinds de jaren veertig nauwelijks is veranderd. De sanseveria staat in de vensterbank. Toiletgangers worden verwezen naar de 'koer'. Marie José staat er al 35 jaar achter de tap. Even was het niet meer plezant, zegt ze, toen in de jaren tachtig er alleen maar ouderen kwamen. De schippers en hun families waren vertrokken, naar buitenwijken, naar de linkeroever van de Schelde. Maar nu zijn er nieuwe bewoners, ze krijgt al Bekende Vlamingen aan de toog.


Smartlappen uit alle windstreken komen er nog altijd voorbij, op sterk uiteenlopend volume. En Mark kruipt er al dertig jaar zomaar ineens achter de piano, totdat Marie José zegt dat het wel genoeg is geweest.


In het 'roepkot' gaat een schel over en richten de ogen van de dokwerkers zich op een elektronisch bord. De cijfers zijn deprimerend: 29 hebben zich aangemeld, er is vraag naar 4. De overblijvers halen een stempel op in een hokje voor de werkloosheidsuitkering.


Inmiddels worden aan de Godefriduskaai en de Hanzestedenplaats de eerste terrasstoelen buitengezet en de menukaarten met wereldse gerechten op tafel geplaatst. Op het Eilandje komen de geuren van overzee tegenwoordig alleen nog maar uit de keuken.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.