De overvolheid van een ontzagwekkend belezen geleerde

Kan dit? Een boek met wetenschappelijke studies van een gerenommeerd historicus begint zo: 'De Nederlandse historicus Johan Huizinga (1871-1945) heeft in zijn Herfsttij der Middeleeuwen op zo'n indrukwekkende wijze een beeld gegeven van de rijk geschakeerde laatmiddeleeuwse vroomheid, dat een ieder die zich opnieuw waagt aan studie van die periode...

Het verbaasde mij niet te lezen dat de in 1978 verschenen dissertatie van de Rotterdamse hoogleraar Jan van Herwaarden (de auteur van de bundel studies) 774 pagina's telt. Zijn geest is wars van beknoptheid. Het begrip toevoeging kent hij niet (zie de aanduiding van Huizinga). Er is waarschijnlijk geen mediëvist in Nederland die zo ontzagwekkend veel heeft gelezen, maar er is er ook geeneen die zo moeilijk uit dat vele kan kiezen. Wij zullen weten wat hij weet. Wat hij schrijft is overvol, en de verantwoording van alles wordt afgelegd in overvolle noten, die de veelzijdigheid van zijn eruditie voortdurend laten zien. De noten tonen ook veel van zijn werkwijze: hij is als historicus een ordenaar van bestaand materiaal, veel eerder dan een denker over de historische problemen. Ook als schrijver is hij de ideale leraar, als publicist de ideale spreker.

Kort geleden nam Van Herwaarden afscheid van de Erasmus Universiteit. Hij kreeg een boek met eigen werk mee. Een redactie selecteerde uit zijn oeuvre acht studies over geloof en samenleving in de laat-middeleeuwse Nederlanden. Het boek kreeg de titel Een profane pelgrimage naar de Middeleeuwen. Dat is een betekenisvolle titel: de religieuze pelgrimage staat in het werk van Van Herwaarden centraal; vanaf zijn proefschrift heeft hij er veel, ook in populaire boeken, over gepubliceerd. Zijn beste studies handelen over de bedevaart naar Compostella. Hij kan zich een jakobijn in de geschiedwetenschap noemen. Aan de pelgrimsreis was een aflaat verbonden. Het aflatensysteem, dat de katholieke kerk het noorden van Europa kostte, is vrij ingewikkeld. Dat Van Herwaarden een zeldzame aflatenspecialist is, zal duidelijk zijn, vanuit een even zeldzame belezenheid. Dat pelgrimsreizen en aflatenhandel in de studies volop aanwezig zijn, was haast onvermijdelijk .

De redactie heeft aan de bundel een biografische inleiding meegegeven: 'Een gedreven en betrokken historicus.' Academici zijn zelden grote stilisten, en het vermogen tot portretteren ontbreekt hun geheel. Het stuk is heel warm en sympathiek vooral, maar zonder de genade van de scepsis en de humor, product dus van de Hollandse binnenhuiscultuur die ook aan de universiteit heerst. Als je met zijn drieën bent, kan er toch op zijn minst één een analyse van het werk schrijven.

Van de acht studies zijn de kortste de beste. De auteur ontzegt zich hier iedere uitweiding, en dat komt het materiaal en de stijl ten goede. De beknopte stukken handelen over 'De middeleeuwse Sebastiaanverering in de Nederlanden' en 'Jacobusverering in Rotterdam'. De stukken zijn verslagen van onderzoeken; die leveren weinig op, maar de wegen waarlangs de auteur zichzelf leidt geven veel uitzichten. De stukken worden in de context van de anderen nog beter. Men leze maar het eerste stuk, 'Geloof en samenleving: eucharistische devotie en de verering voor het Lijden van Jezus'. Dit stuk, overlopend van kennis, is in feite alleen maar uitweiding; het heeft geen centrum, geen problematiek, geen oorspronkelijke gedachten; een stuk uit de doorgeefcultuur. Doordat de schrijver alles wil behandelen, wordt in feite niets scherp. Men kan zo'n stuk het best omschrijven als een verzameling illustraties bij wat bekend is.

Over het tweede stuk van de bundel, 'Geloof en geloofsuitingen in de late Middeleeuwen in de Nederlanden: Jeruzalembedevaarten, lijdensdevotie en kruiswegverering', kan hetzelfde worden gezegd, hoe bewonderenswaardig ook hier weer de belezenheid is. Maar had de auteur maar eens iets vergeten! Nog belangrijker misschien: had hij maar meer beseft dat wij ook iets weten en het steeds moeten leren van het bekende, wat irriterend kan zijn.

Dit alles geldt minder voor het ook omvangrijke stuk 'Middeleeuwse aflaten en Nederlandse devotie'. Het laat de kracht van Van Herwaarden zien: de werking en doorwerking van grote internationale christelijke verschijnselen in de Nederlandse cultuur. Als ik het zo mag zeggen; zijn reizen van Rome naar de Nederlanden zijn boeiender dan sommige van zijn tochten binnenslands; die houden te zeer een cirkelkarakter, rond bekende gegevens. Uitmuntend voorbeeld van de internationalisering van het lokale is het slotstuk 'Stedelijke rivaliteit in de Middeleeuwen: Toscane, Vlaanderen, Holland'.

De overvloed aan informatie, kenmerkend voor alle stukken, werkt uitstekend in de zesde studie, 'Medici in de Nederlandse samenleving in de late Middeleeuwen (veertiende-zestiende eeuw)'. De toevoeging tussen haakjes is kenmerkend voor de schrijver en zijn angst niet volledig te zijn. Hoeveel onbekend materiaal wordt in dit panoramische stuk, waarin de uitweidingen tot de kernen van de studie horen, zichtbaar. Een geschreven college op zijn best. Die laatste toevoeging is niet overbodig: wie Van Herwaarden leest hoort de docent, die altijd de gegeven college-uren te buiten gaat.

Wellicht zou van Herwaarden zelf een andere keuze uit zijn oeuvre hebben gemaakt ten afscheid van de universiteit. Ik weet niet zeker of deze keuze zo goed is, want weten is nog geen wetenschap en niet elke ambachtsman is een meesterknecht. Weten kan zelfs wat opdringerig zijn; de overvloed aan kennis duwt veel terzijde. Inzichten en visies bijvoorbeeld. Het hoogste genot ligt achter in het boek: het notenmateriaal. Een schitterend inzicht in het geheugen (en de bibliotheek) van een geleerde, die waarschijnlijk met nog één geleerde het meest ongewone voorval uit de medische geschiedenis kent: de 15de-eeuwse humanist Wessel Gansfort, die ook medicus was, genas een geestelijke door een stier open te snijden en de geestelijke te gelasten tot aan de mond in de warme ingewanden te gaan liggen. Zoveel overvloed moet Van Herwaarden aanspreken!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden