De overheerscher is geleerde geworden

Anderhalve eeuw geleden ontvingen koloniale ambtenaren nuttige informatie over hun omgeving uit Delft, van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde....

Henk van Renssen

IN 1849 mocht hij het allemaal zeggen, nu zou hij een 'foute' Nederlander zijn. Jean Chrétien Baud, de conservatieve oud-minister van Koloniën, had 152 jaar geleden een onderhoud met premier Thorbecke over diens koloniale hervormingsplannen. Bauds opvattingen over de inwoners van Java lieten weinig te raden over.

'Wij hebben niets met de Javanen gemeen', vertelde hij Thorbecke. 'Taal, kleur, godsdienst, zeden, afkomst, geschiedkundige herinneringen, alles is verschillend tusschen Nederlanders en Javaan. Wij zijn de overheerschers, zij de overheerschten!' Van enige toenadering tussen beide volkeren kon volgens Baud geen sprake zijn.

Toch vond hij dat de Nederlanders zoveel mogelijk moesten weten van die rare gewoonten. Kennis van de 'overheerschten' was immers onontbeerlijk voor een effectief koloniaal bestuur. Twee jaar later, in 1851, zou Baud daarom de belangrijkste oprichter worden van de Vereniging Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (Kitlv) in Delft. Haar taak: het op wetenschappelijk wijze verzamelen van die kennis en die ter beschikking stellen van de bestuursambtenaren.

Honderdvijftig jaar later bestaat het Kitlv nog steeds. Koloniale bestuurders zijn al lang de doelgroep niet meer, maar wetenschappers des te meer. Het Kitlv is inmiddels een vermaard onderzoeks- en documentatiecentrum geworden, waar wetenschappers uit de hele wereld naartoe komen voor antropologische, taalkundige en historische gegevens over de voormalige Nederlandse koloniën Indonesië, Suriname, de Antillen en Aruba.

Het jubileum wordt uitgebreid gevierd. Vandaag presenteert het instituut in het Rijksmuseum voor Volkenkunde (RMV) in Leiden een boek over 150 jaar Kitlv, Tussen oriëntalisme en wetenschap, geschreven door de Utrechtse historicus dr. Maarten Kuitenbrouwer. Tegelijkertijd wordt de tentoonstelling Indië ontdekt, expedities en onderzoek in de Oost en de West in het RMV geopend. Verder organiseert het Kitlv deze maand nog een wetenschappelijk congres en op 22 en 23 juni twee publieksdagen, over de Caraïben en Indonesië.

Het Kitlv heeft de afgelopen anderhalve eeuw grote veranderingen ondergaan, zegt Kuitenbrouwer. 'Het begon als een genootschap', vertelt hij. In het bestuur zaten vooral oud-bestuursambtenaren, en later ook politici en ondernemers met belangen in de koloniën. Wetenschappers waren nauwelijks vertegenwoordigd.

De meeste bestuursleden waren overtuigd van de superioriteit van de Westerse cultuur. Maar hun benadering verschilde. De 'oriëntalisten', zoals oprichter Baud, vonden dat er een onoverbrugbare kloof met de inheemse volkeren bestond, de meer liberale 'universalisten' gingen uit van een te lijmen verschil: zij waren van mening dat de gekolonialiseerden nog wel te 'beschaven' waren.

Beide opvattingen klonken deels door in de wetenschappelijke publicaties van het instituut en in het tijdschrift Bijdragen, dat nog altijd bestaat. Zendelingen, wetenschappers en bestuursambtenaren schreven bijvoorbeeld verantwoorde vertalingen en woordenboeken, maar volgens Kuitenbrouwer ook 'stichtelijke nationalistische werken als een biografie van Jan Pieterszoon Koen', de stichter van Batavia. Een historische uitgave over de Borobudur was volgens Kuitenbrouwer ook niet geheel waardenvrij: 'Die versterkte vooral de status van de inheemse ambtenaren.'

De grootste verandering in het werk van het Kitlv kwam na de dekolonisatie. In een 'moeizaam' proces werd in de artikelen steeds meer afstand genomen van het kolonialisme, aldus de historicus. Een nieuwe generatie bestuursleden, steeds vaker linksgeoriënteerde wetenschappers, nam afscheid van het superioriteitsdenken en legde de nadruk op respect voor de mensenrechten en andere culturen.

Dat uitte zich vooral in de internationalisering van het instituut, dat eind jaren vijftig naar Leiden verhuisde. Steeds vaker verschenen publicaties in het Engels en het Indonesisch, geschreven door wetenschappers uit landen als Indonesië en Australië. Eind jaren zestig zette het Kitlv ook een permanente vertegenwoordiging op in Jakarta. Die voorziet de bibliotheek ('de grootste ter wereld over Indonesië', aldus Kuitenbrouwer) inmiddels van een belangrijk deel van haar jaarlijkse aankopen.

Anno 2001 wordt het Kitlv volledig gerund door wetenschappers. Het instituut verricht de laatste tijd steeds meer eigen onderzoek, naast het reguliere documentatiewerk. De publicaties zijn nog net als vroeger voor een deel zeer specialistisch, met titels als Beyond the realm of senses, the Balinese ritual of Kekawin composition. Maar ook de actualiteit wordt niet geschuwd. Het boek A country in despair, Indonesia be tween 1997 and 2000 kreeg ruime aandacht in de media.

En er heeft onlangs nog een omslag plaatsgehad: sinds 1 januari maakt het instituut deel uit van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW), vanaf 1990 al de grootste geldschieter. De vereniging bestaat wel nog steeds, als beheerder van de bibliotheek, de collecties en de uitgeverij. Maar is niet meer de baas over het Kitlv.

Die overgang is niet zonder slag of stoot gegaan, zegt Kuitenbrouwer. De leden waren bang dat specialismen van het Kitlv verloren zouden gaan binnen het KNAW, dat vooral geïnteresseerd zou zijn in grote onderzoeksprojecten. 'Maar op dat punt heeft het KNAW veel water bij de wijn gedaan.' Niettemin vroeg directeur Peter Boomgaard om een andere baan binnen het instituut, deels omdat hij het niet eens was met de verandering.

Volgens de nieuwe directeur sinds 1 oktober vorig jaar, Caraïben-specialist prof. dr. Gert Oostindie, is het vertrouwen tussen Kitlv en KNAW inmiddels hersteld.

'Het is ook de taak van zo'n klein instituut dat zijn echte specialismen blijft bestaan', aldus Oostindie. Onze bibliothecaris is bijvoorbeeld een kenner van Buginese handschriften, en we moeten er zelf voor waken dat zo iemand ook daarmee bezig kan blijven.'

Oostindie ziet vooral voordelen van de alliantie met het KNAW. Samenwerking met andere KNAW-instituten als het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie en het Meertens-instituut, ligt nu bijvoorbeeld in het verschiet. 'We zouden samen onderzoek kunnen doen naar processen van post-koloniale migratie in heden en verleden', aldus Oostindie.

Documentatie en publicatie blijven, naast onderzoek, volgens de directeur in elk geval ook na honderdvijftig jaar onveranderd de kerntaken van het Kitlv. Wat hij wel zou willen, is dat de medewerkers meer naar buiten zouden treden.

Oostindie: 'Een aantal onderwerpen waaraan we hier werken, leent zich voor een groter publiek. De slavernij bijvoorbeeld, de dekolonisatie of de situatie in Indonesië. Daar schrijven we specialistisch over, maar deelnemen aan de publieke discussie daarover behoort ook tot onze taken. Iets meer elan zou het Kitlv dus wel mogen krijgen. De buitenwereld bestaat niet alleen uit vakbroeders.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden