De ouderdom

w.dejong@volkskrant.nl..

Op een augustusavond in een Bretonse oestertent overkomt het je dan toch ineens. De 06 gaat af, het blijkt je oude moeder die belt, en meteen begint je hart in je keel te kloppen. Daar is-ie dan dus, de noodoproep die elke zoon of dochter met hoogbejaarde ouders zo ten diepste vreest, en dan zeker op een buitenlandse vakantie. ‘Fijn dat jij ook al meteen opneemt’, zegt mijn moeder. Ze heeft mijn broer in Brazilië zojuist al gebeld en van het gebeurde op de hoogte gesteld, en ergens in Nederland zoeft mijn zus nu per auto naar het ouderlijk huis om bijstand te gaan verlenen.

Ondertussen wil mijn moeder haar eerste emoties erover maar alvast bij mij kwijt. Ja, de afloop van de toestand is inderdaad dat mijn vader, die sinds kort aan alzheimer lijdt, ernstig ten val is gekomen en aan zijn hoofd gewond is. Maar voordat ik eventueel ook stante pede uit Frankrijk vertrek: ik wil toch zeker eerst wel van begin af aan weten wat hem is overkomen?

Waarna ze haar verhaal begint met het telefoontje dat ze in de week ervoor kreeg van een vroegere collega die naar Griekenland is geëmigreerd, maar nog steeds een vader in een verpleegtehuis in een afgelegen Brabants dorpje heeft wonen. Of mijn ouders hem niet eens wilden opzoeken om diens eenzaamheid in zijn laatste levensdagen wat te verlichten. Natuurlijk zijn ze daartoe bereid, hoe weinig mobiel en broos ze tegenwoordig zelf ook mogen zijn. Maar wanneer mijn vader en moeder zich na een busreis van anderhalf uur bij de demente man aandienen, wil hij van geen visite weten; de meegebrachte bloemen worden voor hun ogen in een hoek gesmeten.

Na nog geen tien minuten zijn mijn ouders dan ook alweer onderweg naar de bushalte voor de thuisreis. Daar aangekomen zien ze de lijndienst voor hun ogen wegrijden, en moeten ze een heel uur wachten voor er weer een langskomt. Kort voor het zover is, moet mijn vader evenwel zo erg naar de wc dat ze gedwongen zijn de halte te verlaten, een restaurant-wc op te zoeken en er op de koop toe een dure kop koffie aan te spenderen. Om niet nog een keer de bus te missen, zetten ze het na gedane zaken op een soort van hollen, waarbij mijn vader ten val komt en hevig aan zijn hoofd begint te bloeden.

De ambulancebroeders, die tien minuten later ter plekke zijn, wikkelen mijn vaders hoofd in een lange rol verband, maar oordelen dat opname in het ziekenhuis allicht onnodig is. Een bezoek aan de Eerste Hulp zal volstaan. Is er een andere manier dan per ziekenauto waarop mijn ouders daar denken te kunnen komen? Ondertussen zullen de ambulancebroeders de verpleegsters daar dan waarschuwen dat er een ‘spoedje’ hun kant op komt.

Uit de schare omstanders op de plaats van het struikelongeluk treedt een vrouw naar voren die aanbiedt dat mijn ouders in haar woning daarvoor wel een taxi kunnen bellen, mits zij het tenminste niet bezwaarlijk vinden dat ze dan in een huiskamer verblijven waarin ook haar stervende echtgenoot het bed houdt. Na nog eens drie kwartier wachten in dat gezelschap, arriveert ten slotte de chauffeur van het taxibusje dat 65-plussers goedkoop door de regio vervoert en ook dat spoedje naar het ziekenhuis wel voor zijn rekening wil nemen. Dat is te zeggen: het is uiteraard wel gewoon dinsdagmiddag en dat betekent dat er eerst zeven andere bejaarden uit diverse dorpen door hem moeten worden opgehaald om ze naar de bingo te brengen, spoedje of geen spoedje.

Om acht uur ’s avonds, al gauw een uur of vier, vijf na zijn ongeval, meldt mijn vader zich als acuut hulpgeval in de polikliniek in Eindhoven. Gelukkig heeft hij alle vragen over zijn geboorteplaats, -jaar en -dag direct goed en weet hij ook alle aangedane dorpjes op het taxi-bingotraject nog. Met een nieuw verband zo dik als een tulband kan hij tegen negenen dan ook eindelijk in zijn eigen huis naar adem happen.

‘Het gaat wel goed nou, hoor’, zegt mijn moeder, ‘blijf jij maar lekker in Frankrijk. Fijn dat je even geluisterd hebt. En bedankt voor je telefoontje.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden