Column

De oude patriarch was gestorven

Column Sylvia Witteman

De oude patriarch was gestorven, met achterlating van een imposant nageslacht. De kerk zat vol treurende nazaten, goeddeels boomlang, net als hij, en met nét zo'n bovenlip. Voor de kleinkinderen, schutterig in hun nette bloesjes, was het hun eerste sterfgeval, dus het gebeier van de doodsklokken hakte er nogal in. De ongewone tranen van hun ouders deden de rest: al gauw zat iedereen door Casta Diva heen te snikken.

Foto anp

Alleen de kraaien hielden het droog, want die zien zoiets elke dag. Zes jonkies om de kist te dragen, met handschoentjes en gelegenheidsscheidingen onder die malle hoedjes; en één ervaren opperkraai met een goedmoedige kop, die naar het gedurig troosten was gaan staan en benen die niet meer anders kónden dan respectvol schrijden. 'Wat moet je eigenlijk doen om kraai te worden?', fluisterde mijn zoon onder de indruk. 'Even lang zijn als de andere kraaien, anders gaat de kist scheef hangen', zei ik. Eerlijk is eerlijk, dat ging ze prima af.

'Er liggen hier al allemaal ándere mensen!', riep het jongste kleinkind verbaasd toen we de dodenakker betraden. In zijn 5-jarige verbeelding was dat begraven blijkbaar uitsluitend aan zíjn opa voorbehouden. Met grote ogen keek hij naar al die zerken en voelde voor het eerst de eindigheid des levens aan zijn zieltje knagen. Hodie mihi, cras tibi. Gelukkig kent hij nog geen woord Latijn.

Langzaam liepen we naar de groeve. De herfstzon scheen op het open graf. Die diepe kuil met die berg zand ernaast, die houten kist, die kinderhanden met die bloemen, die oudste zoon die iets heel liefs zei, die dierbare dode die nu toch écht de grond in moest, met dierbare bovenlip en al.

Wat een verdriet.

In de verte werd met donderend geraas een glasbak geleegd en toen was alles weer gewoon. De volgauto's, groot en grijs, kwamen ons halen voor het troostend koffie drinken. 'Wat raar dat ik zo'n honger heb', zei mijn zoon schuldbewust, terwijl hij met rode ogen in zijn vierde broodje beet. 'Dat is normaal hoor', zei ik. Mensen vreten zich altijd klem op begrafenissen. Waarom eigenlijk? Is dat een soort primitieve drift tot leven, in het aangezicht van de dood?

Al gauw werd er gepraat en gelachen, zoals dat gaat. De jongetjes begonnen, aanvankelijk nog een beetje beschroomd, te voetballen in de tuin. Mijn dochter giechelde alweer met haar nichtjes, bij een glaasje wijn. Uit haar tas piepten de felblauwe gymschoenen waarvoor ze straks haar nette zwarte rouwhoefjes zou verruilen.

Om naar de trein te rennen en elders verder te gaan met leven.

sylvia.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.