De oude bokser en de dood

Het leven van Ben Bril werd vrijdag in de Volkskrant, niet op de sportpagina maar in de rubriek WieWatWaar, in acht krantenregels kort samengevat....

Wie? Ben Bril. Wat? Dood. Waar? Dat stond er niet bij, maar Bril overleed, 91 jaar oud, in Rijswijk.

Vrijdagavond zond Studio Sport een reportage uit die Wilfried de Jong een paar jaar geleden voor zijn programma Sportpaleis de Jong maakte met Ben Bril. Ze gingen samen naar een boksgala in Rotterdam.

Wat of zijn grote kracht was, vroeg De Jong aan Bril.

'Mijn rechtse was verschrikkelijk', zei Bril.

'En mijn linkse was dodelijk.' Dat klonk levensgevaarlijk. Bril liet als bewijs de ring zien die hij had verdiend met de eerste plaats in het weltergewicht bij de Maccabiade – de 'joodse Spelen' – van 1935 in Tel Aviv. Dat was zijn mooiste zege.

Oude sporters hebben, vind ik, vaak iets treurigs. Nadat de topsportloopbaan is voltooid, brengen ze de rest van hun leven door in de kou van hun eigen, steeds langere schaduw.

Ben Bril was het zesde kind van een joodse visverkoper in de Amsterdamse Valkenburgerstraat, in het arme deel van de uitgebreide joodse buurt – van de verplichte spreiding van kansarmen hadden ze in die tijd nog nooit gehoord. Vier van zijn broers zaten op de tribunes van het Olympisch Stadion toen Bennie daar, tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen van 1928, apetrots binnenmarcheerde als lid van de Nederlandse boksploeg. Hij was vijftien jaar en bereikte de kwartfinales. De broers heetten Jakob, Emmanuël, Sam en Seno.

Ben Bril beschikte, lang voor Mohammed Ali die beroemd zou maken, al over de Ali shuffle, de dans die tegenstanders tot razernij en wanhoop dreef – float like a butterfly, sting like a bee.

Vermoedelijk hangen oude boksers nog meer aan hun verleden dan andere oude topsporters. Dat moet te maken hebben met de dierlijke geuren van bloed, zweet en angst. Met de zoete herinnering aan het luiden van de bel en de adrenalinekick die nooit meer zo krachtig kan zijn. Maar op de een of andere manier zijn ze zelden zielig, oude boksers – als ze tenminste niet ál te vaak en hard zijn geraakt.

Ben Bril ging in 330 partijen niet éénmaal neer. Hij verloor maar negen keer. Hij had geen platte neus, geen bloemkooloren en ongeschonden wenkbrauwen. Op 30 maart 1940 bokste hij in Frascati in Amsterdam zijn laatste partij – en won op punten van Henkes. Een paar weken later verscheen hij in de ring bij het NK, alleen om te verklaren dat hij stopte – voor hij door de bezetter zou worden gedwongen dat te doen.

Boksers blijven altijd boksers, ook als ze oud zijn. Boksers worden nooit oud-boksers.

In 1942 werd Bril, die inmiddels een broodjeszaak had in Utrecht, met vrouw en zoontje, weggevoerd. Eerst naar Vught, toen naar Westerbork. Daar gaf hij in de keukenbarak illegale bokslessen aan een veertienjarige scholier, Gerhard Durlacher. G. L. Durlacher publiceerde in 1994 de verhalenbundel Quarantaine. Een van de verhalen heet Bennie Bril: een klein monument en misschien een nog mooier eerbewijs dan de Maccabiade-ring.

Bril kwam terecht in het concentratiekamp Bergen-Belsen. Dat hij overleefde, zei hij later, had hij mede te danken aan de hardheid die hij had opgedaan in de ring. Van zijn familie werden 182 leden vermoord, onder wie zijn vijf broers, van wie er een paar toch óók hadden gebokst.

In 1947 werd Ben Bril arbiter. Hij riep grote namen als Clay, Foreman en Frazier tot de orde en was actief tijdens drie Olympische Spelen. In Tokio 1964 werd hij even wereldberoemd toen hij een Spaanse bokser knockout sloeg.

Die had een collega-arbiter bedreigd.

Toen de hoogbejaarde Ben Bril in Rotterdam tijdens het boksgala een jonge bokser tegenkwam, begon hij onmiddellijk te schijnboksen. Oude boksers beginnen alti ¿ jd te schijnboksen, omdat het nu eenmaal de bewegingen zijn die ze het best beheersen en waarmee ze de dreiging van de aftakeling bezweren.

Ben Bril keerde na de oorlog terug in Utrecht en vatte het plan op zijn talent als pugilist nog éénmaal te gebruiken.

Hij ging de man die hem en zijn gezin had verraden doodslaan.

Maar het mocht niet van zijn vrouw, dus zag hij ervan af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.