InterviewDymph van den Boom

De oud-rector die niet plagieerde: ‘De reputatieschade is gigantisch’

Oud-rector Dymph van den Boom: ‘Dit is een van de ergste beschuldigingen die je als wetenschapper voor de voeten geworpen kunt krijgen.’Beeld Kiki Groot

Ruim een half jaar vocht oud-rector Dymph van den Boom tegen plagiaatbeschuldigingen. ‘Geen plagiaat, wel slordige bronvermeldingen en trial by media’ oordeelt een integriteitscommissie nu. Voor het eerst doet ze haar verhaal.

Toen ze lucht kreeg van de beschuldigingen, liep de 68-jarige oud-rector in haar statige woning aan de Amsterdamse gracht in één streep naar haar boekenkast. Ze pakte het proefschrift dat ze meer dan dertig jaar geleden schreef over prikkelbare baby’s. Het proefschrift waarin NRC op de eerste 42 pagina’s meende liefst 38 voorbeelden te vinden van gekopieerde teksten met incorrecte bronvermelding.

Hoe de oud-rector van de UvA plagieerde in speeches en proefschrift, luidt de kop van het artikel op de website van NRC. Iedereen in haar omgeving had het erover. Dymph van den Boom, plagiaat? En dat terwijl ze zelf als rector antiplagiaatbeleid invoerde.

Ze begon te bladeren in haar proefschrift. Had ze dan toch iets verkeerd gedaan? Lezen, lezen, en toen trok ze de conclusie: nee, ik pronk hier niet met andermans veren. Deze week gaf een onafhankelijke externe integriteitscommissie van de Universiteit van Amsterdam de oud-rector grotendeels gelijk. Geen schending van de wetenschappelijke integriteit. Geen sprake van plagiaat. Wel stuitte de commissie op ‘wat het beste kan worden aangemerkt als (een patroon van) slordigheden en tekortkomingen bij bronvermeldingen.’

Van den Boom bewandelde een opmerkelijk carrièrepad. Ze stamt uit een Brabantse kappersfamilie. Haar vader stierf toen ze tien was, Van den Boom moest meehelpen in de kapperszaak, maar had meer interesse in studeren. Via de kweekschool belandde ze als lerares voor een klas met kinderen met leer- en gedragsproblemen. Na vijf jaar besloot ze verder te studeren op hoe dergelijke problemen ontstaan in de vroege jeugd. Zo wist ze uiteindelijk op te klimmen tot promovendus, en daarna tot hoogleraar en universiteitsbestuurder. In 2007 volgde een historische mijlpaal: een benoeming tot rector van de UvA, de eerste vrouwelijke rector magnificus aan een grote universiteit in Nederland. Vorig jaar verruilde ze Amsterdam voor Rotterdam, voor een baan als interim-decaan van de Erasmus School of History, Culture and Communication (ESHCC) van de Erasmus Universiteit. Daar zwaaide ze af in de week voor publicatie van het NRC-artikel.

Lopende het plagiaatonderzoek hield Van den Boom zich aan een zwijgplicht, nu wil ze spreken.

Hoe de oud-rector van de UvA plagieerde in speeches en proefschrift, kopte NRC. Gingen mensen anders naar u kijken?

‘Na zo’n kop is de toon gezet natuurlijk. Ik heb er wakker van gelegen, dit is een van de ergste beschuldigingen die je als wetenschapper voor de voeten geworpen kunt krijgen. De reputatieschade is gigantisch. Mensen die mij goed kennen, bleven me hetzelfde behandelen. En ik mocht ook gewoon functies blijven vervullen zoals mijn adviseurschap bij de raad van toezicht van de Radboud Universiteit. Onschuldig tot het tegendeel is bewezen, was daar gelukkig het motto. Maar mensen die wat verder van me afstaan: die lezen zo’n stuk in de krant en nemen dat voor waar aan. Mijn wereld werd onvoorspelbaar. Wie vroeger normaal met me omging – denk aan wetenschappers met wie ik weleens had samengewerkt – dacht opeens ‘hmm, met Dymph is misschien wat aan de hand’. Wat het ook moeilijk maakt: terwijl zo’n onderzoek loopt heb je een zwijgplicht. Ruim een half jaar lang wist ik dat die beschuldiging van plagiaat niet terecht was, maar kon ik me niet verdedigen.’

De integriteitscommissie houdt er onder meer rekening mee dat u uw proefschrift schreef in de jaren tachtig, toen de cultuur anders was. Hoe ging dat toen?

‘De regels over bronvermelding waren toen veel minder scherp. Er was geen opleiding voor promovendi. In de vakgroep waar ik zat, waren maar twee gepromoveerde medewerkers. De begeleiding was minimaal, je moest alles zelf uitzoeken, het was een eenzaam avontuur. Je kunt niet met de normen van nu naar werk uit die tijd kijken.’

NRC confronteerde leden uit uw promotiecommissie met het gebruik van andermans tekstfragmenten in uw proefschrift. Een emeritus hoogleraar reageerde: ‘Zo slordig met teksten omspringen heette ook toen al plagiaat.’

‘Dan denk ik: dan had je scherper mee moeten kijken in die periode. Mijn commissie bestond uit tien leden. Ik kreeg voor mijn proefschrift een grote Amerikaanse prijs beoordeeld door een jury van de top van de ontwikkelingspsychologen. Als ik volgens de toen geldende normen onjuiste bronvermelding bedreef, dan had iemand daar toen echt wel wat van gezegd. Natuurlijk zou ik het nu anders doen, duidelijk aangeven wanneer een citaat begint en eindigt, maar dit gaat over werk uit de jaren tachtig en dat was een andere tijd. Ik heb met een groep kennissen, onder wie integriteitsonderzoekers, een twintigtal proefschriften en handboeken uit die tijd geanalyseerd om na te gaan hoe anderen toen omgingen met brongebruik. Dat verschilde maar weinig van wat ik deed. Dan denk ik: gelijke monniken, gelijke kappen. Wijs niet één monnik als zondebok aan.’

Dan de toespraken. Geen plagiaat, wel slordig brongebruik, oordeelt de integriteitscommissie wederom. Uw eerste diesrede als rector begon u in 2007 over een schilderij van de Belg René Magritte. De eerste alinea’s zijn vrijwel letterlijk hetzelfde als die van een jaren eerder geschreven rede van een lector aan Zuyd Hogeschool. Dacht u tijdens het schrijven niet: ik moet een ander begin bedenken, of duidelijk maken dat ik hier een andere wetenschapper citeer?

‘Voor een speech gelden minder strenge regels voor brongebruik dan voor wetenschappelijke publicaties. Bovendien: ik kende die rede van die lector aan Zuyd Hogeschool niet.’

Hoe kan dat? U heeft die rede toch zelf geschreven?

‘In de beginfase van mijn rectorschap leunde ik zwaar op het bureau communicatie. De inhoud – welke boodschap wil ik hier geven – die kwam van mijzelf. Het bureau communicatie hielp vervolgens om er een verhaal van te maken, met een begin om de aandacht te pakken, enzovoorts. Zij schreven, zeker in die eerste jaren, delen van mijn speeches. Door zo samen te werken, weet je achteraf niet meer wie nou precies de schrijver is geweest van wat.’

Moet ik een toespraak van een rector zien als de toespraak van een minister? Met in het achterhoofd het idee ‘zal wel door een speechschrijver zijn gemaakt’?

‘Ik hield als rector zeker één speech per week. Prijsuitreiking, een instituut openen, internationale studenten toespreken. Die speeches kreeg ik gewoon aangeleverd. Ik keek er wel naar natuurlijk, en bij zoiets als een diesrede had ik meer inbreng. Maar in het schrijven van al die speeches gaat veel tijd zitten en ik vond dat ik die tijd beter aan andere bestuurszaken kon besteden.’

Wat zou u met de kennis van nu anders hebben gedaan met die toespraken?

‘Speeches nooit online laten publiceren. Want zodra dat gebeurt, gaan sommige mensen het beschouwen als een soort wetenschappelijke publicatie, met alle regels voor brongebruik en voetnoten die daarbij horen.’

Een diesrede niet online publiceren? De universitaire gemeenschap mag toch lezen wat de rector zegt tijdens de verjaardag van de universiteit?

‘Dan zou ik zeggen: behandel het maar als een wetenschappelijke publicatie qua bronvermelding, dat is blijkbaar hoe sommige mensen ernaar kijken.’

De integriteitscommissie van de universiteit spreekt van ‘trial by media’. Vindt u dat ook?

‘Ja. Wat me vooral dwarszit, is de reactie van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam in het artikel in NRC. Ik ben zelf jarenlang bestuurder geweest. Dan weet je: je moet na een klacht héél erg oppassen met de zin ‘we stellen een onderzoek in’. Na zo’n aankondiging, in het openbaar, ben je eigenlijk al veroordeeld. Het college van bestuur deed dit wel en dat neem ik ze zeer kwalijk.’

Hoe had het college van bestuur volgens u wel moeten reageren op de plagiaatbeschuldigingen?

‘Dat ze er serieus naar gaan kijken. En dan vervolgens rustig intern overleggen: is dit het waard om een onderzoek naar te doen? Kúnnen we eigenlijk wel een onderzoek doen terwijl niemand een formele klacht heeft ingediend over mijn werkwijze en er alleen een krantenartikel ligt? En als er dan toch een onderzoek komt, dan hoef je dat toch niet in de krant te melden?’

Overweegt u juridische stappen, tegen de UvA of tegen NRC?

‘Het oordeel van de integriteitscommissie is vers. Ik ga dit eerst bespreken met mijn advocaat. Wordt vervolgd.’

Reactie NRC:

NRC ziet in het onderzoek van de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van de UvA juist een bevestiging van de eigen berichtgeving. ‘Dymph van den Boom heeft in diesredes en proefschrift bij herhaling teksten van anderen letterlijk gekopieerd zonder correcte bronvermelding’, laat de krant weten in een reactie. ‘Het is vreemd dat de commissie deze werkwijze niet kwalificeert als plagiaat. De rest van de wereld doet dat wel. Dat de commissie spreekt van trial by media vindt NRC vergezocht. Dymph van den Boom heeft als rector werk gemaakt van wetenschappelijke integriteit. De commissie schrijft nota bene zelf dat de rector een voorbeeldfunctie heeft. De nieuwswaarde van haar ‘onvoldoende zorgvuldig’ handelen staat daarmee buiten kijf.’  

Reactie Universiteit van Amsterdam:

Voordat het College van Bestuur een standpunt inneemt over het  rapport, spreekt het eerst met zowel de voorzitter van de externe commissie als met professor van den Boom. De universiteit verklaart: ‘Juist omwille van de zorgvuldigheid heeft het College van Bestuur een externe, onafhankelijke commissie gevraagd de signalen – in een publicatie van NRC Handelsblad geuit, met naam en toenaam – te onderzoeken, om duidelijkheid te krijgen. De UvA heeft benadrukt dat geen standpunt zou worden ingenomen voordat onafhankelijk onderzoek in lijn met de Gedragscode wetenschappelijke integriteit van de VSNU zou zijn verricht. Wat betreft de rol van communicatiemedewerkers, heeft de UvA al eerder laten weten dat er geen tekstschrijvers hebben meegeschreven aan de diestoespraken, anders dan het voeren van redactie, zoals verduidelijking van een zin of het schrappen van een alinea. De suggestie van Professor van den Boom dat dit anders ligt, is aantoonbaar onjuist. Geen van de gewraakte passages is door communicatiemedewerkers toegevoegd. De UvA heeft dit in een formele reactie desgevraagd ook laten weten aan de externe ad hoc commissie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden