De orgels van J. S. Bach

Een prachtig overzicht van alle orgels die Bach heeft bezocht - of 'hoogstwaarschijnlijk' heeft bezocht. Maar wat schieten we op met formuleringen als: 'Het kan bijna niet anders of Bach heeft dit orgel bespeeld'?

Christoph Wolff & Markus Zepf: The organs of J.S. Bach - A Handbook

Uit het Duits vertaald door Lynn Edwards Butler.


University of Illinois Press; 208 pagina's; € 19,99.


Als je voor Radio 4 een programma maakt, verzoekt de regie je altijd zo weinig mogelijk orgelmuziek te draaien. 'Bij orgelmuziek zappen de luisteraars massaal weg', krijg je te horen. Dus een boek over de kerkorgels die een rol hebben gespeeld in het leven van Bach is een werk voor de liefhebber. Het bestaat uit een korte karakterisering van 74 kerkorgels, met de dispositie erbij en veelal ook een doorgaans fraaie foto. Van die 74 kerkorgels zijn er 42 verloren gegaan, merendeels door oorlogsgeweld in de Tweede Wereldoorlog, 18 zijn nog gedeeltelijk bewaard, en 14 zijn nog vrijwel net zo als Bach ze heeft leren kennen.


Eerder al verscheen overigens van de hand van Werner David in 1951 te Berlijn het boek Johann Sebastian Bach's Orgeln, maar daar is zelfs antiquarisch niet meer aan te komen, dus deze prachtig uitgegeven en met zoveel fraaie foto's verluchte vertaling van Die Orgeln J.S.Bachs - Ein Handbuch, voorziet zeker in een behoefte, voorzover er behoefte bestaat aan een dergelijk werk.


Er zitten namelijk enige haken en ogen aan dit compilatiewerk. Na enig puzzelen en rekenen heb ik vastgesteld dat er bij 16 van de 74 besproken orgels geen enkel bewijs voor is dat Bach ze ooit heeft bezocht of bespeeld. En bij minstens een dozijn andere kun je ook een vraagteken zetten.


Dat heeft te maken met de wijze waarop Christoph Wolff (hoogleraar te Harvard en directeur van het Bach Archiv in Leipzig) te werk gaat. Wolff, die dit boek samen met een student heeft vervaardigd, geldt als de grootste Bach-expert van dit moment. Zijn monumentale biografie die in het Bachjaar 2000 verscheen, werd alom bejubeld en is in vele talen vertaald. Aan de zorgvuldigheid waarmee Wolff te werk gaat, zo blijkt ook uit dit boek over orgels, hoeft niet getwijfeld te worden. Hij is een academicus die de strengste maatstaven hanteert en op de feitelijke informatie van zijn publicaties valt nooit iets aan te merken. Maar hij heeft een eigen-aardige neiging om zich te verliezen in gissingen. Zo ook bij dit boek. Je krijgt dan formuleringen als: het is hoogst waarschijnlijk dat Bach dit orgel heeft bezocht. Of: het kan bijna niet anders of Bach heeft dit orgel bespeeld.


Highly likely is evenwel niets anders dan: er is geen enkel bewijs. Nu kun je als biograaf soms niet veel anders dan er een slag naar slaan, maar als je een biografie opbouwt uit vermoedens en veronderstellingen, produceer je uiteindelijk een gissingen-biografie. Als je in de grote Bach-biografie uit 2000 alle keren aanstipt dat Wolff zich verliest in speculatie, heb je op bijna elke bladzijde wel een potloodstreep staan. Natuurlijk, wij weten helaas akelig weinig van Bachs leven, veel ging verloren, zo zijn er van de vele rapporten die Bach maakte van door hem uitgevoerde orgelkeuringen maar zeven bewaard gebleven (die ook in dit orgelboek werden afgedrukt). Maar waarom zouden wij al die gaten in onze kennis aanvullen met speculaties, waarom in een boek over Bachs orgels zestien instrumenten behandeld waarbij ook maar enig bewijs ontbreekt dat Bach ze bezocht heeft? Bach is twee keer in zijn leven in Berlijn geweest, de tweede keer voor een bezoek aan koning Frederik de Grote, maar het is toch al te boud om, zoals Wolff doet, te veronderstellen dat hij toen ook het orgel van de Marienkirche heeft bekeken of zelfs bespeeld.


Als gevolg van de verschijning van Wolffs monumentale biografie heeft het meesterlijke Bach-boek van Martin Geck uit 2000 niet de aandacht gekregen die het verdient, en dat terwijl Geck juist laat zien dat je ook zonder gissingen en speculaties over Bach kunt schrijven. Ook het schitterende J.S. Bach - A life in Music van Peter Williams uit 2007 laat zien dat je je zeer wel tot de feiten kunt beperken.


Toch vind ik Wolffs neiging tot speculatie niet eens zijn grootste fout. Nee, de grootste misslag is dat hij Bach in zijn biografie neerzet als 'the learned musician', als een 'wetenschapper in de muziek', zoals Wolff hem noemt. Het is duidelijk dat Wolff zichzelf zo heeft geïdentificeerd met Bach dat hij hem schiep naar zijn beeld en gelijkenis, maar John Eliot Gardiner merkte terecht op dat hij van de grote Bach die hij uit diens muziek had leren kennen geen spoor had terug gevonden in Wolffs biografie.


Hoe zou dat ook kunnen als je Bach afschildert als wetenschapper, terwijl zijn zoon Carl Philipp Emanuel al opmerkte dat zijn vader 'sich nicht in tiefe theoretische Betrachtungen der Musik einlies, aber desto stärcker in der Aus-übung war'. In 1775 merkte hij nog op: 'Die seelige war, wie ich und alle eigentlichen Musici, kein Liebhaber vom trocknem mathematischem Zeuge.'


Bach was een man van de praktijk, geen kamergeleerde. Als je de Toccata en fuga in F op orgel uitvoert, komt het instrument zowat van de muur af, en zo iemand zou een wetenschapper in de muziek zijn geweest?


Kom nou toch, Christoph Wolff. Toom uw neiging tot speculatie en herzie uw beeld van Bach, die u zowel in uw biografie als in dit orgelboek hebt geportrettreerd als een schimmig evenbeeld van de kamergeleerde Wolff zelf.


ZING MEE MET BACH

Wegens succes herhaald: de BachDag, vandaag en morgen vanaf 10.30 uur in Utrecht (Domkerk) en Amsterdam (Muziekgebouw aan het IJ). Op het programma louter muziek van Johann Sebastian, uitgevoerd door onder meer het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir, duo Leo van Doeselaar & Wyneke Jordans en Malgosia Fiebig (beiaard). Extra attractie: meezing-Bach o.l.v. Ton Koopman.

Meer over