De opvolger van de walkman is opgestaan

De iPod is de eerste mp3-speler die aanslaat. Het geheim lijkt te schuilen in de eenvoud, de bezitsdrang opwekkende vormgeving en de integratie met computers....

Dit jaar is het een kwart eeuw geleden dat Sony de walkman introduceerde, die van muziek een persoonlijk bezit maakte waar altijd en overal naar geluisterd kan worden. En passant veranderde het apparaat de manier waarop mensen met elkaar verpozen in bijvoorbeeld het openbaar vervoer. De groep reizigers werd een troep individuen die zich afsluiten voor de ander.

De walkman was zo bezien de technologische introductie van het ik-tijdperk. In de jaren die volgden is talloze malen, niet in het minst door Sony zelf, getracht dat succes te evenaren met cdspelers, video-walkmans, minidisc en mp3-spelers. Altijd tevergeefs. Maar naar het zich laat aanzien, is de opvolger nu opgestaan: de iPod van computerfabrikant Apple, een uiterst gelikt vormgegeven apparaatje, dat de bezitter in staat stelt een muziekverzameling van duizenden liedjes bij zich te dragen.

De belangstelling voor het ruim twee jaar geleden gei¿ntroduceerde apparaat begint aan te zwellen tot een rage. Van de twee miljoen exemplaren die er sindsdien zijn verkocht, ging meer dan eenderde in het voorbije kwartaal over de toonbank.

Steve Jobs van Apple, een bedrijf dat zich graag presenteert als instigator van de digitale revolutie, maakte de vergelijking met de legendarische walkman deze week zelf bij de presentatie van een nieuwe lijn iPods. Deze minipods, zo groot als een credit card en amper een centimeter dik, moeten met uitvoeringen in vijf begeerlijke kleuren, onder meer roze, zilver en goud, het apparaat nog meer tot een mode-artikel maken.

De komende maanden zal duidelijk worden of dat gaat lukken. De nieuwe modellen, met een capaciteit van vier gigabyte, oftewel duizend liedjes, liggen dan voor 299 euro in de winkel. De verkoop begint in februari in de VS, twee maanden later volgt de rest van de wereld.

Critici constateren dat de apparaten te duur zijn en de capaciteit te gering is. Voor slechts vijf tientjes meer biedt het 'oude' kloekere model vier keer zoveel opslagruimte. De vraag is of de consument er net zo over denkt. De pittige prijzen van de eerste lijn iPods, die net zoveel kosten als een goedkope computer, hebben het succes niet in de weg gestaan. Hetzelfde geldt voor onhandigheden als de onvervangbare batterij.

De iPod lijkt de weg te openen naar een wereld die door futuristen al lang voorzien is maar tot nu toe slechts mondjesmaat van de grond kwam: de draagbare computer. En dan niet in de betekenis van verplaatsbaar zoals een notebook, maar in de zin van altijd en overal bij je dragen, zoals een mobiele telefoon.

Dat laatste apparaat is dan ook eigenlijk de concurrent van de iPod, want de functies van beide gadgets overlappen elkaar deels. De iPod wordt weliswaar gepresenteerd als walkman en het luisteren naar muziek is inderdaad de belangrijkste functie, maar eigenlijk is het een forse harddisk met een mini-computertje.

Zo zit er een agenda-functie op, een paar spelletjes, een programmaatje om tekstdocumenten te bekijken en is het een middel om back-ups van belangrijke bestanden te maken. Handige 'nerds' hebben het zelfs voor elkaar gekregen dat het apparaatje in combinatie met een computer kan worden gebruikt als een alternatieve radiovorm. Speciale software haalt geschreven nieuwsberichten automatisch van internet, zet ze om in spraak en plaatst die audiobestanden op de iPod. Zodat je bijvoorbeeld in de trein naar de krant kunt luisteren.

Die toepassing zal praktisch waarschijnlijk niet aanslaan - computers die voorlezen klinken immers nog altijd als pratende beschuitbussen - maar het laat wel zien dat het apparaatje tot creativiteit weet te inspireren en een begeestering losmaakt die doet denken aan de opkomst van internet.

Het Amerikaanse technomagazine Wired, nooit te beroerd om een nieuwtje tot rage op te blazen, beschreef onlangs hoe de iPod ertoe uitnodigt dat onbekende passanten hun koptelefoons op straat bij elkaar inpluggen om zo ter plekke muziekvoorkeuren uit te wisselen. Anderen gebruiken de iTrip, een minuscuul zendertje dat in de audiouitgang wordt geprikt, waardoor vervolgens in de directe omgeving gewoon via de radio naar de muziek geluisterd kan worden. Handig voor in de auto maar ook om in de huiskamer de draagbare muziek over de boxen te horen.

De iPod is, ruim vijf jaar na de opkomst van mp3, de eerste speler die op grote schaal aanslaat. Het geheim lijkt te schuilen in de eenvoud, de bezitsdrang opwekkende vormgeving en de naadloze integratie met computers. Om de populariteit van de iPod te stimuleren, biedt Apple sinds een paar maanden vijfhonderdduizend popnummers online te koop aan voor 70 cent per stuk.

Dat blijkt een succes. Volgens het bedrijf worden er wekelijks bijna twee miljoen gedownload. De grote verliezer is de zogeheten handheld computer, de kleitabletachtige apparaatjes die even de toekomst leken te hebben. Die organisers kunnen alles wat een iPod ook kan, maar ze ogen als een accessoire uit de kantoorcultuur. En de lifestyle waar Apple op inhaakt is nu juist het ideale middel om daaraan te ontsnappen. Die vluchtroute blijkt voor technologie de beste weg om het persoonlijk leven verder binnen te dringen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden