De opspoorburger doet het goed

Het tv-programma Opsporing Verzocht is niet alleen populair, maar ook effectief. Het enthou-siasme onder burgers om bij politietaken te assisteren, groeit. Met dank aan Twitter en sms.

AMSTERDAM - De opspoorburger is bezig aan een gestage opmars. Hij twittert over incidenten in de buurt, geeft gehoor aan sms-alerts die hem vragen te spieden naar verdachte figuren en denkt online mee over vastgelopen moordzaken.

Het effect van de burgerinzet bij het opsporen van criminelen was tot nu toe onduidelijk. Vandaag wordt het eerste onderzoek op dit gebied gepubliceerd. De studie van het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap bekeek het effect van het televisieprogramma Opsporing Verzocht.

Normaal lost de politie een kwart van moord-, overval- en diefstalzaken op. Dankzij Opsporing Verzocht neemt de kans op succes met 15 procentpunt toe naar 40 procent. Tenminste, als er genoeg mensen kijken. Want wat blijkt: wordt de misdaad behandeld op een avond dat er ook een Champions Leaguewedstrijd op tv is, dan daalt het oplospercentage.

'We hebben het effect kunnen meten, doordat we een controlegroep van vergelijkbare zaken hadden die niet in Opsporing Verzocht kwamen, en doordat we een vergelijking konden maken tussen avonden met en zonder voetbalwedstrijd', zegt onderzoeker Judith van Erp. Het programma geldt als moederschip van de burgerparticipatie. Afgelopen jaren is daar een 'explosie aan andere initiatieven' bijgekomen.

De toenadering tussen politie en burger komt van twee kanten. 'Sinds de jaren tachtig benadrukt de politiek dat burgers zelf ook verantwoordelijk zijn voor veiligheid en leefbaarheid', zegt Henri Beunders, hoogleraar geschiedenis aan de Erasmus Universiteit en auteur van de rapporten Politie en media en Politie en publiek.

Fascinatie

Daar komt bij: mensen leggen de lat voor veiligheid steeds hoger. 'Ze zijn sneller bang op straat, keuren afwijkend gedrag eerder af en vinden misdaden gruwelijk.' Tegelijkertijd neemt de fascinatie voor criminaliteit toe, wat ook de populariteit van misdaadseries zou verklaren.

Dat burgerparticipatie het tij mee heeft, blijkt onder meer uit de populariteit van Burgernet. Het bel- en mailsysteem waarmee de politie burgers oproept te helpen bij het opsporen van verdachten is sinds dit voorjaar voor alle Nederlandse gemeenten beschikbaar. Het ledenaantal steeg binnen korte tijd tot meer dan 800 duizend 'extra ogen en oren' van de politie. Ook de meldlijn Misdaad Anoniem van Stichting M wordt zo'n duizend keer per maand gebeld.

De nieuwste uitdaging voor de opspoorburger is online meedenken over onopgeloste moordzaken. Zo kunnen Rotterdammers sinds begin september meedenken over de raadselachtige dood van Monika Tanova. De Bulgaarse werd twee jaar geleden dood aangetroffen in de bosjes. Eerder werden Groningers aangespoord mee te denken in de Zuiderdiepzaak, rond het levenloos en vastgebonden aangetroffen lichaam van Nico Leeuwe .

Het effect van zulke initiatieven op het oplospercentage is veel lastiger te meten dan dat van Opsporing Verzocht, zegt Van Erp. Je kunt immers niet achterhalen hoe het zou zijn gelopen als iemand geen tip had doorgebeld naar Misdaad Anoniem of Burgernet.

Maar voor de politie is het doel van burgerparticipatie breder dan alleen het opschroeven van het aantal opgeloste zaken. 'Door te zeggen, doet u gezellig mee met ons mee, willen korpsen het vertrouwen in de politie vergroten, het imago van de politie verbeteren en begrip creëren voor het werk van agenten', zegt Beunders.

Deze ontwikkeling begon in de jaren negentig, toen het imago van de politie door onder meer de IRT-affaire deuken opliep. Beunders: 'Er kwamen meer voorlichters, en journalisten en tv-makers werden uitgenodigd reportages te maken over het politiewerk.'

De komst van sociale media boorde een groot nieuw potentieel aan opspoorburgers aan, die waakzaam zijn vanachter de pc of de telefoon.

Veel van de initiatieven zijn ontstaan doordat enthousiaste doe-het-zelf-agenten thuis een website in elkaar zetten. 'Bij de meeste korpsen is een knop om gegaan en realiseert men zich dat dit een goede manier is om te communiceren', zegt Albert Meijer van de Universiteit van Utrecht. Hij onderzoekt in opdracht van Politie en Wetenschap het politiegebruik van sociale media.

Twitter werkt volgens Meijer vooral bij het oplossen van kleine zaken. Een voorbeeld waarop hij stuitte tijdens zijn onderzoek: jongens schoppen een bal door het glas-in-loodraam van een kerk. Ze vluchten weg. Een paar minuten later krijgt de wijkagent van getuigen een tweet mét foto. Enkele uren later worden de daders aangehouden. Ook twitteren opspoorburgers vermoedens van wietplantages bij de buren en openbare geweldpleging.

Maar, waarschuwt onderzoekster Van Erp, zoveel communicatie met burgers kan vertrouwen in de politie kan ook schaden. Zo maakte een tweet van een agent over zigeuners onlangs negatieve reacties los.

En sommigen vrezen dat de laagdrempeligheid van sociale media de politie meer imagoschade dan nuttige informatie oplevert. Het zou 'gezagsvervagend' werken als agenten vrijuit twitteren over hun werk en leven.

Wat Meijer betreft is die angst ongegrond. Uit zijn onderzoek blijkt juist dat agenten die persoonlijke tweets versturen, het vertrouwen winnen van mensen die anders niet zo snel naar de politie zouden stappen. Hij noemt het voorbeeld van een meisje dat, na een aantal keer getwitterd te hebben over koetjes en kalfjes, vertelde dat ze mishandeld werd door haar stiefvader.

Maar er zijn ook negatieve bijeffecten. Op een internationaal congres werd hij aangesproken door een Rus. 'Burgerparticipatie? Het doet denken aan de Sovjet-tijd. Toen gebruikte de politie ook burgers om andere burgers te bespioneren.' Hij heeft nog geen aanwijzingen dat mensen sociale media of Burgernet gebruiken om hun buren zwart te maken. 'Maar de politie moet hiervoor wel waakzaam blijven.'

Henk Veen (48) en Freeda Verburg (42) bedachten drie jaar geleden sms-alert Molenwijk. In hun buurt in Amsterdam-Noord, die bestaat uit vijftien hoge flats, was veel overlast van jongeren. Buurtbewoners voelden zich niet veilig. In overleg met de buurtregisseur ontwikkelde het echtpaar een systeem waarmee buurtbewoners elkaar en de politie per sms en e-mail kunnen waarschuwen als ze iets verdachts zien. Ongeveer 90 buurtgenoten doen actief mee.

Verburg: 'Je moet het zo zien: Molenwijkers zijn een apart soort mensen. Het is hier net een dorp, iedereen weet alles van elkaar. Dus toen er overlast was, dachten we: de schouders eronder! We wilden zelf iets doen, zelf onze buurt verbeteren. Dus Henk en ik zijn een nachtje gaan brainstormen, daar kwam het sms-alert uit.'

Veen: 'Als iemand een verdachte situatie ziet, belt of mailt hij ons. Wij versturen dan een sms. Die krijgt de politie ook binnen. We hebben leden in alle flats. Als we bijvoorbeeld het vermoeden hebben dat er gedeald wordt op straat, gaat iemand even 'de hond uit laten' en kijkt hij goed om zich heen. Wij zijn, heel simpel, de oren en ogen van de buurt.'

Verburg: 'Het gaat over connecten. Zie jij ook wat ik zie? En als er echt iets aan de hand is, de politie bellen.'

Veen: 'Het contact met de politie is heel goed. Als wij bellen, weten ze dat er echt iets aan de hand is. Dan zijn er zo, drie, vier of vijf auto's ter plaatse. Op deze manier hebben we al veel zaken opgelost: scooterdiefstal, vernieling; ongeveer alles wat niet door de beugel heen kan.'

Verburg: 'Laatst was er een kind vermist. Na een sms'je was het binnen vijf minuten terecht.'

Veen: 'Herman Bolhaar, de topman van het Openbaar Ministerie, komt vier keer per jaar bij ons langs. Hij noemt ons een voorbeeld voor Nederland.'

'Wij zijn de oren en ogen van de buurt'

Burgerpolitie

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden