De opmars der Cabo's

Altijd klonk er muziek op de Kaapverdische Eilanden en die werd naar Rotterdam verscheept. Door het succes van zangeres Suzanna Lubrano kreeg de Cabo-pop aan de Maas een enorme oppepper....

Door John Schoorl

Toen hij na 23 jaar weer voet op Kaapverdische grond zette, kon hij niets anders doen dan onophoudelijk huilen. Zanger Amco Brito was terug, en bij elke stap viel een traan.

Hij zag opeens zijn vader, de gevreesde politiecommissaris, weer voor zich. Die maande hem de eilanden te verlaten, omdat Amco geen militair of politieman wilde worden en hij dus maar naar het buitenland moest. Hij voelde weer even de sneeuw, ja de zachtjes neerdwarrellende sneeuw, die bij aankomst van Rotterdam een wit sprookjespaleis maakte.

Hij was weggegaan als 17-jarig jochie en de door zijn vader verfoeide muziek bracht hem terug als een grijze man. Hij mocht optreden op het belangrijkste muziekfestival van de Cabo Verde, Baia das Gatas, en na de tranen, maakte zich een euforische gloed van hem meester.

Amco staat op van de bank in zijn huis in de Rotterdamse wijk Spangen om de video aan te zetten. Te zien is hoe de uitgelaten zanger in 1999 een menigte van duizenden enthousiaste eilandbewoners toezingt.

'Zie je die grote lach daar op mijn gezicht?', vraagt hij. 'Ik zing toch echt een morna, een treurig lied over een havenplaats die niet meer is wat hij was. Maar ik kon gewoon niet verdrietig kijken, ik was zo ontzettend blij om daar te staan. Dit was mijn moment van glorie.'

Op de beelden lijkt Amco Brito met zijn prachtige stem en zijn vederlichte bewegingen op de grote Nederlandse Kaapverdische ster die hij had moeten zijn. Want al op 19-jarige leeftijd herkenden platenproducers in hem een talentvolle zanger en mocht hij vanuit Rotterdam naar Portugal om daar een plaat op te nemen. Hij werd een goed gekapt idool, scoorde met het nummer Sintado na Pracinha een ode aan Heemraadsplein, een plek waar in Rotterdam veel Kaapverdianen wonen een grote hit in de Afro-Portugese gemeenschap en werd naar eigen zeggen wereldwijd omsingeld door mooie meisjes.

Dat hij nu in deze achterstandswijk woont, komt doordat hij nog maar een kind was toen dit hem allemaal overkwam. Amco moest alles zelf opknappen, altijd waren er vrouwen en drank, en morgen bestond niet. Met zijn familie had hij het aan de stok, managers dachten vooral aan de eigen portemonnee en latere bandleden van Babylon en Djarama leunden op hem.

'Mijn succes kwam te vroeg', zegt hij. 'Ik was er nog niet aan toe. Ik had toen niet alles over de balk moeten smijten, want dan had ik nu een veel gemakkelijker leven gehad.'

Als hij nu jong was geweest, was het hem ook een stuk makkelijker afgegaan, denkt hij, en met hem andere Kaapverdianen, ook wel Cabo's genoemd. Want nu, een half jaar na het grote succes van de 28-jarige Rotterdamse zangeres Suzanna Lubrano die in Johannesburg tijdens de door zeshonderd miljoen mensen bekeken Kora All African Music Awards tot beste zangeres van Afrika werd uitgeroepen, zijn de Nederlandse Kaapverdianen bezig aan een echte opmars. De muziek van 'de stille immigrant' lijkt bekender dan ooit en er wordt al gesproken van het 'Suzanna-effect'.

Gil, Splash, Milena, Denis Graca, Rabasa, Kino, Dina Medina, Quatrohnny Ramos en Beto Dias waren al beroemd in de Afro-Portugese gemeenschappen in Frankrijk, de Verenigde Staten, Portugal, Angola en Mozambique, maar zij richten zich nu ook op de westerse markt.

'Het lijkt wel of De Kaapverdianen de bescheidenheid van zich af hebben geworpen', zegt Brito. 'Er is echt iets veranderend door Suzanna. Ik moest altijd maar vechten voor de Kaapverdische muziek en kreeg niets voor elkaar. De stilte van de stille immigrant is nu echt doorbroken.'

De veroorzaker van deze opwaartse beweging, Suzanna Lubrano, merkt dat 'uit het niets' veel mensen in Nederland geresseerd zijn geraakt in de Caboscene.'Veel mensen kunnen er niet over uit dat een Rotterdamse meisje in hun eigen achtertuin al zo lang bezig is, terwijl ze dat niet eens weten. En ik hoor dat het nu ook voor andere Cabo's een stuk makkelijker gaat. Het straalt op iedereen af. Wauw, ik ben supertrots dat ik dat voor elkaar heb gekregen.'

Ook de voorman van Splash, Gracindo 'Grace' Evora, noemt de sterke vraag naar Kaapverdische artiesten, zoals naar zijn eigen band, opmerkelijk. 'We merken dat we meer optredens hebben gekregen en onze muziek is bekender geworden. We wisten altijd dat onze muziek goed was, nu dringt dat ook op andere plekken door. Door Suzanna is er meer waardering voor Cabo's gekomen en zijn er nu ook optredens in, zeg maar, Goes.'

Rotterdam kent alle lange tijd een grote Kaapverdische gemeenschap. Vanuit de voormalige West-Afrikaanse Portugese kolonie, ooit een tussenstation voor de slavenhandel, strandden veel zeelui in de havenstad en die lieten later hun familieleden overkomen. Op dit moment wonen van de totaal twintigduizend Nederlandse Cabo's er vijftienduizend in 'Kaapverdian de Maas', exclusief de illegalen waarvan er naar ruwe schattingen ook nog eens 'enkele duizenden' zouden zijn.

En altijd was er de muziek, die op de Kaapverdische Eilanden in elk huis en op elk moment klonk, en die naar Rotterdam werd verscheept. Soms dromerige, trage melancholie, zoals in de de bluesachtige mornastijl, soms sneller en swingender en dan heet het coladeira. Wereldwijd komt inmiddels de meeste Kaapverdische muziek uit Rotterdamse studio's, uit Rotterdam-West om precies te zijn, al verblijft de razend populaire koningin van het genre, de 63-jarige Cesaria Evora, nog steeds op de winderige eilandengroep.

JoOrtet, zanger van Rabasa, woonde in het bergdorpje Rui Vaz, totdat een onderwijsambtenaar hem in 1987 eruit pikte om Kaapverdianen in Rotterdam les te komen geven in eigen taal en cultuur. Inmiddels blijkt dat deze voorziening na zeventien jaar de nek is omgedraaid, al blijft Ortet wel als muziekleraar aan een basisschool in Rotterdam-West verbonden.

'Alles dat in mij leeft is muziek', zegt Jo(41). Hij praat over het spelen met zijn broers in Rabasa, vernoemd naar een oude waterbron nabij zijn geboortedorp. Over de zangkoren van de Igreja Nossa Senhora da Paz-kerk, of over de oude Kaapverdische mannen die hij gitaarles geeft. En in al die muziek, zoals ook op de ingetogen, nieuwe Rabasa-cd Pertu Di Bo, draait het eigenlijk maar om ding: het sterke verlangen om weer in Cabo Verde te zijn.

Ortet: 'Wij Kaapverdianen moeten altijd afscheid nemen. Wij zijn een zeevarend volk dat vooral niet thuis is en zijn daarom barstensvol melancholie. Van de miljoen Cabo's die er bestaan, wonen er zeshonderdduizend buiten de Kaapverdische Eilanden. Ons land is een vrouw die wij op afstand behagen. Met onze muziek brengen we een serenade onder haar balkon.'

Voor de jonge generatie Cabo's geldt dat verlangen veel minder, vooral omdat ze niet op de eilandengroep zijn geboren of er maar zeer kort hebben gewoond. Zij zijn de Cabo's die meer grootstedelijke urban trekken vertonen en die voor de wolkenkrabbers van Rotterdam dezelfde genegenheid voelen als voor de bergen van Cabo Verde.

Zij houden net als Suzanna van hiphop, r & b, zouk en soul. Puristen vinden dat zij geen Kaapverdische muziek maken, maar dat zij slechts Kaapverdianen zijn die op westerse computerdreunen, in de eigen taal zingen.

Johnny Ramos (30), exponent van de urban Cabo's, haalt zijn schouders op. 'Wat een gezeik!', zegt hij in het kantoor van zijn studio/platenmaatschappij Jane Records, die hij samen met Nelson de Freitas van Quatrstiert. 'Wij zijn een nieuwe generatie en proberen weer onze eigen tradities op te bouwen. Wij mengen als Kaapverdische artiesten alle muziekstijlen op een dynamische manier door elkaar en, daar zijn we net als de morna-of coladera-zangers, trots op. Alleen zijn wij niet van 'O mijn mooie Cabo Verde'.'

Even leek het erop dat Johnny Ramos door hitmaker Wessel van Diepen als nieuwe muziekheld in de westerse markt zou worden gezet. Hij tekende een contract maar moest langdurig wachten op de grote promotiecampagne die dan ook uit uitbleef. 'Op een gegeven moment dacht ik: fuck it, ik blijf niet wachten, ik ga het zelf regelen. Ik ben niet een jongen die braaf blijft toekijken.'

Sta heet de deze week verschenen eerste, Kaapverdische cd van Johnny Ramos op zijn eigen label, met zijn eigen liedjes en zelf geproduceerd. Met een groot gehoor in de Afro-Portugese gemeenschap alleen neemt hij geen genoemen meer. Er zijn meer markten in de wereld, zo weet hij. 'Cabopop is door Suzanna belangrijk geworden. Het heeft voor ons allemaal drempelverlagend gewerkt. De tijd is rijp voor een grote doorbraak van de Cabo's.'

Amco Brito steekt een sigaret op en zet de video met beelden van zijn glorieuze terugkeer uit. Ook hij hoopt dat 'het Suzannaeffect' hem in ieder geval weer een platencontract op kan leveren. Hij wil graag zijn morna's, zijn Kaapverdische blues, over heel Nederland verspreiden. 'Ik leef deze muziek, en ik wil mensen laten begrijpen hoe ik heb geleefd.

'Maar nog meer hoop ik dat zij succes krijgt door deze nieuwe waardering van onze muziek', vertelt Brito en wijst op zijn 21-jarige dochter Elida die stralend de kleine huiskamer binnen loopt. 'Zij is een van de allerbeste zangeressen van Rotterdam. Zij kan het nog ver schoppen, denk ik. Net als mijn zoon Djavan, want die is ook helemaal weg van muziek.'

In die kinderen ziet hij zichzelf terug, zegt zij zangerig. Hij voelt dat ze muziek zijn. 'Er staat iets groots te gebeuren, ik zie het. In mijn tijd speelde ik door het hele land, kende ik het hele land, alleen kende het land mij niet. Nu wil ik iets met hen gaan bereiken. Zij krijgen iets dat ik nooit heb gehad. Mijn vader heeft me nooit geholpen, en dat is mijn ware blues. Ik, Amco Brito, vader en zanger, ga dat beter doen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden