REPORTAGE

De openbaar schrijver is terug in Franstalig België

Ze formuleren zelf niet makkelijk, spreken slecht Frans of zijn digibeet. Voor hen is er de buurtschrijver.

Mohammed Moussaoui luistert naar klanten: 'Kan ik geen brief schrijven aan de koningin?'Beeld Arie Kievit

Met betraande ogen zit Nadia in het kantoor van Mohammed Moussaoui, een smalle zijkamer in een buurthuis in Charleroi. De jonge vrouw - grijze hoofddoek, roze sjaal en mooie, lange wimpers - is ten einde raad. Ze is alleenstaande moeder, zit ziek thuis met een hernia en voelt zich racistisch behandeld door haar controlearts. Ze ziet geen uitweg meer, snikt ze. Ze vraagt: 'Kan ik geen brief schrijven aan de koningin?'

Vanachter zijn bureau hoort Moussaoui haar verhaal aan. Af en toe stelt hij een vraag of geeft hij een opmerking. Een brief aan de koningin, dat lijkt hem eerlijk gezegd niet zo efficiënt. Nadia kan beter een brief naar de uitkeringsinstantie sturen en om een andere controlearts vragen.

'Een brief aan de koningin kan helpen om een zaak een duwtje te geven', legt hij geduldig uit. 'Maar eerst moet je zelf een zaak opbouwen. Zullen we daarmee beginnen?'

Verdwenen beroep

Moussaoui, die in het dagelijks leven informaticus is, zit hier als beoefenaar van een verdwenen beroep: dat van openbaar schrijver. Hij schrijft brieven voor wie zelf de woorden niet vindt, of niet bij machte is ze neer te pennen. In zijn krappe kantoortje luistert hij, typt hij, luistert hij en typt hij weer, tot er staat wat zijn bezoekers zelf hadden willen schrijven, als ze het hadden gekund.

'Zo goed?', vraagt hij als hij het eindresultaat heeft voorgelezen. 'Hoeveel printjes heb je nodig?'

In Franstalige België is de functie van openbaar schrijver aan een opmars bezig. De stichting Présence et Action Culturelles begon een tiental jaar geleden met een eerste écrivain public in Luik, en merkt dat de vraag naar openbare schrijvers almaar toeneemt. De stichting heeft in Wallonië en Brussel al meer dan honderd vrijwilligers die brieven schrijven, in buurthuizen, sociale centra of bibliotheken. Een beroep dat eeuwenlang uitgestorven was in West-Europa, is terug van weggeweest.

Grote vraag

In Charleroi houdt Mohammed Moussaoui elke dondernamiddag spreekuur in het buurthuis van Marchienne-au-Pont, een van de armste wijken van de stad, tussen de terrils van de oude mijnen. Al een half uur voor aanvang komen de eerste bezoekers een nummertje trekken, en Moussaoui blijft twee uur langer dan voorzien. 'We hebben net een tweede schrijver aangesteld, op maandagochtend, maar we zouden iedere dag iemand kunnen zetten', zegt Moussaoui. 'De vraag is immens.'

Niet dat het analfabetisme in België zo spectaculair is toegenomen. De meeste bezoekers van Moussaoui kunnen wel schrijven, maar ze hebben moeite met Frans of kunnen niet met een computer werken. Ze hebben hun school niet afgemaakt, of zijn op latere leeftijd naar België geëmigreerd. Een formele brief aan een overheidsinstantie, dat gaat hun petje te boven. Anderen zijn zo emotioneel dat het hen niet lukt om zelf een heldere brief te schrijven.

Zoals meneer Le Noir, een grijze zestiger die vroeger een succesvol restaurant leidde, maar na een brand en een juridische veldslag in de armoede verzeilde. Hij wil een brief schrijven aan de rechtbank. In het kantoortje van Moussaoui haalt hij de ene na de andere map uit zijn aktentas - 'thuis heb ik nog veel meer' - en doet hij zijn geschiedenis uit de doeken. Met engelengeduld probeert Moussaoui tot de essentie te komen. Le Noir: 'Als ik het had opgeschreven, was het vast een heel epistel geworden.'

Ramp

Een namiddag in het kantoor van Moussaoui is een urenlange stortvloed van menselijke ellende, van problemen die eigen zijn aan de onderkant van de maatschappij: oplichting door een huisjesmelker, onbetaalde alimentatie, ziekte, werkloosheid, racisme. Op zich is dat voer voor maatschappelijk werkers en overheidsinstellingen, maar veel mensen vallen tussen wal en schip bij die instanties, of ze zijn zelf bang voor bemoeienis van de overheid. Voor een brief hebben veel maatschappelijk werkers bovendien geen tijd.

Een openbare schrijver is meer laagdrempelig. Aan zijn brieven hangen geen verplichtingen vast, en de inhoud wordt niet door de schrijver, maar door de vragende partij bepaald. 'Ik schrijf op wat men mij vraagt op te schrijven', zegt Moussaoui. 'Ik probeer het wat subtieler, strategischer en minder agressief te verwoorden. Maar ik ga niet uitzoeken wie in een bepaald conflict gelijk heeft. Ik geef alleen maar woorden aan mensen die normaal niet worden gehoord.'

Met de openbare schrijver die in Arabische landen nog bestaat, en die liefdesbrieven schrijft en gedichten declameert, heeft Moussaoui, tot zijn spijt, weinig gemeen. Hij heeft ooit één condoleancebrief geschreven, hielp een gehandicapt meisje een tekst voor Moederdag te bedenken, en helpt vaak gedetineerden om hun spijt aan hun slachtoffer te betuigen. 'Maar liefdesbrieven, die heb ik nog niet gehad. Ach ja, hoe verklaart iemand tegenwoordig zijn liefde? Met een sms, toch?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden