'De oorlog heeft nu afgedaan voor mij'

Hij stond oog in oog met oorlogs-misdadigers. Maar de Joodse filmmaker Gideon Levy wil het verhaal niet blijven herkauwen.

Ter geruststelling van tv-critici die zijn speurtocht naar het uitblijven van berechting van hoogbejaarde oorlogsmisdadigers maar matig konden waarderen: documentairemaker Gideon Levy (42) is voorlopig klaar met de Tweede Wereldoorlog. 'Als onderwerp heeft de oorlog voor mij nu wel afgedaan.'


Eerder filmde hij vanuit de boezem van de Joodse gemeenschap de teruggave van de Joodse tegoeden ('Hoe mensen door de overheid zijn gepiepeld!') en legde hij in een Joods bejaardentehuis getuigenissen vast van vrouwen 'die mij wel vertelden wat ze moeilijk vonden om aan hun eigen kinderen te vertellen.'


Zijn beide oma's overleefden de oorlog 'maar de ene sprak er niet over en de andere vertelde steeds hetzelfde verhaal'. Steeds weer datzelfde verhaal vertellen, daar heeft hij zelf ook wel over nagedacht. 'Ik wil niet die Joodse filmmaker worden die wordt gekidnapt door het eeuwige herkauwen van het verhaal.'


De bundeling van eerste verhoren van nazi's die later tijdens de Processen van Neurenberg terecht stonden wil hij nog lezen. Daarna is het voorlopig mooi geweest.


Hoewel: mocht de Duitse justitie er inderdaad in slagen de 91-jarige Siert Bruins, alias 'Het Beest van Appingedam' , wederom voor de rechter te brengen, dan is hij vanzelfsprekend present in de rechtszaal. Want het verhaal is nooit af, nooit helemaal verteld. 'Hoe mensen in de loop der tijd toch weer anders kunnen kijken naar de werkelijkheid, naar feiten. Dat is toch intrigerend?'


Vanavond in de laatste aflevering van zijn zesdelige AVRO-documentaireserie Levy & de Laatste Nazi's, staat de filmmaker Gideon Levy opnieuw oog in oog met oorlogsmisdadiger Siert Bruins. De man die na de oorlog naar Duitsland vluchtte en daar onbekommerd leefde tot hij in 1980 werd opgespoord en werd berecht voor medeplichtigheid aan de moord op twee Joodse broers, april 1945 in Delfzijl.


Diezelfde Siert Bruins die nu, mede op basis van informatie die Levy aandroeg, wederom de aandacht van de Duitse justitie op zich gevestigd weet. Vorige week maakte de Duitse aanklager Andreas Brendel bekend dat Bruins' betrokkenheid bij het doodschieten van twee Groningse verzetslieden, september 1944, opnieuw wordt onderzocht.


Gideon Levy had zomaar 'nieuws' te pakken. Hij schrok ervan. 'In die zin dat ik eigenlijk met iets kwam aanzetten wat al bekend was. In het vonnis van 1980 geeft de Duitse rechter zelf aan dat hij die twee moorden op de verzetslieden niet gaat vervolgen. Maar daarmee bleven het nog wel moorden.' Zie hier hoe een journalist met draaiende camera ineens de autoriteiten tot daadkracht kan aanzetten, wil hij maar zeggen.


'Ik heb ook wel eens gedacht tijdens het maken van deze serie: wat een ellende in Syrië en dan ben ik met zo'n hoogbejaard mannetje bezig. Er is precies vastgelegd wat die vijftien ambtenaren hebben gezegd tijdens de Wannseeconferentie, waarop werd besloten tot de Endlösung, en een aantal van hen kreeg in 1954 een pardon. Hebben misschien maar een jaartje langer vastgezeten dan die Bruins. En toch vind ik het goed dat Bruins nu weer uit de vergetelheid is onttrokken.'


Misschien heeft hij, peinst Levy, een 'kleine bijdrage' geleverd aan een groot probleem: de Duitse justitie heeft zich na de oorlog niet bijster ingespannen om (al dan niet uit Nederland gevluchte) oorlogsmisdadigers op te sporen en te berechten. Was het hem daar dan om te doen, die persoonlijke bevrediging?


'Natuurlijk draag ik mijn familiegeschiedenis met me mee. De familie van mijn moeder is voor het grootste deel uitgewist. Je neemt je geschiedenis mee, ik heb ook wel ervaren dat ik in gesprekken meteen als een soort van slachtoffer wordt gezien. Ik probeer altijd overal zo open mogelijk in te staan. Die oorlogsmisdadigers intrigeerden mij. Dan ga je op ze af. Ik stap graag een andere wereld binnen.'


Hij vertelt over de wordingsgeschiedenis van zijn speurtocht: het bericht dat de Nederlander Klaas Carel Faber nummer één staat op de lijst van gezochte oorlogsmisdadigers van het Simon Wiesenthalcentrum. Terwijl het adres van Faber (in mei overleden) in het Beierse Ingolstadt bekend was. Faber, ook naar Duitsland gevlucht en altijd ontsnapt aan uitwijzing naar Nederland, had al bezoek gekregen van meerdere journalisten. ' Zeven uurtjes van mij vandaan. De routeplanner, het adres, het brandde op mijn bureau.'


Wat hem tijdens het werken aan zijn serie nog het meest schokte was de berusting en passiviteit bij zowel Duitse als Nederlandse autoriteiten om nu alsnog te 'jagen' op oorlogsmisdadigers. Voor zover er nog sprake is van enige justitiële activiteit, komen alle lijnen te samen bij het parket in Arnhem.


'In 2002 komt er een nieuwe officier van justitie die verantwoordelijk is voor de opsporing van voortvluchtige nazi's. Er wordt een lijst gemaakt van de nog levende misdadigers en er volgt overleg met de Duitsers. Nederland wordt vervolgens gewoon afgepoeierd met allerlei juridisch-technische prietpraat. En we pikken dat! Waanzinnig verhaal, maar je krijgt het natuurlijk niet op camera verteld. Al die zogenaamde inspanningen nog om nazi's te vervolgen. Geloof me, het is alleen voor de bühne.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden