Reportage

De oorlog door een 3D-bril

Virtual reality is de trend in musea. Prachtig om historische gebeurtenissen inleefbaar te maken. Maar hoe ver kun je daarmee gaan als de oorlog het onderwerp is?

In Kamp Vught heeft een jongen de 3D-bril op die een impressie geeft van vernietigingskamp Sobibor. Beeld Tessa Wassenberg

Het is een grauwe dag in vernietigingskamp Sobibor, waar de bezoeker aankomt op het treinperron. De barakken en het gras liggen er netjes bij. Er is zacht getjilp van vogeltjes te horen. Maar waar zijn de gevangenen naartoe?

Met een 3D-bril kunnen bezoekers van het voormalige concentratiekamp Vught in Brabant sinds vorige maand virtueel rondwandelen in Sobibor, zoals het nazi-kamp in Polen er in 1943 moet hebben uitgezien. Ze hoeven daarvoor niet eens op te staan of te lopen. De bril kan ook laten zien hoe het kamp er anno 2016 bij ligt.

'We hebben geprobeerd een balans te vinden tussen de waardigheid van de herinnering en een goede reconstructie', zegt Geert Koolen, woordvoerder van staatssecretaris Martin van Rijn van VWS, die samen met Kamp Vught en andere partners instaat voor het ontwerp van het project. 'Daarom zijn er ook geen mensen in het concentratiekamp. Daarom ook kun je wel de gaskamers zien, maar loop je er niet in. Het doel is de geschiedenis meer onder de aandacht te brengen bij de jeugd.'

Nieuwe ervaring

De 3D-impressie is een nieuwe ervaring in de museumwereld. Naast Vught biedt ook het Airborne Museum in Oosterbeek bij Arnhem een uitbeelding in 3D van de legendarische slag tussen Duitse en geallieerde troepen in de Tweede Wereldoorlog. En ook Oorlogsmusem Overloon probeert met technologische hulpmiddelen de oorlogservaringen tastbaarder te maken. De vraag is hoe ver je kunt gaan bij het nabootsen van juist de belevenissen van een oorlog.

Het verband tussen kamp Vught en Sobibor is de geschiedenis van het zogenoemde kindertransport. Op 6 en 7 juni 1943 werden 1.666 kinderen vanuit Vught door de Duitsers naar Sobibor en Auschwitz gedeporteerd om er bij aankomst direct te worden vergast. Of de herdenking van die tragedie bij jongeren goed aankomt is maar de vraag. 'Jongeren kunnen op zich goed met de 3D-ervaring overweg, maar zien het soms meer als een spel', zegt Liesbeth Prijt, operational manager van Kamp Vught. 'En ouderen hebben dan weer moeite om voorbij het keuzemenu te komen.'

In Arnhem wil het stadsbestuur in een nieuw bezoekerscentrum over de roemruchte Slag in 1944 een 3D-paviljoen inrichten. Ook hier is het motief om het verhaal van de oorlog beter bekend te maken bij jongeren.

Vanaf juli moet het nieuwe bezoekerscentrum jaarlijks 25 duizend bezoekers trekken (nu zijn het er maximaal 15 duizend). Om het pand te verbouwen en in te richten is 773 duizend euro nodig, voor de exploitatie jaarlijks nog eens twee ton. De gemeente ziet het paviljoen als een goede kans om te investeren in het toerisme. 'De Slag om Arnhem is een van de unique selling points van Arnhem', zegt wethouder Gerrie Elfrink. 'In de hele wereld is Arnhem bekend door wat zich hier in september 1944 heeft afgespeeld.'

Maquette in Overloon. Beeld Tessa Wassenberg

Een brug te ver

In het paviljoen komen mini-exposities met collectiestukken uit historische musea, een auditorium voor filmvoorstellingen en een ruimte waar de geschiedenis van de Slag om Arnhem met 3D-technologie wordt uitgebeeld. De locatie van dat nieuwe centrum aan de Rijnkade is ideaal, met uitzicht op de beroemde 'brug te ver'.

'We onderzoeken of we de persoonlijke verhalen kunnen vertellen van enkele mensen die de slag hebben meegemaakt', vertelt directeur Sarah Thurlings van het Airborne Museum Oosterbeek, dat bijdraagt aan de inrichting van het paviljoen. 'Te denken valt aan de Britse soldaat John Grayburn, de Duitser Viktor Gräbner, de Arnhemmer Jan Louis Locht en Jacob Groenewoud, een Nederlandse officier die in het Britse leger diende.'

Toch was ook al kritiek te horen op de plannen voor het 3D-paviljoen, vanwege het gevaar voor spektakel. Volgens een artikel in De Gelderlander zijn veel ouderen in Arnhem niet gediend van de komst van het paviljoen. 'Ik kan me goed voorstellen dat ouderen die zelf de oorlog hebben meegemaakt, willen dat de slag vooral met respect wordt herdacht', zegt Thurlings. 'Maar wees gerust: het wordt geen Disneyland.'

Oorlogsspellen

Wie virtueel wil deelnemen aan Market Garden, de geallieerde operatie in september 1944 waarvan de Slag bij Arnhem een onderdeel werd, kan terecht bij drie klassieke gameseries: Call of Duty, Brothers in Arms en Medal of Honor. Omdat de games Amerikaans zijn, volgen zij het Amerikaanse perspectief. Als paratrooper van de Amerikaanse 101ste luchtlandingsdivisie vecht je bij Eindhoven, of met de 82ste luchtlandingsdivisie in Grave en Nijmegen. In het strategischer spel Company of Heroes: Opposing Fronts beleef je de Slag om Arnhem vanuit de Duitse legerformaties die achter de Rijn gelegerd waren.

Meer 'oorlogstoeristen'

Dat de honger naar informatie over de Tweede Wereldoorlog nog steeds groeit, lijkt te worden gestaafd door de bezoekerscijfers van Nederlandse oorlogsmusea. In de periode 1995-2013 is het aantal 'oorlogstoeristen' in Nederland verdubbeld tot jaarlijks 1,2 miljoen - de bezoekersaantallen van het Anne Frank Huis in Amsterdam niet eens meegeteld. De cijfers zijn afkomstig uit De oorlog in het museum. Herinnering en verbeelding van NIOD-historicus Erik Somers, die in 2014 op het onderzoek promoveerde.

'Vooral bij de tweede en de derde generatie na de oorlog zien we een behoefte om de herinneringen levend te houden', zegt Somers. 'De tweede generatie - de kinderen van hen die de oorlog hebben meegemaakt - is opgegroeid met de verhalen van hun ouders. Via speelfilms en de literatuur zit de oorlog in ons collectieve bewustzijn. Denk aan Soldaat van Oranje: de film uit 1977 op basis van het boek van Engelandvaarder Erik Hazelhoff Roelfzema is nu een musical, die al bijna zes jaar loopt.'

Somers staat positief tegenover de museale 3D-ervaringen, omdat die volgens hem inleving in het verhaal mogelijk maken. Minder geslaagd vindt hij de zogenoemde Experiences, een andere multimediale museale trend. Experiences bieden een zogenaamd realistische oorlogservaring, maar volgens Somers gaat het hierbij al snel meer om sensatie dan om het overbrengen van het verhaal. Voorbeelden: de Blockbuster Experience in Overloon en de Airborne Experience in Oosterbeek.

Bezoekers van de Airborne Experience in Oosterbeek. Beeld Tessa Wassenberg

Minder animatie

De Blockbuster Experience in Oost-Brabant toont de bezoeker met beeld en geluid onder meer hoe het is om in een schuilkelder te zitten en gebombardeerd te worden. Maar het Oorlogsmuseum Overloon heeft zelf het gevoel dat de Experience zijn doel voorbijgeschoten is en is daarom aan een vernieuwing begonnen. 'Het ging iets te veel om herrie en spektakel', zegt Erik van den Dungen, directeur van het museum. 'In de nieuwe Blockbuster Experience willen we meer duiding geven over de ontwikkeling van vernietigingswapens in de vorige eeuw en meer gebruik maken van collectiestukken. Minder animatie. Tegelijk willen we nog steeds stilstaan bij het gevoel dat burgers hadden bij een bombardement. Wat betekent het om weerloos te zijn? Hoe is het om je in je eigen huis onveilig te voelen?'

De Airborne Experience, een uitbeelding van de Slag om Arnhem met oorlogsmaterieel en etalagepoppen, is het meest spraakmakende aan het Airborne Museum in Oosterbeek. Bezoekers worden voor het binnengaan gewaarschuwd: 'Deze ruimte bevat schokkende elementen.'

De Experience geeft je het gevoel dat je rondloopt op de set van een oorlogsfilm. Lichteffecten bootsen kogels na die afketsen op een Brits anti-tankkanon. Tussen een Britse en een Duitse stelling staat een burgerauto, doorzeefd met kogelgaten. Het hoofd van een 'dode' damespop hangt uit het raam. Tussen het puin van de stad Arnhem weerklinkt het geratel van machinegeweren, het gedonder van kanonnen.

Ooggetuigerelaas. Beeld Tessa Wassenberg

Traditionaliteit

De 59-jarige Ingrid die samen met Melanie (32) het museum bezoekt, vindt de Airborne Experience best indrukwekkend: 'Het is bijna echt', zegt ze. Ze weegt haar woorden nog even. 'Er is natuurlijk geen honger en geen angst om dood te gaan.' Maar het traditionelere deel van het museum, waar je interviews met veteranen en burgers kunt bekijken, vonden de vrouwen wel interessanter.

Aan de balie van het museum zag Wil, een 80-jarige vrijwilligster, in haar 21 jaar al duizenden bezoekers voorbijkomen. In 1944 was de geboren Oosterbeekse een van de vele kinderen die voor het krijgsgeweld moesten vluchten. Wil is zelf heel tevreden met de Airborne Experience, al heeft ze oorlogservaring genoeg gehad. 'Soms zijn kinderen bang, als ze uit de Experience komen', zegt ze. 'En ouderen die zelf de oorlog hebben meegemaakt krijgen het af en toe te kwaad, omdat bij hen nare herinneringen boven komen. Ze gaan dan buiten op een bankje zitten om even bij te komen.'

Op reisbeoordelingswebsite Tripadvisor zijn de reacties op de Experience laaiend enthousiast. Hier en daar gebruiken bezoekers het woord 'realistisch', alsof ze echt even terug waren naar het jaar 1944. Het is de vraag of dat woord binnenkort ook opduikt in reisrecensies van het Arnhemse 3D-paviljoen of de virtuele visite aan kamp Sobibor.

Opstelling in Oosterbeek. Beeld Tessa Wassenberg
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden