Reportage Beschermde vogels

De ooievaar is terug, maar niet tot ieders genoegen: ‘Prachtige vogels maar ze schijten alles onder’

Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Een paar decennia geleden was de ooievaar bijna uitgestorven in Nederland. Inmiddels zijn er zo’n duizend paren, niet tot ieders genoegen. ‘Net als de ooievaar zelf zijn de meningen over hem zwart-wit.’

In de weilanden even buiten Meppel, bij het Reestdal, staan ze op deze broeierige zomerdag parmantig te foerageren. De ene poot voor de andere, de snavel met een vlotte beweging naar beneden en: hap! De buit is een regenworm of torretje, of een minder bescheiden maaltijd, zoals een veldmuis of mol. Als je ze niet ziet, hoor je wel het karakteristieke geklepper van hun snavels. Lang en hard, om zich bekend te maken aan vriend en vijand. Of twee plotselinge korte kleppen om te waarschuwen voor naderend gevaar, zoals een verslaggever op een ov-fiets.

De ooievaar is terug. Dit jaar is het vijftig jaar geleden dat Vogelbescherming Nederland begon met de herintroductie van de vogelsoort in Nederland. Eind jaren zestig was de ooievaar zo goed als uitgestorven. Een intensief programma – van het creëren van nestplekken tot bijvoeren – in combinatie met de beschermde status van de ooievaar hebben sindsdien gezorgd voor een aanzienlijke groei van de populatie. In heel Nederland zijn er inmiddels zo’n duizend broedparen.

Toch is een grote ooievaarspopulatie die zichzelf in stand kan houden nog steeds geen vanzelfsprekendheid. Door de hoge temperaturen en extreme droogte van de laatste jaren in Noord- en Oost-Nederland heeft de vogelsoort het zwaar. Bovendien zijn ooievaars voor hun voedsel niet alleen afhankelijk van vochtige periodes, maar ook van wat de boeren verbouwen. Rogge trekt veldmuizen aan, maar mais is funest, daar vinden ooievaars geen voedsel. Wat ze wel overal vinden is afval. In de braakballen zit soms plastic, rubber of glas. Ook wegen en industrieterreinen maken het leefgebied van de vogels steeds kleiner.

Frits Koopman voert de ooievaars op zijn buitenstation De Lokkerij. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Buitenstation

Op De Lokkerij, een ooievaarsbuitenstation vlak bij Meppel, verblijft een groep van vijftig broedparen. Frits Koopman (82) en zijn vrouw Els (80) zorgen daar al ruim veertig jaar voor de vogels, samen met een aantal enthousiaste vrijwilligers. De Lokkerij bestaat sinds 1981 en is het grootste nog actieve buitenstation. In problemen geraakte jonge ooievaars (verwond, uitgehongerd of uitgedroogd) uit de verre omgeving worden hier opgevangen en liefdevol verzorgd. Op het erf lopen ze vrij rond, af en toe komt er een aanvliegen, op weg naar een van de vele nesten in de omliggende bomen of op het dak.

Ook hier in Drenthe merken ze ook dat er steeds minder eten is; de ruimte wordt schaarser. De ooievaars op het buitenstation worden bijgevoerd als dat nodig is. ‘Sommige biologen nemen ons dat zeer kwalijk’, zegt Koopman. ‘Maar moeten we dan niets doen? Ooievaars kunnen ver vliegen en goed zien. Toch komen ze nu soms met niets thuis.’ Het bijvoeren is een ‘dilemma’, zegt Ton van der Poel, voorlichter van De Lokkerij. ‘Je ziet natuurlijk het liefst dat ze zelfstandig zijn. Maar het is de vraag of ze dan kunnen overleven.’

Smeerkezen

In de wijde omgeving van De Lokkerij zitten zo’n 250 broedparen. Voor sommige Drentenaren is dat veel te veel. ‘Net als de ooievaar zelf zijn de meningen over het dier zwart-wit’, zegt Van der Poel. In het naburige dorp De Wijk hebben veel ooievaars het zich gemakkelijk gemaakt in de bomen. ‘Ver weg zijn ze mooi, maar van dichtbij zijn het smeerkezen’, zegt Aaltje Keurhorst. Haar man Frans valt haar bij. ‘Het zijn prachtige vogels maar ze schijten alles onder. En ze vreten grutto’s en andere vogels. Doordat ze zo beschermd worden, blijven ze als enige vogels over.’

Dat klopt niet, zegt Koopman. ‘Ooievaars jagen niet op vogels, ook niet op weidevogels, die staan niet op hun menu.’ Hij spreekt ook tegen dat er te veel ooievaars zijn. ‘Ooievaars zijn heel zichtbaar, daardoor lijken het er veel. Reigers, die wél weidevogels eten, zie je veel minder makkelijk. Daar zijn er circa 26.000 van in Nederland, terwijl er ongeveer 2.000 ooievaars zijn.’

In de wijde omgeving van De Lokkerij zitten zo’n 250 broedparen. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

‘Precaire discussie’

Ooievaarsnesten zijn het hele jaar door beschermd. De vogels zijn niet monogaam, maar wel nesttrouw. Als iemand een nest wil verwijderen, moet een expert aantonen dat er een gegronde reden is om een vergunning te verlenen. Soms is herplaatsen verplicht. 

Lastig als je een nest op je dak hebt. ‘Wij hebben dat gelukkig kunnen voorkomen’, zegt een bewoner van De Wijk, die niet met zijn naam in de krant wil omdat het een ‘precaire discussie’ is. In het kleine dorp kunnen de emoties hoog oplopen over het beschermde dier. Op zijn dak staan nu puntige schoorsteenkappen die het bouwen van een nest verhinderen.

Mevrouw Onderstal, (‘voornaam hoeft niet in de krant’) die even verderop woont, twijfelt over de aankoop van zo’n schoorsteenkap. ‘Ik vind het niet mooi en het is duur bovendien, toch al gauw zo’n duizend euro.’ Vorig jaar heeft een ooievaar geprobeerd een nest op haar dak te bouwen, maar dat mislukte. Dit jaar kijkt ze het nog even aan. Wat er erg is aan een nest op je dak? ‘Er komt veel troep terecht in de dakgoot, dat kan lekkages veroorzaken. En ze poepen.’

Desondanks is ze enthousiast over de ooievaars. ‘Het is een van de dingen die het dorp leuk maakt. Van mij mogen ze blijven.’ Phéline (19), die ijsjes verkoopt aan dagjesmensen, vindt het ook ‘mooie dieren’. ‘Ik was laatst aan de andere kant van het land en daar heb je ze niet. Het is toch heel bijzonder.’

Net buiten De Wijk ligt De Havixhorst, een statig landhuis met een hotel en restaurant. Het dak heeft twee schoorstenen, elk met een ooievaarsnest. Eigenlijk een te veel, vindt directeur Jos Wijland. ‘Het is niet goed voor het pand. Een van de nesten is er dit jaar bijgekomen. Het andere zit er al dertig jaar. We vinden het een mooi initiatief dat de ooievaars terug zijn gebracht in Drenthe. Het geeft sfeer, de gasten genieten van de vele ooievaars. Maar de mensen die hier wonen, zien ze elke dag. Dan ga je je op een andere manier tot de dieren verhouden.’

Meer lezen 

In mei werden er drie precieze schoten gelost op een broedend ooievaarskoppel in het Overijsselse De Lutte. Verslaggeefster Margriet Oostveen ging er kijken.  

Polen loopt uit voor zijn lievelingsvogel: de ooievaar – ook al komen er steeds minder. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden