Prinsjesdag Maatschappelijke diensttijd

De onvervulde droom van Sybrand Buma

In de Tramremise in Den Haag gaven Staatssecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ChristenUnie) en Staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (VVD) het startsein voor de maatschappelijke diensttijd. Beeld Freek van den Bergh

De door CDA en ChristenUnie zo vurig gewenste maatschappelijke dienstplicht haalde het regeerakkoord, maar werd een vrijwillige ‘diensttijd’ met een ‘bescheiden vergoeding’. Maandag presenteerden in Den Haag veertig proefprojecten hun plannen voor de invulling daarvan.

Vraag CDA-leider Sybrand Buma één zwaarwegend punt uit het regeerakkoord te noemen, en hij komt met de maatschappelijke dienstplicht. In zijn ogen een zeer adequaat middel om de horizon van jongeren te verbreden en hun normbesef bij te brengen. Ook de ChristenUnie ijvert er al jaren voor. Daar verwacht men veel van contacten die jongeren helpen ‘over de kloof heen te kijken’. De verdiensten zouden kunnen worden gebruikt om de studieschuld af te lossen.

De maatschappelijke dienstplicht haalde het regeerakkoord, al moesten beide christelijke partijen een veer laten. De dienstplicht werd vrijwillig: diensttijd. En de beloning zou beperkt zijn. Een ‘bescheiden vergoeding’, mogelijk ook ‘een diplomasupplement’ dat bij overheidssollicitaties als ‘een pre’ zou moeten gelden. Niet meteen verleidingen waarvan het hart van een achttienjarige sneller gaat kloppen.

Een jaar nadat kabinet Rutte III aantrad, is nog geen jongere aan zijn maatschappelijke diensttijd begonnen. Het project had aanloopproblemen. Het ontbrak niet aan de instellingen met plannen voor de besteding van de subsidie van maximaal een half miljoen euro per project. Voor het eerste jaar ligt 22 miljoen euro klaar, een bedrag dat oploopt tot 100 miljoen euro.

Enthousiasme aanwakkeren

Moeilijker bleek het jongeren te vinden die bereid waren een kleine vergoeding, een getuigschrift of certificaat studie-uitstel voor lief te nemen of een lucratief bijbaantje elders te laten lopen.

Staatssecretaris Paul Blokhuis (CU), verantwoordelijk voor het dossier, wilde eigenlijk dit najaar beginnen, maar moest de Tweede Kamer in april bekennen dat hij meer tijd nodig had om het enthousiasme aan te wakkeren. ‘Dit is geen verplichting, jongeren moeten het ervaren als een feestje’, vindt hij.

Wel zouden na de zomer proefprojecten beginnen, en in maart 2019 opnieuw. Die worden dan geëvalueerd, waarna in 2020 de maatschappelijke diensttijd voluit kan beginnen. Die veertig proefprojecten, verdeeld over het land, presenteerden hun plannen maandagmiddag in de Remise in Den Haag. Ze bieden plek aan maximaal 13 duizend jongeren. Blokhuis was er, samen met Tamara van Ark, staatssecretaris van Sociale Zaken en VVD’er, een partij die aanvankelijk minder enthousiast was over de diensttijd.

Uiteenlopende projecten

De projecten lopen sterk uiteen. Van Boer Bistro naar de reddingsbrigade, van Super Heroes Leeuwarden naar Old-School Arnhem en van Jantje Beton naar Humanitas. Veel zorg, jongerenwerk en welzijn, een beetje sport, wat vakbondswerk en plattelandsjongeren. Er zijn plekken waar de diensttijd uit één middag per week bestaat, bij andere instellingen gaat het om drie maanden aaneengesloten. Ook de leeftijdsgrenzen zijn ruim. Jongeren tussen 15 en 30 jaar komen in aanmerking voor de maatschappelijke diensttijd. Er kunnen dus vierdeklassers havo aan de slag, maar ook zzp’ers van eind twintig vallen onder de doelgroep.

‘We gaan een beweging starten, een community’, riep de presentator van deze ‘Startbijeenkomst Proeftuinen MDT’ tussen de geparkeerde trams. Dat enthousiasme draagt ook Blokhuis uit. ‘Door de diensttijd kom je leeftijdsgenoten tegen die je anders niet snel zou ontmoeten.’ Zijn laatste woorden tot de proeftuiniers: ‘Laten we Nederland een poepje laten ruiken.’

Waarna het speeddaten kon beginnen: de projecten presenteerden in ijltempo hun plannen. Algeheel beeld: het is veel, het is divers en het is ondoenlijk er een gemeenschappelijke noemer voor te vinden. De één beloont deelnemers met vrijkaartjes voor voorstellingen, bij de ander mag je schoollessen ‘skippen’.

Uitdaging

‘Laat eerst duizend bloemen bloeien’, vindt Blokhuis. ‘We gaan nu uitzoeken hoe je het voor jongeren aantrekkelijk maakt. We zullen ook ambassadeurs uit de sport en de cultuur inzetten. Het moet jongeren niet door de strot worden geduwd, zij bepalen zelf welke projecten succesvol zijn. Uiteindelijk hoop ik dat het een normale vraag wordt: hoe was je maatschappelijke diensttijd?’

De uitdaging zal zijn hoe je een zo divers aanbod een herkenbare identiteit geeft, dat beseft Blokhuis. Vandaar zijn oproep mee te denken over een nieuwe naam, die al die activiteiten bundelt. Al pratend komen we tot een suggestie: Buitengewone Maatschappelijke Activiteiten. Heb jij je Buma al gedaan?

‘Denk niet dat Buma erbovenop zit’, zegt Blokhuis. ‘Ik heb hem hier zelden over gesproken.’

Oude wijn, nieuwe zakken

Maatschappelijke diensttijd staat al decennia op de politieke agenda, zij het onder verschillende namen. André van der Louw (PvdA), minister van cultuur, lanceerde in 1981 het ‘gemeenschapstakenplan’ voor jongeren. Boze actievoerders ploegden zijn voortuin om.

In 1992, na de afschaffing van de militaire dienstplicht, lanceerde CDA’er Elco Brinkman het plan voor een ‘sociaal jaar.’ Ruud Lubbers voegde daar later ‘opvoedkampen’ aan toe, wat hem op fikse kritiek kwam te staan. Die kampen waren overigens vooral voor probleemjongeren bedoeld.

Doekle Terpstra (voorzitter CNV) pleitte in 2002 voor een ‘jongerenstage’ van 80 uur. In datzelfde jaar kwam Pim Fortuyn met de ‘algemene dienstplicht voor jongeren.’ Ze zouden mogen kiezen tussen een jaar sociale dienstplicht, of twee jaar het leger in. De LPF nam het voorstel in 2003 over.

In 2007 stond in het regeerakkoord van Balkenende IV dat middelbare scholieren drie maanden ‘maatschappelijke stage’ moesten lopen. Het kwam er niet van.

In 2011 werd een ‘maatschappelijke stage’ van 30 uur voor middelbare scholieren ingevoerd. Die werd in 2015 weer afgeschaft. Alleen de regio Den Haag houdt daar tot op de dag van vandaag aan vast.

Kabinet staat nu al op tweesprong

Rutte III presenteert op Prinsjesdag gunstige begrotingscijfers, maar de twijfels over het kabinet blijven. Past deze coalitie op de winkel of wordt de economische rugwind aangegrepen om structurele hervormingen door te voeren? Vooralsnog overheerst voorzichtigheid.

Na de plannen, nu de daden?

Mark Rutte blijft de heerser van het Binnenhof, Kajsa Ollongren heeft het moeilijk, om nog maar te zwijgen van Stef Blok: zo brachten de bewindslieden van Rutte III het er in hun eerste jaar vanaf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden