De onttakeling van de zaak-Demmink

Reconstructie: verzonnen aanklacht

N.B. De Volkskrant heeft bij onderstaand artikel ten onrechte geen wederhoor toegepast bij een artikel over de zaak-Demmink. Dit oordeelde de Raad voor de Journalistiek in februari 2017. Meer over het oordeel van de Raad is hier te lezen

Joris Demmink arriveert in maart 2016 bij de rechtbank om te getuigen. Foto anp

Wat in 2003 begon als een ronkend verhaal in de mannenbladen Gay Krant en Panorama, eindigde afgelopen vrijdag in een vergaderzaaltje op de tiende verdieping van het Openbaar Ministerie in Rotterdam. Daar lichtten twee onderzoeksofficieren toe waarom Joris Demmink (69), voormalig secretaris-generaal op het ministerie van Justitie, niets te maken heeft met jarenlange beschuldigingen van seks met minderjarigen.

De officieren onderzochten niet alleen - in opdracht van het gerechtshof - de aanklacht van twee Turkse jongens die in Turkije zouden zijn verkracht, maar ook alle geruchten in de media over slachtoffers van de oud-topambtenaar in Nederland. De uitkomst van hun driejarig onderzoek: er is geen enkel bewijs dat Demmink schuldig is. Sterker; alles wijst erop dat de aanklacht vals is, dat een belastend document is gefalsificeerd, dat de afzender ervan niet bestaat en dat alle geruchten zijn verzonnen. Eén ding staat vast: Demmink is in de omstreden periode - aantoonbaar - niet in Turkije geweest.

De aangifte

Op 15 september 2008, en opnieuw op 25 mei 2010, doet advocaat Adèle van der Plas aangifte namens een (destijds 12 of misschien 14-jarige) Turkse jongen, Osman. Een tweede verondersteld slachtoffer heeft aangifte gedaan, maar wilde geen verklaring afleggen. Osman stelt aanvankelijk dat hij rond 1995 en later dat hij rond 1997 seksueel door Demmink is misbruikt.

De eerste aanklacht is gebaseerd op een mail aan Van der Plas door een Turkse journalist, aan wie Osman zijn verhaal zou hebben verteld. Na twee oriënterende vooronderzoeken is de conclusie dat er onvoldoende bewijs is voor de verdenking. Advocaat Van der Plas dwingt met een artikel 12-procedure alsnog vervolging af, waarna het Openbaar Ministerie in januari 2014 een strafrechtelijk onderzoek begint. Voor het eerst wordt oud-secretaris-generaal Demmink als verdachte aangemerkt.

Demmink in 1996. Foto Martijn Beekman

De theorie

Van der Plas is tevens advocaat van Hüseyin Baybasin, de Turkse Koerd die in 2002 in Nederland tot levenslang is veroordeeld wegens drugshandel en moord. Baybasins advocaat gaat ervan uit dat Demmink in Turkije minderjarige jongens heeft verkracht, dat de Turkse inlichtingendiensten dit weten, dat Demmink daardoor chantabel was als secretaris-generaal op Justitie, en dat hij om die reden de Turkse autoriteiten heeft geholpen om de Koerd Baybasin achter de tralies te krijgen. Het is dus niet alleen in het belang van Osman, maar ook in dat van Baybasin om aan te tonen dat Demmink in Turkije (een) jongen(s) heeft verkracht.

Lees verder onder de foto.

De in 2002 tot levenslang veroordeelde Hüseyin Baybasin had er belang bij om Demmink als chantabel weg te zetten. Foto Peter Blok / Hollandse Hoogte

Het bewijs van de Turkse journalist

De Turkse journalist is door de Nederlandse Rijksrecherche gehoord. Hij verklaart dat een Turkse politieman hem heeft verteld dat er geen misbruik heeft plaatsgevonden tussen Osman en Demmink, maar dat dit wel met een andere jongen zou zijn gebeurd. Daarvan is echter nooit aangifte gedaan.

De Turkse journalist verklaart ook dat Osman hem niet heeft verteld over een seksuele relatie met Demmink. Ook wist de journalist niet of Osman Demmink überhaupt heeft ontmoet.

Het bewijs van Osman

Op 13 december 2009 heeft een Nederlandse ex-politieman die al jaren de zaak-Baybasin onderzoekt, tevens adviseur van advocaat Van der Plas, op eigen initiatief Osman in Istanbul gehoord. Het gesprek wordt op video vastgelegd. Het gerechtshof laat deze ondervraging onderzoeken door de Nederlandse Zedenrecherche. Die constateert dat niet na is te gaan of de ondervraagde daadwerkelijk Osman is. De verklaring wijkt 'substantieel' af van een verklaring die Osman jaren later in Leiderdorp bij de Zedenrecherche aflegt.

Dit grote tijdsverloop verklaart volgens de zedenrecherche niet de 'cruciale' verschillen tussen beide verklaringen. Bovendien zijn in Istanbul door de ex-politieman 'suggestieve en sturende' vragen gesteld, waardoor het verhoor niet bruikbaar is. In dit videogesprek wordt ook niet duidelijk of met de dader Joris Demmink wordt bedoeld. Deze Osman verklaart dat de dader 'een ouder iemand van misschien 65 à 70 jaar met een Europees uiterlijk' is. Demmink was in 1995-1997 zo'n 15 tot 20 jaar jonger. Foto's met de mobiele telefoon, waarover deze Osman verklaart, waren in de jaren 1995 en 1997 nog helemaal niet mogelijk.

Het bewijs van de fotoconfrontatie

Diezelfde ex-politieman confronteert de ondervraagde Osman met foto's, waaronder een van Demmink. Het vermeende slachtoffer wijst Demmink aan als dader. De mannen op de overige foto's lijken niet op Demmink, waardoor de fotoconfrontatie 'onherstelbaar' waardeloos wordt. Later blijkt dat de Turkse journalist Osman eerder al foto's van Demmink had laten zien.

Het andere vermeende slachtoffer, Mustafa, vraagt vlak voordat hij meewerkt aan de fotoconfrontatie of de ex-politieman de volgende keer een laptop voor zijn dochter wil meebrengen - hij wil voor medewerking graag een wederdienst. De ex-politieman moet later erkennen dat hij 'niet kritisch en onzorgvuldig ' is geweest.

Het bewijs van Demminks geldstorting van Turkse lira's

Op 11 oktober 1996 stort Demmink geld bij ABN Amro. Het bankafschrift vermeldt: Uw kasstorting verkoop TR CH USD 550,- F300,- contant.

Aanklagend advocaat Van der Plas betoogt dat de afkorting TR CH verwijst naar Turkije en Zwitserland. Demmink moet dus dollars, Zwitserse francs en Turkse lira's hebben gestort, wat zou bewijzen dat hij in Turkije is geweest.

Navraag leert het OM dat TR CH betekent: Traveller's Cheque.

Het bewijs van de Turkse gouverneur van Istanbul

Op het internet circuleert een document van 25 december 2002, van een gouverneur van Istanbul, waarop staat dat Demmink op 17 februari en 23 juli 1996 Turkije inreisde. Het OM zegt niet te kunnen vaststellen dat die gouverneur daadwerkelijk bestaat.

Uit onderzoek van zowel de Turkse autoriteiten als van het Nederlands Openbaar Ministerie blijkt dat de inreisdata niet kloppen: in Turkije wordt dit met geen enkel document of stempel bevestigd. Demminks privéagenda wijst uit dat hij de avond voor 17 februari en die dag zelf bij een vriendin was. Concertkaartjes en verschillende getuigen die erbij waren bevestigen dat.

In juli 1996 nam Demmink op het ministerie van Justitie aantoonbaar waar voor de toenmalige secretaris-generaal, die die week op vakantie was.

Lees verder onder de foto.

Demmink en zijn advocaat in de rechtszaal, 2014. Foto Raymond Rutting / de Volkskrant

Het strafrechtelijk onderzoek

De afspraken die Demmink een alibi verschaffen, baseert het OM op onderzoek naar diens bank- en creditcardafschriften, pinbetalingen, gespecificeerde telefoonrekeningen, agendanotities, dienstreizen, notulen van vergaderingen, het horen van zijn secretaresses en andere collega's, navraag bij inlichtingendiensten en het aftappen van zijn telefoon. Het NFI heeft onderzoek verricht naar de betrouwbaarheid van de inkt (doorhalingen van data) en Tipp-Ex in Demminks agenda. Alles blijkt te kloppen.

Het OM is ook geruchten in de media over Nederlandse slachtoffers van Demmink nagegaan. Daarmee reikte het onderzoek verder dan de opdracht van het gerechtshof. Niemand bevestigt de geruchten, wel worden sommige verhalen glashard ontkend. Vaststaat dat geen van de vermeende slachtoffers ooit aangifte heeft willen doen.

En het ronkende verhaal over misbruik van minderjarigen door Demmink, dat in 2003 in de Gay Krant en Panorama werd gepubliceerd? Dat is destijds al meteen, door de bladen zelf, wegens onbetrouwbaarheid van de bronnen gerectificeerd.

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond: 'De eerste aanklacht is gebaseerd op een mail aan Van der Plas door een Turkse journalist, aan wie Osman zijn verhaal zou hebben verteld. Na twee oriënterende vooronderzoeken wordt de klacht ongegrond verklaard.' Dit is juridisch onjuist. Na de twee oriënterende vooronderzoeken luidde de conclusie dat er onvoldoende bewijs was voor de verdenking.

Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond dat Osman, de Turkse jongen die aangifte deed tegen Demmink, aan een ex-politieman vroeg om een laptop voor zijn dochter mee te brengen. Dat werd gevraagd door een ander vermeend slachtoffer.

Ook stond er dat een tweede vermeend slachtoffer geen aangifte wilde doen tegen Demmink. Advocaat Van der Plas heeft namens hem wel aangifte gedaan, maar de persoon in kwestie wilde geen verklaring afleggen.

Lees meer over de zaak-Demmink

Demmink heeft maar één woord nodig: nee
Joris Demmink heeft maar één woord nodig om de hele zaak mee af te doen: nee. Heeft de voormalig topambtenaar van het ministerie van Veiligheid en Justitie seks gehad op de achterbank van zijn dienstauto? Nee. Klopt het dat hij gezien is bij een jongensbordeel? En is hij inderdaad wel eens gezien met jonge jongens? Nee, en nog eens nee. Lees de reportage over Demminks getuigenverklaring terug.

Hoe een anonieme topambtenaar in het volle licht kwam te staan
Na jaren van verdachtmakingen over misbruik van jongens slaat oud-top­ambte­naar Joris Demmink maandag terug in de rechtszaak die hij aanspande tegen het AD. Hoe is het zo ver gekomen? Lees de eerste reconstructie die de Volkskrant in 2014 maakte.

Demmink gaat in de aanval
Na afloop, nadat alle beschuldigingen aan zijn adres over pedofilie, ontucht en verkrachting van jonge jongens opnieuw zijn gepasseerd, loopt Joris Demmink kalm de zaal uit, langs mensen die hem op de huid zitten, die over hem schrijven, of die hem een schande voor de rechtsstaat vinden en zegt: 'Het was een keurige zitting.' Dit was de eerste zitting in de rechtszaak.