De ontdekker

Wat u zou kunnen zien, lezen of luisteren volgens (inter)nationale grootheden. Aflevering 6: Alex van Warmerdam. Zijn nieuwe speelfilm Borgman gaat woensdag 28 augustus in première.

Wat u nog zou moeten zien, lezen of luisteren volgens (inter)nationale grootheden. Zo las het intro boven de eerdere afleveringen van deze interview-rubriek. Maar nu niet. 'Die dwingelandij is niks voor mij', zegt Alex van Warmerdam (60), die voorafgaand aan het gesprek vraagt om een aangepaste aanhef. U mág zijn keuze zien, lezen of luisteren. Wilt u dat niet: ook goed. Of zelfs beter, soms. 'Er zijn dingen waarvan ik juist liever wil dat niemand ze ziet. Die heb ik ontdekt, vind ik mooi. En dan gaan mensen straks kijken of dat wel terecht is.'


De filmer, theatermaker en schilder ontvangt in de aan zijn achtertuin grenzende werkruimte in Amsterdam, omgeven door schetsen en schilderijen van eigen hand. In een hoek bungelt een blauwgrijze, voodoo-achtige marionet van een meter of wat in lengte, die kort te zien is in Van Warmerdams Borgman, zijn nieuwe speelfilm die deze maand in de Nederlandse bioscoop gaat draaien.


Nog een waarschuwing vooraf: 'Ik vind nooit iemands hele oeuvre goed. Van sommigen mensen maar één iets. En ik ben niet zo iemand die dan gaat googlen voor wat anekdotes. Of zo'n man aan kanker is overleden of zo. Ik kijk dan liever op YouTube of er nog andere goede nummers zijn van Link Wray.'


A. I'm So Glad, I'm So Proud, Link Wray (1973)

Link Wray (1929-2005), Amerikaanse Shawnee-indiaan en rockpionier, verloor een long in de Koreaanse oorlog. Werd herontdekt toen Quentin Tarantino zijn muziek gebruikte in Pulp Fiction. Stak eind jaren vijftig als een van de eerste gitaristen een mes in zijn versterker.


'Een mes? Als podiumact bedoel je? Ah, voor het geluid: zo gruizig en kloterig mogelijk. Alleen al dat intro van I'm So Glad, I'm So Proud, die paar drumslagen en dan die totaal vervormde gitaar. En die stem, die nauwelijks boven de muziek uitkomt en dat kutterige pianootje. Men zegt dat dit nummer in een kippenhok is opgenomen - dat weet ik dan weer wel. De tekst? Doet er totaal niet toe. Sowieso niet: ik val op muziek door de muziek. Toen ik voor het eerst de Beatles hoorde, dacht ik dat ze can bami love zongen. Kan bami liefhebben? Ja wist ik veel, ik was 12.'


You Really Got Me van The Kinks, nog zo'n nummer. 'Hardrock avant la lettre. Zet ik om de zoveel tijd keihard op, en dan tien keer achter elkaar. Toen we in Londen speelden met Hauser Orkater hadden we bedacht dat het leuk was als we mensen uitnodigden die we goed vonden. Tommy Cooper, de jongens van Monty Python en The Kinks. Cooper liet weten dat hij niet kon, van Python kwam Eric Idle, en Ray Davies had griep. Die kwam nog wel in de kleedkamer, maar het contact verliep stroef. Later, toen we muziektheater wilden maken met De Mexicaanse Hond, heb ik hem een brief gestuurd: wil jij onze eerste song schrijven? Wilde hij wel, maar of ik dan naar Londen kon komen, om hem bij te praten. Dat was op kantoor van zijn management, tussen de gouden platen. Het werd niks: hij was ergens anders met zijn gedachten, een wat depressieve man. Je moet mensen die je bewondert niet willen ontmoeten.'


B. Deliverance (1972), John Boorman

'Niet doen, niet doen.'


'Ik wed dat je gilt. Ik wed dat je kunt gillen als een varken. Gil. Gil! Gil!!!'


'Die film ken ik als mijn broekzak. Misschien wel de enige die ik een keer of acht heb gezien. Die verkrachtingscène, mijn God.'


In Deliverance zien wat Amerikaanse zakenlui hun kanotrip in de natuur verstoord door de lokale, zichtbaar door inteelt aangetaste bevolking. Van Warmerdam vertoont de thriller van John Boorman deze maand in het EYE filmmuseum in Amsterdam, waar naast enkele van zijn favoriete filmtitels ook zijn eigen oeuvre te zien is. 'Bij Deliverance weet je vanaf het begin: dit gaat verschrikkelijk aflopen. Ondraaglijk vond ik dat, toen ik 'm voor het eerst zag. Je gaat verlangen naar het geweld: kom alsjeblieft tevoorschijn. Ik las ooit dat de verkrachter in een soort acteursopwinding geraakte, die was niet te stoppen boven dat mollige lijfje van Ned Beatty. Als je ziet hoe die grote witte onderbroek van zijn gat wordt gerukt... squeal like a pig. Natuurlijk is het fake, hij wordt niet echt gepenetreerd. Maar als je merkt dat je tegenspeler er plezier in krijgt, dat is niet niks hoor. Burt Reynolds schijnt te hebben ingegrepen. Die gaf die man een klap: nu is het afgelopen.


'Zoiets wil ik ook maken - dat idee heb ik nou nooit als ik een film zie. Hier ook niet, maar dit was wel een inspiratiebron. Soms is het nauwelijks aanwijsbaar: als de jager in De Noordelingen dat meisje doodschiet en zo klooit met dat lijk bij het water, dat zou ik zonder Deliverance niet op die manier gefilmd hebben.'


Het bos, of moeras, is vertrouwd gebied in het werk van Van Warmerdam. Zo ook in Borgman, waar het kwaad in holen onder grond huist, en eenmaal verjaagd uit het woud, zijn toevlucht zoekt in een moderne villawijk, als tuinman. 'Als zo'n film klaar is, zijn er altijd wel mensen in m'n omgeving die er dan bijvoorbeeld op wijzen dat de neger in De Noordelingen ook in een hol onder de grond woonde. Ik denk daar helemaal niet aan, bij het schrijven. Het vloeit uit mijn pen. En ja, in De jurk zit óók een hol, maar dat is voor mij dan toch een ander hol. Zoals het bos in Borgman ook weer een heel ander bos is dan dat in De Noordelingen of in Grimm. Dan vind ik al dat ik mezelf niet herhaal. Het zal me ook worst wezen: het is volstrekt geoorloofd jezelf te herhalen. Morandi schilderde zijn hele leven vijf potjes.'


Voor wie graag analyseert ('Ben ik zelf niet zo van') valt de interesse van Van Warmerdam voor bossen en holen terug te voeren op diens jeugd, deels doorgebracht in Den Bosch. 'Van die kuilhutten zoals in Borgman, groef ik als kind zelf, met een stookgat in de hoek. We woonden daar in de eerste twee straten nieuwbouw, precies zoals je ziet in De Noordelingen, net wat buiten de stad. Je kon er heen lopen via een keurige asfaltweg of dwars door het moeras, wat korter was. Daar stonden dan grotere jongens die zeiden dat je moest uitkijken, dat je gepakt kon worden en aan een boom gebonden.'


Ongeveer zoals in Deliverance. Met een lach: 'Dat hebben ze dan weer van mij gepikt.'


C. Kuifje in Tibet (1960, Hergé)

'Zijn meesterwerk - ik pak 'm er even bij. Ik las ze bij neef Wim in Spaarndam, wij hadden thuis niet zoveel strips. Kijk, het oogt simpel, maar probeer het maar eens: sneeuw tekenen. Beter ook dan een storyboard van een film: het beweegt gewoon. Hier: paf, daar gaat-ie, wap! Die Kuifje-film van Spielberg heb ik niet gezien. Dat is Kuifje ook niet, dat is een heel eng raar jongetje.'


D. Portret van een jonge edelvrouw, Petrus Christus (1410-1472)

'Als kind woonde ik boven de Schouwburg waar mijn vader werkte, dus ik zag veel. Meestal ouwe koek, tot Centrum langs-kwam, toen een moderne theatergroep. Vier jonge meisjes in bikini op een soort strandje, met een op toneel nagebouwde pier - voor mij sensationeel. Als je een slechte film ziet, kun je vaak nog wel genieten van de achtergrond, of het geluid. Slecht theater is altijd meteen verschrikkelijk. Dat de ene kunstvorm hoger zou zijn dan de andere... Dan noemen ze muziek het hoogste. Ja, nou en? Al zou het zo zijn. Als ik een te gek schilderij zie, vind ik dat op dat moment toch het allerhoogste.'


Pas na zijn studie aan het Rietveld ontdekte Van Warmerdam de wat oudere kunst. 'Eerder was ik daar sowieso niet in geïnteresseerd.' Met een vader die schilderde en decors bouwde, wist de oudste zoon uit het gezin al rond z'n achtste dat er iets bestond als een kunstacademie, en dat hij daar heen wilde. 'Ik heb er niks geleerd. Het was die vrije democratische tijd: je tekende, schilderde en etste er maar op los. Achteraf had ik streng behandeld moeten worden: wat doe jij nou eigenlijk? Ik heb het werk uit die tijd vernietigd. Weg ermee.'


Tegenwoordig wisselt hij intensieve schilderperiodes af met minder intensieve, wat volgens hem zelf funest is. 'Om te kunnen schilderen, moet je alleen maar schilderen.'


De 'grote kleine jongens', de submeesters, vindt hij vaak interessanter dan de Picasso's en Velázquezen. 'Kijk naar dit portret van Petrus Christus. Het is bijna een ei, maar toch een levend mens. Je zíet dat schedeltje erin zitten. Geen idee wie het is, of hoe oud dat meisje is. Olieverf op hout, 28 bij 21 cm. Ik vind dit veel mooier dan zo'n Mona Lisa.'


Onlangs nog, schoot hij vol toen hij onverwacht tegen drie werken van de Belgische schilder Jean Brusselmans (1884-1953) aanliep in het museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. 'Ik was heftig ontroerd, terwijl ik helemaal niet zo'n overgevoelige jongen ben. Wat er op te zien was? Gewoon een huizenrij, wat wolken erboven. Maar ik zag de verf zitten, de aanwezigheid van de schilder. Ik kende dat werk al jaren uit boeken, om het dan ineens echt te zien... De kleuren van reproducties kloppen nooit, allemaal leugens.'


E. Metro Syros, Martin Kippenberger (1953-1997)

'Die Kippenberger was een fucker. Dat is altijd het leukste wat er is, stangen. Dan ging hij in zijn werk aan de haal met zo'n zelfde grote witte onderbroek als die waarin Picasso ooit poseerde. Wat hij maakte was vaak lelijk, soms ook spuuglelijk, en tóch is het goed. Bij hem zie ik soms dingen die mij ook opvallen, maar dan ben ik te laat, heeft hij het al gedaan. Kippenberger heeft een wereldwijd metronet bedacht, bouwde metro-ingangen in verschillende landen, op plaatsen waar je ze niet verwacht. Wat doet dat hier in godsnaam? Dat vind ik zo goed: alleen een ingang, verder niks. Dat onaffe, de rest denk je er maar bij.'


F. August Sander: Menschen des 20. Jarhhunderts (foto jonge Duitse soldaat)

Van Warmerdam bladert door het zichtbaar vaak ingeziene fotoboek van August Sander. 'In 1913 begon hij het hele Duitse volk vast te leggen in al z'n lagen, heel sec. Kunstenaars, arbeiders, geestelijken. Zijn foto's hebben beperkte informatie, eenvoudige lijnen, dat bevalt me. Hier haal ik heel veel uit als ik teken of schilder. Handjes, mouwtjes, voeten, jassen, zonder over te trekken. Hier, die non, dat is toch net een kerel? Of zo'n foto van zo'n jonge soldaat in 1945, nog met onbevlekt gezicht. Die lijn aan de zijkant van die helm, dat is net een beeldhouwwerk van Brancusi. Kun je zo op een sokkel zetten.


'Een hoofd bevalt me, of niet. Hoe moet je dat uitleggen? Soms beveelt Annet (echtgenote Malherbe, tevens actrice in vrijwel al zijn films, red.) een acteur aan waar ik niks in zie, en dramt ze door. Dan kan ik wel eens omslaan. Hoe ze hun tekst zeggen is even belangrijk. Het moet nét niet naturalistisch zijn. Of hoe ze staan. Er mag niks zijn wat me irriteert.'


Zichzelf castte hij vaak als personage met een licht lullig beroep: postbode, conducteur, ober. 'Eigenlijk als rebel ingesnoerd in een uniform, maar dat beschouw ik wel als een afgesloten periode.'


In Borgman speelt hij een bijrol als Ludwig, een van de helpers van het zonderlinge sujet Borgman. 'Ludwig mag de ruggetjes van de kinderen van het gezin uit de villa opensnijden, als een soort dokter Mengele. Ik dacht: dat is voor mij. De drang om in mijn eigen films te spelen neemt met de jaren wel af. Vorige week zag ik een stukje De Noordelingen, om te zien of de kopie in orde was. Zodra ik in beeld kwam riep ik: ho, genoeg. Te dik aangezet, poppenkastachtig gespeeld - doe normaal man! Ik ben ook niet echt een acteur. Hoe ouder ik word, hoe meer ik dat inzie: je moet gewoon met goede acteurs werken.'


G. De nazi en de kapper (Edgar Hilsenrath, 1971)

'Het is heel moeilijk uit te leggen zonder mensen voor het hoofd te stoten, maar het kwaad heeft iets aantrekkelijks. Die nazitijd, ik weet hoe walgelijk het was, hoe onvoorstelbaar wreed. Als mijn ouders of mijn oma alleen zo'n Duitse helm zien, worden ze al misselijk, terwijl zij in de oorlog alleen maar wat honger hebben gehad. Toch bezit zo'n helm voor mij ook iets aantrekkelijks. Ik snap heel goed dat die jongens van Jiskefet niks liever doen dan een Duits uniform aantrekken. Elke acteur wil Hitler spelen. Zelf ben ik van de vrede, alleen mijn films zijn dat niet.'


In Borgman meent de door Hadwych Minis geacteerde moeder van een welgesteld gezin dat ze het kwaad over zichzelf afroept. Wij zijn gelukkig, zegt ze, en de gelukkigen die moeten worden gestraft. 'Mensen denken ten onrechte dat die zin het motto is van de film. Dat wij hier bofkonten zijn, denk ik regelmatig. Maar zo'n algemeen westers schuldgevoel, dat is voor mij niet zo interessant. Borgman komt dat gezin niet straffen voor hun geluk, hij komt iets halen. Maar als iemand dat er in wil zien is het goed. Zodra de film af is, heb je er niks meer over te zeggen.'


De roman De nazi en de kapper, van de Duitse en Joodse schrijver Edgar Hilsenrath, werd hem onlangs toegestuurd door de man van Minis, als cadeautje. 'Kende ik helemaal niet. Krankzinnig boek, over een massamoordenaar van de SS die zich na de oorlog in Israël vestigt, en zich daar met succes uitgeeft voor Jood. Die Hilsenrath maakt er een virtuoze klucht van. Nergens had ik het gevoel dat hij een moralistische boodschap verkondigt, maar er zitten passages in waar je ijskoud van wordt: hoe de hoofdpersoon kinderen in het kamp ombrengt met een injectienaald. Het mocht aanvankelijk niet in Duitsland worden uitgegeven, men vond dat je zo niet met de Holocaust om kon gaan.


'Als ik zo'n boek lees, voel ik geen enkele drang om het te verfilmen. Hitchcock bezat het vermogen om alleen een element uit zo'n boek te pakken, en daarmee dan aan de haal te gaan. Ik heb weleens een zomer lang thrillers gelezen in de hoop dat er wat tussen zat, dat werd niks. Ik werk liever uit mijn eigen hoofd, dan ben ik vrij.'


H. Het dansje in Way Out West (1937), Laurel en Hardy

'Ze sturen toch altijd dingen de ruimte in, om ons kenbaar te maken? Waarvan Paul Verhoeven in de Volkskrant laatst terecht opmerkte dat we dat beter niet kunnen doen: we moeten ons stil houden - een heel goede gedachte. Maar als je tóch iets de ruimte inzendt, dan dit fragment van het dansje van Laurel en Hardy. De beste witte vlag ooit. Onweerstaanbaar, voor welk buitenaards wezen dan ook.'


Van Warmerdam doet een stukje voor. Handen op de knieën, koddige zijwaartse beenzwaai. 'Waar die film verder over gaat, weet ik niet meer. Maar dat dansje, daar word je zo blij van.'


Dit is de laatse V Zomer, maar niet de laatste Onze Gids van deze Week. De rubriek verschijnt vanaf nu maandelijks op donderdag in V, allereerst op 12 september. Gids is dan Armin van Buuren.

CV ALEX VAN WARMERDAM

Alex van Warmerdam (Haarlem, 14 augustus 1952) groeide op als zoon van een toneelmeester en decorbouwer, boven het theater. Hij studeerde aan de grafische school en de Rietveld Academie en was mede-oprichter van het toneelgezelschap Hauser Orkater, dat later overging in het muziektheatergezelschap Orkater. Van Warmerdam schreef een roman (De hand van een vreemde Thomas Rap, 1987), regisseerde vele theatervoorstellingen en acht speelfilms, waaronder Abel (1986), De Noordelingen (1992) en Kleine Teun (1998). Zijn echtgenote Annet Malherbe acteert in vrijwel al zijn films. Malherbe en Van Warmerdam wonen in Amsterdam en hebben twee zoons.


VAN WARMERDAM DE BOUWER

'Het liefst zou ik alles in mijn films zelf bouwen. Elk huis, elke straat. Net zoals Fellini, die bouwde Rome gewoon na in de studio. En dat betaalt zich uit.'


Het scheelt dat Alex' broer Marc, de producent van zijn films, al betaald wordt als directeur van Orkater. 'Hij is zo goed van hart om zijn producentensalaris in de film te stoppen, zodat we het onderste uit de kan kunnen halen. Toch voel ik me altijd wel een beetje klein gehouden. Ik denk groter, maar dat kan niet. Zo zat in De Noordelingen (waarvoor Van Warmerdam een straat bouwde, Red) ook nog een hele scène met een huisje onder water, maar die is tijdens de opnameperiode geschrapt. Te duur. Weliswaar niet noodzakelijk voor de vertelling, maar voor mij gaat filmen over de krenten, niet de pap.'


In zijn nieuwe speelfilm Borgman, waarvoor een decorvilla werd opgetrokken, zit een magnifieke, op de microseconde getimede scène waarin de camera enkele personages door het huis volgt, terwijl die elkaar net missen. Volstrekt onmogelijk te filmen in een echt huis. In Cannes, waar de film dit jaar als eerste Nederlandse inzending in 38 jaar meedong naar de Gouden Palm, was het een van de scènes die het festivalpubliek hoorbaar in vervoering bracht. Toch kreeg Van Warmerdam de bouw van het huis eerder maar moeizaam uitgelegd bij de commissie van het Filmfonds. 'Er zijn toch huizen zat? Dat zeiden ze, letterlijk. En of ik dat decorhuis anders niet kon verhuren of verkopen na de opnamen Toen werd ik wel boos: amateurgeleuter. In een decorhuis zit geen riolering of stromend water. Het is decor, fake, illusie! Maar goed: ik krijg het er wel doorheen, dat is wat telt.'


Borgman, vanaf 29 augustus in de Nederlandse bioscoop, wordt begin 2014 ook in de Amerikaanse bioscoop uitgebracht. Rond de première vertoont Eye Filmmuseum (in Amsterdam) een retrospectief van Van Warmerdams werk, plus een keuze uit zijn favoriete films.


eyefilms.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden