De onopgehelderde dood van Nicky Verstappen bleef altijd in het geheugen

In het onderzoek naar de moord op Nicky Verstappen is een match met het dna van een 55-jarige man, maakt het OM bekend tijdens een persconferentie. In 1998 woonde de man in Simpelveld. De man is officieel aangemerkt als verdachte, maar het is onduidelijk waar de man momenteel verblijft.

Een man bij een afnamelocatie voor DNA in het verwantschapsonderzoek rondom de moord op Nicky Verstappen. Beeld Marcel van den Bergh

‘Iedereen die enig gevoel heeft, moet kunnen indenken hoe onmenselijk de onzekerheid is waarmee wij al die tijd hebben moeten leven’, zei Femke Verstappen zeven maanden geleden, eind januari, tijdens de persconferentie over het grootschalige dna-verwantschapsonderzoek dat op beginnen stond in een ultieme poging om na twintig jaar alsnog de moordenaar van haar broer Nicky te vinden. ‘Zeker nu ik zelf moeder ben, weet ik hoe het voelt om iets dat uit jezelf is voortgekomen te verliezen. We weten dat we Nicky er niet mee terug krijgen. Maar we hopen dat we na zoveel jaren eindelijk een antwoord krijgen.’

Femke was 7 toen haar 11-jarige broer in de nacht van zondag 9 op maandag 10 augustus 1998 tijdens een zomerkamp op een kampeerterrein op de Brunssummerheide verdween. Het kamp was georganiseerd door het lokale jeugdwerk van Heibloem, een kerkdorpje in Midden-Limburg, ruim 50 kilometer ten noorden van Brunssum.

Het was de tweede nacht van het zomerkamp en bij het ontwaken bleek Nicky niet meer in zijn tent te liggen die hij deelde met vier andere jongens. Eén van de jongens had hem om half zes nog gezien en gesproken toen hij was opgestaan om naar de wc te gaan. Aanvankelijk werd gedacht dat Nicky was weggelopen, maar vreemd was dan wel dat hij blootsvoets op stap was gegaan: zijn schoenen – twee paar - stonden nog in de tent.

Twee agenten en twee begeleiders deden het eerste speurwerk op de heide. Ook de ouders, die waren ingelicht over de verdwijning, kwamen mee zoeken. Toen het zoeken begin van de middag niets had opgeleverd, werd Nicky officieel als vermist opgegeven bij de politie. De zoektocht en het zoekgebied werden uitgebreid.

Met het donker worden nam de vrees toe dat er iets ergs was gebeurd. De volgende morgen meldden zich meer dan 200 mensen op het kampeerterrein om naar de 11-jarige jongen te zoeken: politiemensen, militairen van de naburige Navo-basis, begeleiders, verontruste burgers uit Heibloem en uit de omgeving van het kampeerterrein.

Rond 9 uur ’s avonds, vlak voor het invallen van de duisternis, werd Nicky gevonden op ruim een kilometer van het zomerkamp. ‘Dood, maar zonder sporen van geweld’, aldus de politie. ‘Met blote voeten en alleen de lange broek van zijn Ajax-pyjama aan. Verstopt in een donker sparrenbos waar hij zelf nooit in had durven gaan.’

Mogelijk is hij door verstikking om het leven gekomen. Vermoedelijk is hij seksueel misbruikt. Maar zekerheid daarover is er niet.

Zoektocht

Het politie-onderzoek leverde weinig op. In de loop van de jaren werden wel enkele verdachten aangehouden, zoals een notoire zedendelinquent uit Kerkrade en een drugsverslaafde uit Tegelen, maar beiden werden weer vrijgelaten bij gebrek aan bewijs. Ook een Duitse kindermoordenaar en –verkrachter was in beeld, maar een verband dat hij ook betrokken was bij de dood van Nicky werd nooit gevonden.

Er kwam ook kritiek op de politie. Die zou te laat zijn begonnen met de zoektocht naar de vermiste jongen en te makkelijk hebben toegestaan dat het zomerkamp werd opgebroken, waardoor sporen zouden kunnen zijn gewist. Ook werd de politie verweten dat ze onvoldoende oog had voor het zedenverleden van enkele begeleiders, onder wie met name de kampoverste.

Want de oprichter en naamgever van het jeugdwerk in Heibloem, een gepensioneerde hoofdonderwijzer van de basisschool, bleek in de jaren vijftig al eens te zijn veroordeeld voor ontucht met jongetjes. Hij overleed in 2003 op 85-jarige leeftijd, maar de verdachtmakingen aan zijn adres bleven. In 2010 besloot het Openbare Ministerie zelfs zijn graf te openen om duidelijkheid te krijgen. Maar een vergelijking van zijn dna-profiel met de sporen die op de kleding van Nicky waren gevonden, leverde geen match op.

De onopgehelderde dood van Nicky is nimmer in de vergetelheid geraakt. Bij elk nieuwsfeitje flikkerde de hoop weer op: zou er eindelijk een doorbraak komen? Bij het monumentje op de Brunssummerheide ter nagedachtenis van Nicky werden briefjes gevonden: zouden die van de dader met wroeging afkomstig zijn? Het natuurstenen zuiltje werd enkele keren vernield. Dat bleek het werk te zijn van een verwarde man uit Landgraaf.

Diepe wonden

In Heibloem zelf, een dorp met 850 inwoners, sloeg het drama diepe wonden. Het jeugdwerk werd door sommige bewoners beschuldigd van betrokkenheid bij de dood van Nicky, anderen namen het juist op voor de begeleiders van het zomerkamp. Zo ontstonden er min of meer twee kampen in het dorp. De spanningen liepen zelfs zo hoog op dat de gemeente Leudal in 2000 weigerde mee te werken aan de plaatsing van een gedenkteken voor Nicky in het dorp, dat nota bene tegenover de woning van de kampoudste zou komen te staan.

‘Destijds zagen we grote gevaren voor de hechtheid van de gemeenschap’, verklaarde de burgemeester later. ‘Een schisma dreigde.’ De Limburgse popgroep Rowwen Hèze maakt er ook gewag van in zijn nummer Vlinder, opgedragen aan Nicky, waarin het gaat over ‘’n durp dat ’n geheim bewaart’.

Uiteindelijk besloot de pastoor het monument voor Nicky toch te laten plaatsen, tegenover de Sint-Isidoruskerk, op kerkelijke grond. De spanningen in het dorp brachten de ouders en zus van Nicky er zelfs toe om te verhuizen naar het naburige dorp Meijel.

De politie zegt dat ze zich vanaf augustus 1998 altijd met de dood van de Limburgse jongen is blijven bezighouden. ‘Het onderzoek naar de doodsoorzaak en de omstandigheden waaronder Nicky is overleden, heeft nooit stil gelegen’, aldus de politie op de website over de zaak. ‘In de afgelopen jaren bleef er regelmatig nieuwe informatie binnenkomen die onderzocht moest worden.’

Maar welke tip of informatie ook binnenkwam, steeds liep de politie dood. Hoopgevend was slechts de voortschrijdende ontwikkeling van het dna-onderzoek. In 2008 vond het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) een bruikbaar dna-spoor op de kleding van Nicky. Het was minuscuul, maar genoeg voor een dna-onderzoek op vrijwillige basis onder 107 geselecteerde mannen ruim een jaar later. Het leverde geen match op, al kwam niet iedereen opdagen en waren er ook drie personen die weigerden.

Dna-verwantschap

In 2012 werd ook het dna-verwantschapsonderzoek bij wet toegestaan. Dat onderzoek biedt mogelijkheden om ook via het dna van verwanten de dader van een misdrijf op te sporen. In datzelfde jaar vond meteen het eerste dna-verwantschap plaats in de zoektocht naar de verkrachter en moordenaar van het 16-jarige Friese meisje Marianne Vaatstra (in 1999).

In een straal van 5 kilometer rond de plaats delict in een weiland bij Veenklooster werd aan achtduizend mannen gevraagd wangslijm af te staan. Het onderzoek leverde een match op, niet eens via verwanten, maar direct, één op één: de toen 45-jarige melkveehouder Jasper S. meldde zichzelf bij een dna-afnamelocatie en bezegelde daarmee zijn eigen lot.

Die voltreffer deed ook de hoop opflakkeren bij de nabestaanden van Nicky en andere mensen die meeleefden. Maar het dna-spoor op de kleding van Nicky was volgens de politie destijds nog niet goed genoeg voor een dna-verwantschapsonderzoek. Wel werd in 2013 een coldcaseteam gevormd, een nieuw onderzoeksteam dat met een frisse blik naar de mysterieuze dood van de Limburgse jongen gaat kijken.

Twee jaar later bleken de dna-sporen op de kleding van Nicky zodanig te zijn ‘opgewaardeerd’ dat ze ook geschikt zijn voor een dna-verwantschapsonderzoek. Eerst werd er nog een autosomaal (één op één) dna-onderzoek onder 1500 geselecteerde mannen gehouden, onder wie personen van wie bekend is dat ze destijds vaak op de Brunssummerheide kwamen voor werk, recreatie of sport.

Maar begin dit jaar ging dan eindelijk het grootste dna-verwantschapsonderzoek van start dat ooit in Nederland is gehouden: 21.500 mannen in Landgraaf, delen van Brunssum en Heerlen en in Heibloem werd gevraagd vrijwillig wangslijm af te staan. ‘Het is de laatste stap om het mysterie te ontrafelen’, zei de Limburgse hoofdofficier van justitie Jan Eland bij de aankondiging van het dna-onderzoek.

Zus Femke Verstappen deed een emotionele oproep aan alle opgeroepen mannen om ‘alsjeblieft’ mee te doen. ‘Mijn hele jeugd heeft in het teken gestaan van de dood van Nicky en het vinden van de dader’, zei de inmiddels 27-jarige vrouw. ‘Dit is onze allerlaatste strohalm, de laatste kans om antwoord te krijgen: wie heeft het gedaan?’

Dna-verwantschapsonderzoek

Het tweede dna-verwantschapsonderzoek dat werd gehouden (na het onderzoek in de zaak-Marianne Vaatstra), had vorig jaar eveneens succes. Dat gebeurde in de vorm waarvoor het middel sinds 2012 wettelijk is mogelijk gemaakt: de dader via het dna van een familielid opsporen.

In het onderzoek naar de verkrachting van en moord op de 19-jarige Milica van Doorn in 1992 werden 133 mannen van Turkse afkomst gevraagd dna af te staan. Want sporen die op het lichaam waren aangetroffen, bleken afkomstig van een Turkse man. Twee van de 133 mannen weigerden om wangslijm af te staan. De 47-jarige verdachte Hüseyin A. kwam toch in het vizier door het dna van zijn oudere broer. Hij werd afgelopen december gearresteerd.

In het onderzoek naar de dood van Nicky Verstappen in 1998 zijn 21.500 mannen in de leeftijd van 18 tot 75 jaar uitgenodigd om wangslijm af te staan. Dat aantal maakt het tot het grootste dna-verwantschapsonderzoek dat ooit in Nederland is gehouden.

Ook jongens van 18- en 19 jaar zijn opgeroepen, hoewel die in 1998 nog niet eens waren geboren. Maar hun dna kan wel een match maken, waardoor de politie in de familielijn verder kan speuren.

Uit onderzoek is gebleken dat het dna-spoor dat op de kleding van Nicky is aangetroffen, van een man is. Dna bevat voor ieder mens een uniek patroon van genetische codes. Het is verpakt in chromosomen, die in elke kern van het lichaam zijn te vinden.

Elk mens heeft 46 chromosomen: 23 van de vader, 23 van de moeder, geordend in paren. Het 23ste paar vormen de geslachtshormonen. De moeder geeft altijd een X-chromosoom mee. De vader bepaalt het geslacht van het kind: geeft hij via een zaadcel een X-chromosoom mee, dan wordt het een meisje; bij een Y-chromosoom wordt het een jongen.

Dat kleine Y-chromosoom wordt vrijwel identiek van vader op zoon overgedragen. Dit vormt de basis van het verwantschapsonderzoek in deze zaak. 'Dat Y-chromosoom kan zelfs mannelijke familiebanden tot de negende generatie aantonen', zegt politiewoordvoerder Dick van Gooswilligen. 'Zo kan een volledige stamboom worden opgetuigd en herleid naar heel verre familie die de donor niet eens kent.'

Volgens onderzoekers van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) kunnen door het dna-verwantschapsonderzoek in deze zaak langs de mannelijke familielijn '1 op de 8 Nederlandse mannen in beeld komen', circa een miljoen mannen. De politie heeft daarom goede hoop dat het onderzoek tot een doorbraak zal leiden.

De selectie van de donoren heeft plaatsgevonden op basis van 'geo-profiling'. De politie denkt dat de dader het gebied goed kende en heeft daarom een straal van 5 kilometer rond de vindplaats van Nicky op de Brunssummerheide getrokken. Een klein deel daarvan ligt in Duitsland, waar het verwantschapsonderzoek niet mogelijk is. In het Nederlandse deel wonen 135 duizend mannen - veel te veel voor het onderzoek. Op basis van het wegenpatroon is het doelgebied verkleind tot vooral het zuidelijk deel: de hele gemeente Landgraaf en delen van Heerlen en Brunssum. Daarbij gaat het om ruim 17 duizend mannen.

Ook alle 400 mannen tussen 18 en 75 in Heibloem, de woonplaats van Nicky op ruim 50 kilometer afstand van de Brunssummerheide, zijn opgeroepen. Verder is aan vierduizend mannen die destijds in de doelgebieden woonden maar inmiddels zijn verhuisd, eveneens gevraagd om dna af te staan.

Op 1 juni hadden bijna 15 duizend mannen gehoor gegeven aan de oproep. Daarna werden nog drieduizend mannen telefonisch benaderd om dna af te staan.

Deelnemer aan het grootste dna-verwantschapsonderzoek dat ooit in Nederland heeft plaatsgevonden: ‘Iedereen wil dat de dader gepakt wordt. Hij moet gestraft worden, of hij nou een familielid van me is of niet.’

Dna-onderzoeker Ate Kloosterman: ‘De perfecte moord bestaat straks niet meer.’

De ‘vijandige houding’ van dorpsgenoten werd het gezin te veel: in Heibloem sprak juist veel te snel bijna niemand meer over Nicky. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.